Opinie

    • Carolien Roelants

Heeft het kwaad gewonnen? In Darfur in elk geval wel

Voor Darfur is geen belangstelling meer. Daardoor kon de EU zakendoen met het Soedanese regime, schrijft Carolien Roelants.

Een meisje zit op een bed naast resten van haar afgebrande huis in Zuid-Darfur. Foto Albert Gonzalez Farran/ EPA

Verslaggever van verloren zaken, heb ik mezelf wel eens genoemd. Dit keer Darfur. Tussen 2003 en zo rond 2010 vooraan in het nieuws – trefwoorden Janjaweed, Internationaal Strafhof, genocide. George Clooney natuurlijk, die de Verenigde Naties toesprak om aandacht te trekken voor de gruwelijke manier waarop president Bashir de opstand in deze Soedanese regio neersloeg, en miljoenen mensen de straat op kreeg. Naar schatting 300.000 doden, miljoenen ontheemden. De burger zoals altijd kind van de rekening.

En nu, al een paar jaar, stilte. En dus geen belangstelling meer. Daarom ging ik vorige week naar een bijeenkomst in het Compagnietheater in Amsterdam over Darfur die een fototentoonstelling inluidde. Onder de wervende kop ‘Did evil win?’ – tevens de titel van een interactieve documentaire van de journalist Klaas van Dijken, die in 2015 in Darfur was. De documentaire kunt u thuis gezellig op de bank achter de laptop bekijken. Hier: didevilwin.com.

Hééft het kwaad gewonnen? Ja. In twee opzichten, zou ik zeggen. Het Soedanese leger en zijn handlangers, die Janjaweed en later de Rapid Support Forces, hebben de opstandelingen verslagen. Dat is één. En twee, het Westen doet nu zaken met een president die nota bene in 2010 door het Internationaal Strafhof van genocide in Darfur is beschuldigd en wordt gezocht. Niet dat íémand daar nog om geeft.

Heel in het kort en dus ongenuanceerd waar het ook weer om ging. In 2003 kwam de Afrikaanse bevolking van Darfur, althans rebellen in haar naam, in opstand tegen de onderdrukking door het Arabische regime. Het regime antwoordde met moord, doodslag, luchtbombardementen, het platbranden van dorpen en etnische zuivering door het leger en gearabiseerde milities als de Janjaweed en de RSF. Hoewel Darfur uit het nieuws raakte – elk onderwerp gaat vervelen, zo cynisch is het wel, en er drong zich nieuwer nieuws op, zoals de ‘Arabische Lente’ in 2011 en de oorlog in Syrië en zijn afgeleiden – hield het geweld niet op. Ik noem twee voorbeelden die door hun gruwelijkheid nog wel éven het nieuws haalden. In 2014 kwam een massaverkrachting door het leger aan het licht en in 2016 onthulde Amnesty International dat het leger herhaaldelijk chemische wapens had ingezet.

Een „succesvolle genocide”, zei de Amerikaanse fotografe Adriane Ohanesian op de Amsterdamse bijeenkomst. De foto’s die tot komende woensdag in het Compagnietheater hangen heeft ze in 2015 in Darfur gemaakt en ze won er in 2016 World Press Photo mee. Nu heeft het regime het gebied voor pottekijkers afgesloten: „een zwarte doos”, noemde ze Darfur.

En precies dat heeft het Westen in staat gesteld zaken te doen met Bashir om migranten hier buiten de deur te houden: Darfur is niet meer zichtbaar. „De paria’s zijn de poortwachters geworden”, zei de Britse journalist Daniel Howden van het onafhankelijke media project Refugees Deeply die eveneens in Amsterdam sprak. Soedan alleen al kreeg tussen 2015 en 2017 215 miljoen euro uit Europa om te helpen migranten tegen te houden. De RSF is niet alleen in Darfur actief, hij houdt ook Eritrese en Ethiopische migranten en vluchtelingen tegen.

Op Internationale Migrantendag op 17 december 2017 onderstreepte de Europese Commissie: „Europa wil het continent blijven van solidariteit, tolerantie en openheid.” Toch doet het zaken met een regime dat in 2016 nog herhaaldelijk chemische wapens gebruikte. Om maar wat te noemen. Ja, het kwaad heeft gewonnen.

    • Carolien Roelants