Column

Kordaat

Ik ben zo’n type dat tussen vechtersbazen springt, achter tasjesdieven aan gaat en er als de kippen bij is als er ergens eerste hulp moet worden verleend (en ik heb niet eens een EHBO-diploma).

Eerlijk gezegd schaam ik me een beetje voor deze eigenschap, want hoewel ik er de beste bedoelingen mee heb, bespeur ik bij mezelf ook wel iets van bemoeizucht of sensatiezucht zelfs. Bovendien is het nog onverstandig ook, zeker in een grote stad als Rotterdam. „Jij krijgt op een dag nog eens een mes tussen je ribben”, roepen mijn zoons al jaren. Liever zou ik zijn zoals mijn echtgenoot, die bij naderend onheil gewoon een blokje omfietst of snel de andere kant op kijkt.

Dat mes tussen mijn ribben heb ik tot dusver nooit gekregen, maar ik heb al wel een aantal blunders begaan. Zoals die keer dat ik een bewusteloos verkeersslachtoffer iets te fanatiek achter het stuur vandaan trok, omdat ik bang was dat haar auto in brand zou vliegen. Van de brandweer kreeg ik een standje, want ik had haar niet mogen verplaatsen vanwege mogelijk nek- of rugletsel. Wist ik veel.

Of die uitglijder in mijn eigen wijk Blijdorp, waar ik midden in de nacht (met een wijntje te veel op) ooit twee jongens ‘staande hield’, omdat ik dacht dat ze een auto aan het stelen waren. „Halt, politie!” schreeuwde ik en blufte dat ik een agent in burger was. Geschrokken liepen de twee op mijn commando gedwee mee naar het dichtstbijzijnde politiebureau (de mobiele telefoon bestond nog niet). De jongens beweerden dat het slechts om een „studentengrap” ging en dat ze alleen het embleem van de motorkap hadden willen stelen, maar daar trapte ik natuurlijk niet in. Tot bij aankomst bleek dat het bureau gesloten was en ik me gedwongen voelde mijn ware identiteit op te biechten. De knullen reageerden vol ongeloof: „U moet actrice worden!”. Samen rookten we op de stoep van het bureau nog een vredes-sigaretje.

Vorige week was het weer raak. Pal onder mijn neus – en die van mijn echtgenoot – werd bij het stoplicht aan de Walenburgerweg een pizzakoerier beroofd van zijn pizza. Terwijl de scooter op groen licht stond te wachten, zagen wij hoe de bestuurder van een Golfje uit zijn auto stapte en de koerier vanachter besloop. Voorzichtig opende hij de pizzabak en liep met een pizzadoos stilletjes terug naar zijn auto. Ik rende de staat op en sprong voor de auto, zodat de dief geen kant meer op kon. Achter de voorruit zag ik twee jongens slap van het lachen over het dashboard hangen, terwijl ik daar mijn leven stond te wagen voor een pizza. Vanuit mijn ooghoek zag ik hoe mijn man zich op zijn voorhoofd tikte. Genegeerd liep ik verder en zwaaide nog even naar de pizzadieven.

„Het is ook eigenlijk best een goeie grap”, zei ik tegen mijn man, die hoofdschuddend naast me liep. In de verte zagen we hoe de nietsvermoedende pizzakoerier zijn weg vervolgde naar zijn klant met een lege bak.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.