Kinderen al vóór hun geboorte onderzoeken

Generation R Next

Het grootschalige onderzoek naar de ontwikkeling van kinderen heeft in 16 jaar veel opgeleverd, dit jaar start een nieuwe groep.

Foto Andreas Terlaak

Het is eigenlijk van de zotte, zegt Vincent Jaddoe, dat vrouwen in Nederland pas bij 12 weken zwangerschap een eerste controle krijgen. Want als er voor één ding aanwijzingen zijn, is het wel dat de eerste maanden van de zwangerschap bepalend zijn voor de gezondheid van een kind. „Dan wordt de basis van de hersens, de rug, het hart, de longen – eigenlijk alle organen – aangelegd. Als je iets zou kunnen bijsturen, dan is het in díe fase.”

Jaddoe is hoogleraar en kinderarts in het ErasmusMC/Sophiakinderziekenhuis en projectleider van Generation R, het wereldwijd unieke onderzoek in de wereld naar de ontwikkeling van kinderen.

Daarom gaan de onderzoekers van Generation R kinderen vanaf nu volgen vóórdat ze zijn geconcipieerd. Ja, echt. Ze gaan het dieet, de BMI, de baarmoeder, bloedvaten, drankgebruik en rookgedrag van moeders meten vóór de conceptie en in de eerste weken erna. Bij zeven weken zwangerschap krijgen de moeders hun eerste echo. En ze zullen de ontwikkeling van de kinderen die daar uit voortkomen blijven volgen. Tot ze volwassen zijn.

In consultatiebureaus, bij huisartsen en verloskundigen – overal in Rotterdam hangen de posters die aanstaande moeders oproepen om mee te doen aan Generation R Next. Jaddoe en zijn collega’s hopen dat het onderzoek net zo’n succes wordt als Generation R.

10.000 kinderen

Generation R begon 16 jaar geleden met 10.000 kinderen uit alle mogelijke Rotterdamse milieus en nog altijd doen 7.000 kinderen mee. Die zijn nu 12 tot 15 jaar en komen elke drie jaar langs. Zelfs kinderen die verhuisd zijn uit de stad, komen terug voor het onderzoek. Ze bouwen zo een wereldwijd unieke verzameling gegevens op over een generatie kinderen, gevolgd vanaf de baarmoeder tot volwassenheid. Er doen meer dan 100 onderzoekers aan mee: gynaecologen, psychologen, neurologen, oogartsen, tandartsen.

In een speciaal onderzoekscentrum midden in het Sophiakinderziekenhuis worden de kinderen gewogen, gemeten en wordt bloed afgenomen. Ze vullen uitgebreide vragenlijsten in. Hun ogen worden getest, de huid, tanden, conditie, gehoor en gedrag. Sinds een paar jaar gaan ze zelfs door een MRI-scan om hersens, longen, hart en heupen te bekijken. De kinderen zijn om de drie jaar een hele middag zoet. Soms, vertelt Jaddoe, stuit de arts zo op een afwijking bij een individueel kind waar meteen iets mee moet gebeuren.

Met de gegevens wordt veel onderzoek gedaan. Soms haalt dat het nieuws. Onlangs nog bleek uit studies van Generation R dat veel kinderen bijziend worden doordat ze te vaak en te lang achter elkaar naar computerschermen en smartphones kijken. Bijziendheid kan later leiden tot blindheid. Eerder toonden ze aan dat het Mediterrane voedingspatroon van moeder, met veel groente, fruit, vis en plantaardige olie, een „gunstig” effect heeft op de groei van het kind en de bloeddruk van de moeder tijdens de zwangerschap. Dat depressieve vaders een grotere kans hebben op een huilbaby en dat cannabisgebruik tijdens de zwangerschap kleinere kinderen oplevert.

Om die reden beginnen de onderzoekers nu met Generation R Next. Ze willen de leefstijl van ouders al voor de zwangerschap onderzoeken, en de ontwikkeling van het kind in de eerste 8 weken vastleggen. Ook gaan ze resultaten van FR alvast toepassen bij de kinderen van Next in de vorm van adviezen en zwangerschapszorg.

En kijken of dat effect heeft. Dus vrouwen die te weinig buiten komen, en zo zonlicht missen, zullen ze extra vitamine D geven omdat dat betere longen en botten oplevert. De 40 procent zwangere Rotterdamse vrouwen die geen foliumzuur slikt, zullen ze aanraden dat wel te doen omdat je dan minder kans hebt op een kind met een openruggetje. En de 20 procent zwangere Rotterdammers die rookt, dringend adviseren dat niet te doen. Jaddoe: „Je zou denken dat alle jonge moeders dit soort dingen weten, er is zo veel over geschreven en gezegd. Maar er zijn heel veel moeders in Rotterdam die het niet weten of er in elk geval niks mee doen.”

Rotterdam is dan ook een stad met „uitdagingen”, zegt Jaddoe. Er is relatief veel armoede: Rotterdam telt de meeste ‘arme’ gezinnen van Nederland, volgens het CBS. 15 procent van de gezinnen leeft van 1.370 euro bruto (alleenstaande ouder met één kind) of 1.940 euro (een paar met twee kinderen). Er wonen relatief veel laagopgeleide of werkloze ouders en vele etnische minderheden.

Ambitieus

Jaddoe: „Je kunt elk probleem afzonderlijk behandelen maar we zien dat problemen en gezondheidseffecten zich clusteren bij bepaalde groepen. We weten bijvoorbeeld dat moeders met een Turkse achtergrond relatief vaker roken tijdens de zwangerschap, en een grotere kans hebben op vitamine-D gebrek. Of een gezin dat leeft in armoede waar het hele gezin slecht eet en weinig beweegt. We weten ook dat hoogopgeleide vrouwen met een Nederlandse achtergrond vaker – matig – alcohol gebruiken tijdens de zwangerschap.”

Er zijn tal van factoren in de ontwikkeling van kinderen waar Jaddoe en zijn collega’s niets aan kunnen veranderen, erkent hij: luchtverontreiniging (die astma veroorzaakt), sportfaciliteiten, ruimte om veilig buiten te spelen. „We kunnen de schadelijke effecten laten zien, maar alleen de overheid en gemeente kunnen er iets aan veranderen.” Aan huwelijksproblemen of werkloosheid bij ouders, kunnen de artsen ook weinig doen.

Ze richten zich daarom op de factoren die ze wel kunnen beïnvloeden: dieet, gezond drinken, tanden poetsen, beweging stimuleren.

In de loop van 16 jaar zijn veel vragen die ze aan de kinderen stellen veranderd. „In het begin vroegen we hoeveel uur ze televisie kijken per dag. Nu gaat dat over youtube, sociale media en games. Energiedrankjes bestonden niet, nu wel. Jaddoe: „Ik hoop dat we over tien jaar, als de interventies bij Generation R Next hun waarde hebben bewezen, echt nieuwe zorg kunnen bieden aan alle toekomstige ouders en kinderen in Nederland.” Ambitieus? „Ja, dat is het zeker. Maar dat moet ook, om tot wezenlijke nieuwe inzichten en verbeteringen te komen.”