Commentaar

Politiek betaalde de prijs voor Lubbers’ no nonsense beleid

Met de dood van Ruud Lubbers is woensdag één van de meest markante politici uit de naoorlogse generatie heen gegaan. Dat bleek ook wel uit de reacties. Bijna eensgezind klonk lof door voor de man die in de jaren tachtig op het juiste moment de knop wist om te zetten. Dat hij dat op een geheel eigen en voor velen onnavolgbare wijze deed, werd daarbij op de koop toegenomen. Lubbers dééd iets en daar had het land dringend behoefte aan, zeker na het ‘rampkabinet’ Van Agt-Den Uyl dat niet langer dan negen maanden stand had gehouden.

Lubbers introduceerde het no nonsense beleid. Het was een pakket ingrijpende bezuinigingsmaatregelen bedoeld om het razendsnel stijgende overheidstekort terug te dringen en tevens om een eind te maken aan de almaar oplopende werkloosheid. Lubbers verdiende er bijnamen mee als Ruud Shock en Der Macher. Maar het was natuurlijk niet Lubbers alleen. Integendeel. Lubbers was op dat moment bij uitstek een product van de tijdgeest waar het woord doorpakken met grote letters stond geschreven. Bovendien werd hij geholpen door het ‘Akkoord van Wassenaar’, waarin werkgevers en werknemers afspraken hadden gemaakt over werkgelegenheid in ruil voor loonmatiging.

Er werd indertijd wel gezegd dat premier Lubbers’ grootste geluk was dat hij hierdoor geen last had van fractievoorzitter Lubbers. In die laatste functie had hij het kabinet Van Agt-Wiegel flink dwars gezeten. Dat het rigoureuze bezuinigingsprogramma Bestek 81 van dat kabinet maar in beperkte mate is uitgevoerd, komt voor een belangrijk deel door het tegenwerken van Lubbers.

Daar had premier Lubbers in 1982 geen last van. Hij regeerde op basis van een zeer streng regeerakkoord waaraan de regeringsfracties CDA en VVD zeer stevig gebonden waren. In België regeerde toentertijd Wilfried Martens die zijn omvangrijke bezuinigingsplannen kon invoeren door middel van volmachten die het parlement tijdelijk buiten spel te zetten. Maar in Nederland was het effect van de onaantastbare regeerakkoorden niet veel anders. De politiek werd uitgeschakeld en de technocratie ingeschakeld.

Nog altijd draagt de Nederlandse politiek hier sporen van. Het gebrek aan visie is een terugkerende klacht. Toen Lubbers als jong minister in 1973 zijn entree maakte in de Nederlandse politiek parafraseerde premier Den Uyl het Oude Testament met de woorden: „Waar visie ontbreekt, waar uitzicht ontbreekt, komt het volk om”. Het is duidelijk dat premier Lubbers die woorden in zijn tijd als leider van drie kabinetten niet tot de zijne heeft gemaakt. Hij predikte de nieuwe zakelijkheid die door latere kabinetten werd overgenomen. En ook nu nog heeft Nederland een premier die zegt dat wie visie zoekt naar de oogarts moet.

Visie dreigt al gauw een beladen begrip te worden met herinneringen aan de verzuilde en bekrompen jaren vijftig. Daar is geen behoefte aan. Wel is er behoefte aan richting. Oplossingenmachine Lubbers had dat niet nodig. Zolang problemen optelbaar dan wel deelbaar waren kon hij ermee aan de slag. Maar een complexe en een globaliserende samenleving mag van zijn politieke leiders verwachten dat het niet alleen gaat om het hoe maar ook om het waarom. Het is misschien wel typerend voor de persoon Lubbers dat het hem in 1992 bij de totstandkoming van het Verdrag van Maastricht wel lukte een muntunie tot stand te brengen, maar geen politieke unie. Het ene vereist rekenkunde, het tweede ook iets van idealen.

De naam van Ruud Lubbers zal terecht voortleven als de man die Nederland weer in beweging kreeg. Maar Nederland in beweging houden met richtinggevende ideeën en een levende democratie bleek moeilijker.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.