Regelen was haar tweede natuur

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden.

Evie Kogeldans-Pinas (1935-2018) kwam als vrouw van een profvoetballer uit Suriname naar Venlo.

Evie Kogeldans en haar man Paul ontvangen in 2009 bij voetbalclub Willem II een foto van hun zoon Ruben, omgekomen bij de SLM-vliegramp op Zanderij in 1989. Foto Hans Verbunt/ANP

Evie Kogeldans hield graag de controle. Drie keer in haar leven was ze die helemaal kwijt. Eén keer met een vrolijke aanleiding: toen ze in 2000 ridder in de orde van Oranje-Nassau werd. Twee keer in triestere omstandigheden: bij de dood van haar jongste zoon in 1989 en onlangs, toen ze steeds meer vocht vasthield en van de been raakte. Op 7 januari overleed ze aan hartfalen.

Regelen was haar tweede natuur. In 1976 trad ze aan als raadslid voor de PvdA in Venlo. Ze zou raadslid blijven tot 1994. „In de raad kwam ze bescheiden en rustig over”, zegt Hans Liebregts, die in het verleden raadslid, wethouder en afdelingsvoorzitter was voor de Venlose sociaaldemocraten. „Maar in eigen kring regelde ze de hele bliksemse boel voor haar achterban en rond zaken die haar aandacht hadden. Via de lijn van vrouwen in de raad oefende ze ook invloed uit. Ze genoot veel respect.”

Ze had zich bij de Venlose PvdA in de kijker gespeeld met haar inzet voor buurten, een speeltuin, huurdersbelangenvereniging en minderheden, vertelt Jaap Schoon, die Kogeldans leerde kennen in het onderwijs. De sociaaldemocraten groeiden sterk in de jaren van Den Uyl. „Eef werd met voorkeurstemmen gekozen, omdat ze op heel praktische wijze van alles voor elkaar kreeg.”

Paramaribo

Eveline Esseline Susanna Pinas kwam in 1935 ter wereld in Paramaribo, en groeide op net buiten die stad. Haar moeder gaf haar eennajongste kind (in totaal waren er zes) kort na haar geboorte ‘te leen’ aan haar zus Dina, van wie alle kinderen vroeg stierven. Het meisje zou haar hele jeugd bij haar peettante blijven, die – hoewel analfabeet – in haar eentje een behoorlijk boerenbedrijf met koeien bestierde.

Evie miste haar eigen gezin, maar trok zich ook op aan het voorbeeld van de sterke vrouw die haar opvoedde. Haar eigen moeder was al even krachtig, net als haar oma. Zij had nog als slavin gewerkt. Evie kende de verhalen daarover en kon het nog zien aan de littekens op oma’s polsen.

Het meisje was leergierig en dol op boeken. Ze las haar tante voor uit de kranten en uit de Bijbel. Zo goed, dat die met de opgedane kennis over het geloof belijdenis kon gaan doen. Gegrepen door het doceren ging Evie naar de kweekschool om onderwijzeres te worden.

Voetbalvrouw

Niet veel later liet Paul Kogeldans, een begenadigd voetballer en een paar jaar ouder, zijn oog vallen op Evie Pinas. „Ze had mooie heupen, liep heel statig”, zegt hij. „Ze was echt een verschijning. Andere meisjes konden je afsnauwen. Zij was daarentegen heel beleefd.” Er groeide iets moois tussen de twee. In 1955 werd zoon Gerold geboren. Begin 1957 trouwden ze.

Toen Evie zwanger was van de tweede, kon Paul Kogeldans in Nederland gaan voetballen bij VVV in Venlo. In de zomer van 1957 vloog hij naar Nederland. De aanvaller was op zijn plek in het elftal, waarin ook grootheden speelden als Jan Klaassens en Faas Wilkes. Bij zijn debuut maakte Kogeldans meteen drie doelpunten.

Zes weken na de geboorte van dochter Marlea scheepte Evie zich in voor de boottocht van zes weken naar Nederland. In maart 1958 kwam ze aan. Varend door het Noordzeekanaal, viel haar oog vooral op de wapperende witte was bij de huizen.

Nagestaard

Voor de eerste keer fietsend door Venlo voelde ze zich nagestaard. In alle straten gaapten mensen haar aan. Marlea: „Ze dacht dat het te maken had met haar huidskleur. Achteraf werd haar duidelijk dat je in Nederland rechts hoort te fietsen en niet links zoals in Suriname.”

In de stad werden ze destijds eigenlijk altijd vriendelijk benaderd. Al was het zeskoppige gezin (in Venlo werden nog de zonen Arnseth en Ruben geboren) wel een bezienswaardigheid. „Duitse kooptoeristen spraken bewonderend over die schwarze Wunderkinder”, zegt Marlea.

Dochter Marlea had later in haar kinder- en tienerjaren wel eens ervaringen met racisme. Daarbovenop kwamen beelden van de burgerrechtenstrijd in de Verenigde Staten en de apartheid in Zuid-Afrika. „Zwarte identiteit werd voor mij een issue. Ik ging erover lezen en werd eigenlijk alleen nog maar bozer. Bij al die kwaadheid ergerde ik me openlijk, als ik zag met welke in mijn ogen van toen onbenullige zaken mijn moeder bezig was. Later werd ik milder en zag ik dat ze oog had voor de essentie van politiek: de alledaagse problemen van mensen proberen op te lossen. Mijn moeder miste dat een beetje bij veel PvdA’ers van tegenwoordig.”

Toen Marlea in 1998 namens de PvdA wethouder werd in Diemen hebben ze nog samen een interview gegeven. „Evie als het eerste vrouwelijke zwarte raadslid en ik de eerste vrouwelijke zwarte wethouder in een Nederlandse gemeente.”

Willem II

Ruben, het in 1967 geboren nakomertje, bleek de voetbalgave van zijn vader te bezitten. „In veel andere opzichten leek hij op zijn moeder”, zegt zijn zus Marlea. „Hetzelfde natuurlijke overwicht. Ook hem zou je nooit horen vloeken. Ruben had daarom een speciaal plekje bij mijn moeder. Hij was haar beste vriend. Zijn woorden telden. Als hij zei dat er geen suiker meer moest worden gebruikt, dan verdween de suiker van tafel.”

Ruben was verdediger bij de Tilburgse profclub Willem II toen hij begin juni 1989 met het Kleurrijk Elftal naar Suriname afreisde voor een toernooi. Vlak voor de landing stortte hun toestel neer bij vliegveld Zanderij. Negen bemanningsleden en 167 van de 176 passagiers kwamen om het leven, onder hen Ruben. Marlea: „Natuurlijk nam Evie gillend en huilend kennis van het nieuws. Daarna begon ze net als altijd te regelen. Tijd om het verdriet echt te verwerken gunde ze zich niet.”

In Evies huis herinnert een hele wand aan Ruben. Er hangen foto’s van hem en zijn elftallen plus zijn ingelijste Willem II-shirt. „Ze kon niets opruimen wat aan Ruben herinnerde,” vertelt zijn zus. „Zelfs een oude eetkamerstoel mocht niet weg, want daar had hij nog op gezeten. Op onverwachte momenten kon ze erom gaan huilen. Toen in 2011 de sporthal van zijn middelbare school de naam van Ruben kreeg, was ze nog altijd te emotioneel om het woord te voeren.”

Suggesties voor deze rubriek zijn welkom op necrologie@nrc.nl
    • Paul van der Steen