‘Ik sta daar niet om schaatsers te diskwalificeren’

Interview Jan Zwier, de bekendste starter in het Nederlandse schaatsen, maakt in Zuid-Korea zijn olympisch debuut. Maandag wacht zijn favoriete afstand, de 500 meter. “Het voelt heel erg ‘close’, maar echt contact is er niet.”

Kai Verbij oefent zijn start voor de 500 meter tijdens een training in Gangneung. Foto John Locher/AP

De stem van de bekendste starter in het Nederlandse schaatsen schiet omhoog. Het gaat over de mooiste afstand in zijn beroep. “Een tien kilometer is fantastisch, maar daar zit geen druk op bij de schaatsers om een goede start te maken. Die tijd pak je in de tweede ronde wel terug. Maar de 500 meter… Je hebt twee rijders voor je staan. Je ziet precies al die bewegingen, je ziet de druk bij ze. Het voelt heel erg ‘close’, maar echt contact is er niet.”

Voor zijn vertrek naar de Winterspelen in Zuid-Korea zit Jan Zwier (58) geanimeerd te vertellen aan een hoge tafel in Thialf. Het is zijn thuis als starter, maar hij is er ook lid van de directie. In Zuid-Korea maakt hij na negentien jaar vrijwilligerswerk op de baan eindelijk zijn olympische debuut. Het was ook zijn laatste kans, volgens de huidige regels van internationale schaatsbond ISU ben je na je zestigste te oud.

Jan Zwier (rechts) met Koning Willem-Alexander bij de officiële opening van het vernieuwde ijsstadion Thialf in Heerenveen. Foto Leo Vogelzang/VOF

Een kroon op zijn werk en als het zijn laatste grote kunstje is, een prachtig einde. Zwier begon als schaatser, werd daarna functionaris op het ijs. Eerst als jurylid, inmiddels staat de lange Fries met zijn witte haar alweer negentien jaar op een verhoging langs de kant met een startpistool. Want als starter heb je pas écht invloed, en dat wilde hij.

Geen afstand waarop je als starters zoveel invloed hebt, als de 500 meter. De kortste afstand, werk van honderdsten, soms duizendsten. Hij had met de Noor die met hem het mannentoernooi in Zuid-Korea doet overlegd wie welke afstand zou doen, de ISU liet het ze lekker zelf uitzoeken. In Zuid-Korea, even na ons gesprek, stuurt hij een berichtje: hij mag de 500 meter doen. “Ik ben zeer tevreden.” Maandag staat die op het programma.

Friemelen aan pakken

De procedure van Zwier ligt nauw. Twee schaatsers in de baan. Met het commando ‘go to the start’ worden ze naar het startvak geroepen. “Op dat moment bepalen wij – en daar kan de één wat langer mee wachten dan de ander: hoe comfortabel is de schaatser, kan hij beginnen?”

Je ziet het aan de ritueeltjes, zegt Zwier. Gaan ze aan hun bril zitten, wat aan hun pak friemelen. “Daar moet je tijd voor vrijmaken, die tijd moet je ze gunnen.” Op het moment dat ze uitblazen, nog even een goede stoot zuurstof hebben genomen, dán weet hij dat de sporter klaar is. Dan volgt het commando “ready” en moeten de starters een starthouding aannemen. Dat kan alles zijn van een beweging van het bovenlichaam van slechts enkele centimeters tot een driepuntsstart, met een hand op het ijs voor de schaatsen. “De enige regel is dat ze beiden gelijktijdig de starthouding innemen.”

Als wij diskwalificeren of valse starts geven, dan hebben we het altijd verkeerd gezien

Als hij dan vindt dat de schaatsers stilstaan, gaat een interval in. 1,1 seconde, volgens de regels. De tijd die het hem kost om in zijn hoofd ‘en sta stil’ te zeggen, of ‘Be-ren-burg’. Het interval is het enige meetbare aan de start. Meestal zitten er andere starters om waar te nemen, mee te tellen. Echt trainen doet hij niet. Hard lachend: “Het is niet zo dat we trainingskampen hebben. Lekker naar Portugal om te gaan starten.” Hij visualiseert de start wel en test zichzelf met een chronometer.

Lees alle verhalen over de Winterspelen in ons olympisch dossier

Dat interval is het enige waarop hij eventueel af te rekenen zou zijn. “Het enige wat reglementair staat vastgesteld: een scheidsrechter mag mij vervangen”, zegt hij. Nog tijdens een afstand? Zel-den gebeurd. “Maar we kennen allemaal het verhaal, al 30 of 35 jaar oud, van een starter die wel wat alcoholische versnaperingen lustte. Dat ging de volgende dag niet helemaal goed. Of het misschien niet beter was als hij van dat podium zou afstappen.”

‘Uiteindelijk zijn wij de horken’

Voor starters dezelfde eisen die ook aan sporters worden gesteld, vindt hij. “Stel nou, in het ergste geval, dat Dai Dai mij de avond daarvoor in het hotel waar hij ook zat, mij toevallig was tegengekomen in de bar. Ziet hij mij daar zitten. En die denkt: hee, huh? De volgende dag neem ik zo’n beslissing. Dat kan dus niet.”
Dai Dai is sprinter Dai Dai Ntab. Twee schoten van het startpistool van Zwier maakten een einde aan zijn olympische droom. “Uiteindelijk zijn wij de horken”, zegt hij. “Als wij diskwalificeren of valse starts geven, dan hebben we het altijd verkeerd gezien. ‘Hij bewoog niet!’. Maar meestal zie je bij de rijders dat ze met een kje aangeven dat ze verdomd goed weten dat ze in de fout zijn gegaan.”

