IOC neemt geen maatregelen tegen schaatscoach Anema

Volgens het IOC heeft sportkoepel NOC*NSC de juiste procedures gevolgd na de poging tot matchfixing van Anema tijdens de Spelen in Sotsji.

Jillert Anema (rechts) schaatscoach van de Franse achtervolgingsploeg in Sotsji probeerde zijn Nederlandse collega Arie Koops (links) over te halen om niet al te hard te schaatsen tegen de Fransen om gezichtsverlies te voorkomen. Foto Jerry Lampen/ANP

De ethische commissie van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) neemt geen maatregelen tegen schaatscoach Jillert Anema wegens poging tot matchfixing tijdens de Winterspelen in Sotsji (2014). Volgens het IOC heeft NOC*NSF de juiste procedures gevolgd en sancties opgelegd, meldt de Nederlandse sportkoepel op haar website.

Het NOC*NSF gaf na afloop van de Spelen coach Anema een officiële waarschuwing, maar bracht het IOC niet op de hoogte van de zaak. Gerard Dielessen, directeur van de sportkoepel, reageert opgelucht:

“Wij zijn tevreden met deze uitspraak. Wij zien dit als een bevestiging dat zowel het doorgelopen proces als de opgelegde sanctie op een integere wijze tot stand zijn gekomen. Bovendien zien wij dit als een erkenning van de proportionaliteit van de sanctie.”

Nederland moest winnen met klein verschil van Fransen

Tijdens de Olympische Winterspelen in Sotsji was Anema tijdelijk coach van de Franse achtervolgingsploeg. Hij stelde toen zijn Nederlandse collega Arie Koops voor om diens schaatsers niet met een ronde verschil te laten winnen van Frankrijk. Anders zouden de Fransen niet langer geld blijven steken in het schaatsen. De Nederlandse schaatsploeg gaf volgens Koops geen gehoor aan deze poging tot matchfixing. Het won van de Fransen met negen seconden voorsprong, zonder ze in te halen. Uiteindelijk haalde de Nederlandse achtervolgingsploeg goud.

Lees ook deze analyse van NRC-redacteur Henk Stouwdam: Sportkoepel NOC*NSF worstelt met zwijgcultuur

Het NOC*NSF werd in Sotsji door Koops op de hoogte gesteld van de poging tot matchfixing en de besloot de kwestie intern op te lossen. Pas nadat De Volkskrant dit verhaal naar buiten bracht, heeft de sportkoepel het incident gemeld bij het IOC.

Dielessen gaf in Zuid-Korea toe dat het beter was geweest als het IOC in 2014 meteen was geïnformeerd. Het NOC*NSF schrijft dat het vanaf 2014 met steun van het IOC de “bewustwording van sporters en begeleiders” op het gebied van matchfixing heeft vergroot.