Column

Een mens

Hoe verschrikkelijk is het falen van Sven Kramer op de 10 km in Pyeongchang? Is er reden om de platte kar door rouwpaarden te laten trekken? Er is in schaatsend Nederland een soort hysterie van het verlies uitgebroken die voorbijgaat aan het wezen van sport: verliezen is ook kunst.

Kramer zit in het straatje van Johan Cruijff. Fenomeen dat de WK-titel als ultieme doel nooit heeft bereikt. Is daarmee de monstrans Cruijff afgebladderd? Integendeel, hij is met de jaren nog meer fenomeen geworden. Na hem is Oranje er ook niet in geslaagd de beste van de wereld te worden. Ach, de verloren finale in 2010 in Zuid-Afrika is reeds lang verteerd. Verlies werkt langer na bij een individuele kampioen dan in groepsverband. Sven zelf ziet nu even de volheid van zijn prijzenkast niet meer en het goud op de 5.000 meter gaat de achterzak in, als drinkgeld.

De pijn van het falen zat reeds voor de kloterace in het hoofd van de Fries. Toen hij de tijden van zijn uitdagers in het gezicht kreeg geworpen, eerst die van Jorrit Bergsma, later die van Ted-Jan Bloemen, brak er iets. Kramer was zowaar geïntimideerd en begon aan een verloren rit. Het sprookje spatte uiteen.

In teleurstellingen ontwaakt rellerig Nederland. Jorrit Bergsma werd geconfronteerd met pogingen tot matchfixing van zijn coach Jillert Anema, vier jaar geleden in Sotsji. De anders zo introverte Jorrit verdacht Kramer ervan aanstoker te zijn van een hetze. Het eindigde met excuses.

Het falen van Kramer frustreerde de hele Nederlandse schaatskolonie in Pyeongchang. Over Bergsma die een formidabele tijd klokte op de 10 kilometer en zilver won, werd nog nauwelijks gesproken. Genegeerd worden na een olympische medaille doet pijn. Het is ook de pijn van verlies.

De roes om de schitterende prestaties van Carlijn Achtereekte, Ireen Wüst, Jorien ter Mors, Kjeld Nuis, Sjinkie Knegt en Yara van Kerkhof was ineens uitgeronkt. Pas terug thuis, in hun dorpen, zullen ze nog een keer overladen worden met verdiende egards. In Pyeongchang wordt hun gouden status overschaduwd door een rouwstemming om Sven. Dat is niet alleen idioot, het is ook onrechtvaardig. Was de race van Jorien ter Mors dan niet buitenaards? Zelden een grotere machtsontplooiing op de schaats gezien. Alsof ze nooit fragiel en breekbaar was geweest. Jorien zoefde over de meet met de allure van een opgevoerde brommer.

In de schielijke zij het late ontdekking dat Sven Kramer ook maar een mens is, ging het geluk van de prachtige medaillewinnaars mee in quarantaine. Alsof we maar één held hebben, met wat voetvolk eromheen. Kramer is de grootste van zijn generatie, maar dat betekent niet dat het succes van al die anderen tweederangs is. Toch is dat het gevoel dat over deze Winterspelen is neergedaald. Het lijkt op blinde adoratie van een eenpersoonsstaat. Hoezo, nuchter Friesland?

Complotten in de sport zijn meestal hersenspinsels van frustraten. Als Kramer de 10 kilometer had gewonnen, zou de vermeende matchfixing van een Nederlandse coach wellicht nog een tijdje onder de pet van het NOC*NSF zijn gebleven. Sjoemelberichten zijn de perfecte brandstof om de aandacht af te leiden van een debacle. Overigens is de gedachte dat in de schaatswereld nooit afspraken worden gemaakt of gunsten verleend behoorlijk naïef. De dames en heren zijn ook maar een mens.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.