Dat deed Ntab na de 500 meter op het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) eind december niet. Hij gaf zichzelf de schuld, maar vond dat Zwier wel érg lang wachtte bij die eerste valse start. Dat die tweede vals was – zenuwen – dat had hij ook wel door. “Dat was zijn commentaar, ja. Verder had niemand geklaagd over langer wachten. Hij heeft een tegenstander en zij samen bepalen het moment waarop het interval ingaat.”

De dubbele valse start van Ntab op het olympisch kwalificatietoernooi:

Geen moment heeft hij getwijfeld. Dat kan ook niet. Hij kan moeilijk roepen: sorry, ik heb het verkeerd gezien. Hij erkent dat het lastig te zien was op de tv-beelden, maar met de plastic bekertjes op tafel beeldt hij uit dat die vanuit een lastige hoek worden gemaakt. Zelf zag hij de definitieve bevestiging op beelden die iemand uit het publiek op YouTube had gezet. Die zat achter hem in het publiek. “De beslissing is onherroepelijk. Je kunt wel honderd keer terugkijken, maar op dat moment heb je het zo ervaren en daarnaar gehandeld.”

Maar natuurlijk deed het hem wat, als mens. Hij ként de schaatsers, een nadeel van doordeweeks ook in Thialf werken. De ene dag maakt hij de deur naar het stadion voor ze open, want hij heeft de sleutels, het volgende moment beslist hij over hun lot. “In het geval van Dai Dai denk ik: potverdorie, dat is niet de eerste de beste die je eruit knalt. Het publiek vindt misschien dat je in het geest van de wedstrijd het voordeel aan de schaatser moet geven: hij als kanshebber voor een medaille op de Spelen. Maar je moet de regels bij elke schaatser zo consequent mogelijk toepassen. Goed kennen of niet kennen, elke dag ‘goedemorgen’ of niet: dat speelt even niet. Als-ie me daarna een klootzak vindt, dat is dan jammer.”

Gemis van het échte pistool

“Ik sta daar niet om te diskwalificeren, ik sta daar om voor een faire start te zorgen”, zegt hij. We hebben het over de eerlijkheid van het huidige startproces. Te beginnen met het pistool, sinds enkele jaren een sci-fi-achtig stukje speelgoed dat een dof schot nabootst. Zwier mist het oude. Dat was een echte Colt, schoot hij met losse flodders. Wat een kick. “Tuurlijk man, met een echt wapen. Vinden de rijders ook mooier hoor, vraag ze maar.”

Kogels werden duurder en de regelgeving rond wapens was strenger geworden, dus kwam daar een einde aan. Minder gevaarlijk is het wel. Hij vertelt dat hij een keer zijn pistool had voorgespannen, zijn hand naar beneden deed en het wapen per ongeluk afging langs zijn been. Maar het nieuwe wapen is ook minder eerlijk, weet Zwier. “Bij een echt wapen is er één hoge piek – ping – en dan zakt het af. Bij het geluid uit het nieuwe pistool is het een golf.”

Dai Dai Ntab na zijn dubbele valse start op het olympisch kwalificatietoernooi eind december. Foto ANP

Dan speelt het voordeel van de buitenbaan, want het geluid is eerder bij je. Al zal het verschil te verwaarlozen zijn, denkt hij. Het liefst zou hij in elk stadion de speakers bóven de schaatsers zien hangen, dat is volgens hem het eerlijkst. De manier waarop het geluid van het startpistool in de verschillende stadions ter wereld wordt verspreid, verschilt nu nogal.

Over die 1,1 seconde als interval, is ook discussie. Volgens Zwier is dat getal gebaseerd op oud wetenschappelijk onderzoek. Op die 1,1 seconde zou een schaatser uitkomen op de top van zijn spanningsboog bij de start. Ga je er te veel overheen, dan moet de schaatser te lang zijn of haar spanning vasthouden en is het risico op een valse start ook groter. Oud-topsprinter Beorn Nijenhuis trok in onderzoek uit 2015 de conclusie dat de startprocedure korter zou moeten: hoe langer een schaatser moet wachten, hoe nadeliger. “Er moet toch eens naar gekeken worden”, zegt Zwier. “Schaatsers trainen nu ook anders dan vroeger.”

Zwier houdt van de finesses van de start op een 500 meter. Van schaatsers die het tot in de perfectie beheersen, zoals een Kai Verbij. IJskonijn. Drie keer moest hij als tegenstander van Ntab op het olympisch kwalificatietoernooi starten. “Hij voelt het naast zich gebeuren, met een teamgenoot van hem, en dan denk ik: élke keer weer heeft-ie hetzelfde ritueel doorlopen. Ver-ba-zing-wekkend.”

En hij kent de spelletjes. “Die kunnen in de kleedkamer al beginnen. Je ziet als schaatser de loting en weet dat je tegen iemand moet rijden die een hekel heeft aan valse starts. Je kan vast niet winnen, maar als je dan die eerste valse start maakt, dan wordt die ander nerveus, pak je de eerste meters en win je misschien toch. Er zit ook een stuk psychologie in. Als je weet dat je een paar honderdsten kunt pakken, hoeveel risico durf je dan te nemen?”