Opinie

    • Rosanne Hertzberger

Nieuwe generatie vindt Youp niet zo grappig

Deze week maakte Heineken zijn jaarcijfers over 2017 bekend en die zagen er rooskleurig uit: winstgroei en omzetgroei, mede dankzij de succesvolle introductie van het nieuwe alcoholvrije merk 0,0. Ik dacht aan Youp van’t Hek en zijn strijd tegen alcoholvrij Bucklerbier. „Ga in de kerk drinken”, riep de entertainer tijdens de conference 1989. Grapje natuurlijk, maar die grapjes hadden dertig jaar geleden wel de potentie om een merk kapot te maken.

Ik vraag me al een tijd af of ik iets over de achterkant-man moet schrijven. Vorig jaar schreef ik een column over de adverteerders van GeenStijl en toen volgde de terechte vraag: „Waarom mag Youp wel wat GeenStijl niet mag?” Het enige wat ik erop kon verzinnen was dat de achterkant-man een aflopende zaak was, terwijl GeenStijl de nieuwe online realiteit vormde.

Maar uiteindelijk is er inderdaad niet zoveel verschil tussen Youp en de online hooligans. Ze schrijven allemaal wekelijks voor een miljoenenpubliek over wat ze allemaal zogenaamd niet meer mogen schrijven. Net als op GeenStijl zijn in Youps columns zwarte mensen dobber- of kankernegers, worden homo’s pisnichten genoemd en zijn vrouwen sloeries, snollen of hoeren. Het heeft allemaal een hoog ‘twee tieten in een envelop’-gehalte. Ik heb geen verstand van humor en al helemaal niet van entertainment, maar lekker stout is het in ieder geval wel, zeker in deze tijden van stevige taalverschuivingen. Nu allerlei media hard bezig zijn hun taalregels op te schonen, is Youp al een paar weken met zichzelf in debat over de vraag of hij het allemaal nog wél mag zeggen. Hij verdedigt zijn scheldrechten met hand en tand tegen de imaginaire bedreigers van zijn vrijheden.

Mag ik even meedenken? Ik vermoed namelijk dat er sprake is van een misverstand. De nieuwe taalstrijd gaat helemaal niet over wat wel en niet mag. Het gaat over de vraag of je de lachers op je hand hebt of dat mensen je aankijken alsof je een een beetje seniele bejaarde bent die met veel consumptie en een lange sliert prei in de baard aan het kerstdiner een niet zo grappige mop vertelt. Ik zat laatst aan tafel met zo’n oudere schrijver die en plein public erover sprak dat hij Michelle Obama zo’n geweldige trotse negerin vond. „Dat mag ik toch wel zeggen?” Er viel een ongemakkelijke stilte. Iemand grinnikte nog voor de vorm. Het was een nieuwe tijd.

Ooit gaf ik practicum aan een twintigjarige student die zich beklaagde over een nieuwe versie van Excel. Hij kon niets meer vinden en hield vol dat hij gewoon voor altijd de oude versie zou blijven gebruiken, Excel 2007 ofzoiets. Het leek me een doodlopende weg. Je kon toch moeilijk de rest van je leven WordPerfect 1999 blijven gebruiken. Een update links laten liggen is toch een beetje sterven. Begin van het einde.

Zo is het ook met taal. Je kunt er eindeloos over bakkeleien wat logisch is, wat consistent is, maar taal volgt die regels niet. Uiteindelijk wordt er gewoon een update doorgevoerd. Sommige aspecten van zo’n update blijken achteraf overtrokken, en worden teruggedraaid (ik zet mijn geld op onzijdige voornaamwoorden en andere genderneutrale taal als onnodige en ietwat aanstellerige aanpassingen). Je kunt ervoor kiezen om halsstarrig de oude versie te blijven gebruiken. Maar beklaag je niet als de rest van de wereld wel gewoon verder trekt en men zijn schouders ophaalt als je uiteindelijk in je eentje op het dorpsplein verwoed “Neger! Neger! Neger!” staat te roepen.

Uiteindelijk gaat het er niet om wat Youp wel of niet mag zeggen. Het gaat erom wie de dienst uitmaakt, wie bepaalt welk bier we drinken en welke taal we spreken. En hoe vervelend je het ook mag vinden, de nieuwe generatie die aan de knoppen zit is ernstiger, idealistischer, hoger opgeleid, duurzamer, preutser. Ze drinken alcoholvrij bier, ze rijden elektrisch, ze sporten zich een ongeluk. Zijn ze humorloos? Misschien. Of is het een ander soort humor? Zijn ze snel geschokt door een scheldende oude man? Integendeel. Het probleem is juist dat we alles wel zo’n beetje gezien hebben. Elke harde grap is inmiddels de revue gepasseerd. Elke denkbare ranzigheid, elke gruwelijke agressie, elke vernedering hebben we online voorbij zien komen. Youp mag alles zeggen wat hij wil. De vraag is wie het nog grappig vindt.

Rosanne Hertzberger is microbioloog
    • Rosanne Hertzberger