Denk-lijsttrekker Stephan van Baarle: „Integratie is niet voor mensen die hier al generaties leven.”

Foto MARTIJN BEEKMAN/ANP

‘Integratie is een kunstmatige term’

Stephan van Baarle

Denk streeft naar ‘wederzijdse acceptatie’. „Er wordt gedaan alsof een groep mensen disloyaal is aan de samenleving.”

De lijsttrekker van Denk in Rotterdam heet geen Kuzu, Oztürk of Azarkan. Hij heet Stephan van Baarle, is niet islamitisch maar agnost en spreekt alleen „steenkolenturks”, zegt hij. „Ik kan de weg vragen. Ik kan een brood bestellen.”

Van Baarle (26) draagt de naam van zijn Nederlandse moeder die hem alleen opvoedde in Vreewijk in Feijenoord. De familie van zijn vader komt oorspronkelijk uit de Turkse kustprovincie Rize bij Georgië en woont in Izmir bij Istanboel.

Op school en op zijn voetbalclub zag hij vroeger hoe „achtergrond of de portemonnee van je ouders je kansen bepalen”. Het stimuleerde hem om voor de studie sociologie te kiezen, hij studeerde af in ‘grootstedelijke vraagstukken en beleid’. „Als socioloog lees je eindeloos rapporten over ongelijkheid. Toen dacht ik: dan moet ik er ook zelf iets aan doen.”

Hij kwam in contact met Kamerlid Tunahan Kuzu die bezig was met de oprichting van Denk (2015). Van Baarle werd directeur van Statera, het wetenschappelijke bureau van de partij. Hij is als beleidsmedewerker voor Denk in Den Haag gespecialiseerd in sociale zaken en onderwijs. Vorig jaar stond hij bij de Tweede Kamerverkiezingen op de vijfde plaats.

Denk wil Rotterdam armoede- en schuldenvrij maken, volgens het verkiezingsprogramma. De partij wil meer kansen voor kwetsbare jongeren zoals schoolverlaters en onderwijs over Rotterdam, van het slavernijverleden tot het bombardement. Denk is tegen de Woonvisie van het huidige college en het verdwijnen van 20.000 sociale huurwoningen. De Rotterdamwet om de concentratie lage inkomens in zwakke wijken te verminderen, moet van tafel.

De „keiharde bestrijding” van discriminatie en racisme, domineert het verkiezingsprogramma. Denk wil onder meer veroordeelden voor discriminatie verplicht voorlichting geven en een ‘contacttaakstraf’ voor een ontmoeting met de slachtoffers. Etnisch profileren door de politie moet gestopt worden. Denk wil ook een ‘diversiteitsraad’ om het stadsbestuur te ondersteunen en een migratiemuseum openen in de stad.

Bent u vroeger zelf gediscrimineerd? Uw naam is Nederlands.

„Ik ken het fenomeen zeer zeker. Ik heb het op school wel eens meegemaakt. Dat mensen opmerkingen maakten. Die herhaal ik liever niet. Het was voor mij een eyeopener dat mensen een ander labeltje op je gaan plakken als ze eenmaal beseffen dat je een dubbele identiteit hebt.”

Denk is tegen het ‘spierballenbeleid’ van dit college, meer wel zero tolerance rond discriminatie. Kun je dat wel bestrijden met strafrecht?

„Ja, maar niet alleen. Daarom hebben pleiten we ook voor zachte maatregelen en belonen. Zoals ‘vriendschapsscholen’ tegen segregatie waarbij kinderen van verschillende scholen samenwerken, een diversiteitsprijs, en gemeentelijke aanbestedingen voor bedrijven die discriminatie en racisme actief tegengaan. Een ‘educatieve maatregel discriminatie’, zoals voorlichting over alcohol in het verkeer voor overtreders, is weer een alternatieve straf. Je kunt mensen wat leren over de rechtsstaat, waarom discriminatie niet bevorderlijk is voor de samenleving.”

In het programma staan veel maatregelen voor ‘wederzijdse acceptatie’. Wanneer ben je geaccepteerd?

„Acceptatie hangt samen met de invulling van burgerschap. Er zijn partijen die dat etnisch inkleuren, of cultureel – zoals de retoriek van het CDA en de VVD dat onze normen en waarden onder druk staan. Het wordt zelfs een culturele karikatuur als de VVD zich als liberale partij bezig houdt met hoe mensen Pasen vieren en zwemmen. Bij ons is burgerschap gebaseerd op de constitutie, want dat is het sluitstuk van een democratisch gelegitimeerd proces. Burgerschap betekent gelijkwaardigheid voor iedereen en vrijheid van godsdienst en onderwijs. Dat is de acceptatie die wij nastreven.”

In Rotterdam is er het ‘Turkenprobleem’. Er zijn onderlinge spanningen, zoals met de Koerden. Het liep hoog op met Erdogan-aanhangers, na de Turkse couppoging en later bij het Turkse consulaat. Nu zijn de betrekkingen met Turkije bevroren. Ziet u een rol voor Denk weggelegd?

„Ik vind de term die u gebruikt, Turkenprobleem, dat vind ik al zo… Er wordt gedaan, met Leefbaar Rotterdam voorop, alsof een grote groep mensen disloyaal is aan de samenleving. Mensen die met een Turkse vlag zwaaien staan, na een couppoging in een land waar ze familie hebben, dat zijn Rotterdammers die daar staan. Nederlanders. Een Turkse vlag doet daar niets aan af. Het is stukje demonstratievrijheid. Aan de andere kant zie je ook mensen met een Israëlische vlag zwaaien. Ook prima, dat is ook demonstratievrijheid.”

Er zijn ongeveer 50.000 Rotterdammers met een Turkse achtergrond, van wie een grote groep in meer of mindere mate sympathie voor Erdogan zou hebben. Kunt u begrijpen dat er zorgen zijn als Erdogan Nederland een fascistisch land noemt?

„Ik denk dat dat het gevolg is van het feit dat dit enorm opgeblazen en gepolitiseerd is in verkiezingstijd in Nederland. Als we een premier hebben die ‘pleurt op’ roept, en [CDA-leider, red.] Buma die roept dat de integratie van de Turkse Nederlanders volslagen is mislukt. Eén ding is heel belangrijk nu de verhoudingen tussen Europa en Ankara op scherp staan: deëscalatie. Dat moet van twee kanten komen.”

U koppelt deze kwestie geheel los van het integratievraagstuk?

„Ik denk niet meer in termen van integratie. Ik vind dat een contraproductieve, kunstmatige term die mensen buiten de samenleving plaatst. Wij zeggen nadrukkelijk: integratie is voor nieuwkomers, niet voor mensen die hier al generaties leven.”