Recensie

Lenteoffer met tomahawk en verentooi

In de NTR ZaterdagMatinee liet het Radio Filharmonisch Orkest een nieuw licht schijnen op de hedendaagse Franse muziek, met een glansrol voor solist Antoine Tamestit.

Volgens een hardnekkige gemeenplaats zou de hedendaagse Franse muziek nog altijd flink modernistischer zijn dan bijvoorbeeld de Amerikaanse of de Nederlandse. Een achterhaalde opvatting, zo bleek afgelopen weekend bij de NTR ZaterdagMatinee, waar nieuw werk van twee Franse stilistische vrijbuiters op de rol stond.

Neem Flammenschrift van Guillaume Connesson, een furieuze dollemansrit door de muziek van de twintigste eeuw. Een geëxalteerde strijkerslijn doet denken aan Messiaen, koortsachtig snerpende houtblazers aan Sjostakovitsj’ Tiende symfonie, terwijl je in pulserend koper een knipoog naar de filmmuziek van John Williams vermoedt. Het Radio Filharmonisch Orkest leek onder dirigent Stéphane Denève aanvankelijk op zoek naar de juiste verhouding tussen de orkestgroepen, maar denderde in de slotmaten als een ontketende klankmachine frontaal af op de dubbele maatstreep.

Componist Thierry Escaich schreef een nieuw altvioolconcert voor Antoine Tamestit en putte daarvoor inspiratie uit een oeroud uitdrijvingsritueel van de Navajo Indianen. Met sterke ritmische drive, aardse percussie en priemende accenten vertoonde La nuit des chants een niet te missen verwantschap met menig primitivistische fin-de-siècle-partituur. Een lenteoffer met tomahawk en verentooi, zeg maar.

In de langzame passages gaf Escaich met flageoletten, bijna verdampende boventoonmengsels en zacht gonzende fladderfluiten knappe impressies van een mysterieus voorvaderlijk schimmenrijk.

Tamestit imponeerde, enkele glibberige dubbelgrepen daargelaten, als extatisch opperhoofd in een veeleisende solopartij vol felle accenten en verschroeiend motorische arco-passages. De breed welvende sololijn in het langzame vijfde deel won aan expressie door Tamestits bezwerende melodische vertelkracht.

Opmerkelijk in Saint-Saëns’ Orgelsymfonie: Denèves interpretatie van het Scherzo, waarin de triosectie vleugels kreeg door een razendsnel tempo en haarscherpe contrasten.

    • Joep Christenhusz