Raad voor Cultuur: ‘Subsidie theater moet flexibeler’

Advies

Subsidie voor theater moet beter worden afgestemd op de praktijk. Ook moet de subsidieperiode van vier naar zes jaar. Dat adviseert de Raad voor Cultuur.

Beauty en het beest, een jeugdtheatervoorstelling (8+) van Maas Theater / Dans i.s.m. Nederlands Kamerkoor. Foto Phile Deprez

Het subsidiestelsel past niet meer bij de huidige situatie en de ontwikkelingen in de theaterwereld. Een herziening is noodzakelijk, met onder meer verlenging van de meerjarige subsidietermijn van vier naar zes jaar.

Dat schrijft de Raad voor Cultuur in de vrijdag verschenen ‘Sectoradvies Theater’. De Raad voor Cultuur is het belangrijkste adviesorgaan voor de minister van Cultuur, Ingrid van Engelshoven (D66). Zij komt dit voorjaar met haar plannen.

De raad adviseert om de subsidie meer op maat te verlenen: „Bezuinigingen in de theatersector hebben ertoe geleid dat makers het heft in eigen hand namen en daar zijn flexibiliteit en inventiviteit voor nodig.”

‘Maakdwang’

Om te voldoen aan een vereist minimum aantal speelbeurten, is er op dit moment te veel productiedwang in het theater, constateert de raad. Dat moet anders, vindt de raad: de voorwaarden voor subsidie dienen kansen te bieden aan nieuwe initiatieven en manieren van werken. De ‘maakdwang’ moet met andere woorden worden ingeruild voor ‘maakbehoefte’: „Gezelschappen zouden in een nieuw stelsel moeten kunnen kiezen voor het maken van producties voor de grote of de kleine zaal of voor het uitvoeren van talentontwikkelingstaken, onafhankelijk van hun plek in het bestel.” Een subsidietermijn van zes jaar (in plaats van de huidige vier jaar) moet daarnaast de regeldruk bij de instellingen verkleinen.

Herziening van het stelsel is volgens de raad ook nodig om ruimte te bieden aan instellingen en makers met een cultureel diverse achtergrond of aan makers en instellingen die werken vanuit nieuwe disciplines: „Het gesubsidieerde theateraanbod vormt onvoldoende een afspiegeling van de Nederlandse bevolking.” En: „Opvallend genoeg is de afkomst van deelnemers aan het amateurkunstcircuit diverser dan in de professionele kunstsector, zeker op het gebied van dans en muziek. Het zou juist daarom de moeite lonen die twee circuits meer met elkaar in contact te brengen.” Hoe dan ook moet bevordering van diversiteit, voor en achter de schermen, een eis worden voor subsidie.

Jeugdtheater

Ook talentontwikkeling moet een scherpere eis worden, waarvoor alleen instellingen die daar overtuigend voor kiezen geld moeten krijgen. Daarbij past een nieuw productiehuis voor jeugdtheater. Sowieso adviseert de raad om meer subsidie aan jeugdtheater te verstrekken, omdat de budgetten „onevenredig laag” zijn.

De raad pleit er ook voor meer investeringen in de lokale verbondenheid van theatergezelschappen en podia. Dat kan „intensiever en slimmer”. Meer schouwburgen en theaters bouwen wordt afgeraden. Nederland heeft meer theaterstoelen dan de gezelschappen kunnen vullen. Beter is het de programmering van podia en gezelschappen in een regio beter op elkaar af te stemmen, zodat ze „vaker samen optrekken bij het vinden van nieuw publiek, het uitvoeren van een gerichte marketingstrategie en het begeleiden van het juiste publiek naar het juiste aanbod.”

De opheffing van het Theaterinstituut in 2013, na de bezuinigingen op cultuur door het eerste kabinet-Rutte, heeft een gat geslagen in het behoud en beheer van het theatererfgoed. De vervangende initiatieven krijgen onvoldoende geld. De raad pleit ervoor zo’n instelling opnieuw op te richten.

Het ‘Sectoradvies Theater’ is één van tien sectoradviezen die de raad wil uitbrengen gedurende de lopende subsidietermijn, 2017-2020. Afgelopen november verscheen het sectoradvies muziek.