Opinie

    • Caroline de Gruyter

Bloedbad

‘Als de filosoof naar de maan wijst”, wil een Boeddhistisch gezegde, „kijkt de idioot naar de wijzende vinger.” Als Europese regeringen blijven focussen op zo laag mogelijke afdrachten aan de Europese Unie, in plaats van op wat Europa werkelijk nodig heeft, kijken ze niet naar de maan, maar naar de vinger.

Iedereen voorspelt: de onderhandelingen over de komende meerjarenbegroting van de Europese Unie (2021-2027) worden een bloedbad. Nu zijn onderhandelingen over Europese meerjarenbegrotingen elke zeven jaar een bloedbad, omdat elk land altijd één doel heeft: zo min mogelijk geld aan de Europese pot betalen en er zoveel mogelijk aan subsidies uithalen. Ditmaal wordt dat een graadje erger, omdat het Verenigd Koninkrijk vertrekt: een groot land, en een nettobetaler.

Brexit slaat een gat in de Europese begroting van 12 tot 15 miljard euro per jaar. Europese belastingen of extra nationale contributies moeten dat opvullen, óf er moet flink gesnoeid worden in de uitgaven. Zelfs dat laatste is gecompliceerd: iedereen wil alleen snijden in andermans subsidies, niet in zijn eigen subsidies.

Mensen denken bij de Europese begroting vaak aan een geldverslindend monster. Maar de Europese begroting is maar 1 procent van het Europese bruto binnenlandse product. 6 procent daarvan gaat op aan overhead (minder dan in de stad Parijs), de rest vloeit in de vorm van projecten terug naar de lidstaten. Volgens Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker kost de EU per Europeaan ongeveer „een kop koffie per dag”. Maar NRC berekende dat een kop koffie gemiddeld 1 euro 54 kost, terwijl de EU per burger 72 cent per dag kost. Ofwel, een halve kop koffie.

Hoe kun je dit geld zo goed mogelijk besteden? Vraag het de Balten, die panisch zijn over de Russische dreiging. Zij willen het aan grenscontroles en defensie besteden. Nederland gaat voor innovatie, en aanverwante onderwerpen. De Hongaren, grote netto-ontvangers, kiezen structuurfondsen – gelden waarvan, zei een Hongaarse diplomaat laatst, „70 tot 75 procent wordt opgestreken door Duitse aannemers en leveranciers, dus het is denigrerend om van ‘subsidie’ te spreken.” Enfin.

De Franse oud-europarlementariër Jean-Louis Bourlanges zei laatst tegen het blad Questions Internationales dat Europeanen „elkaar meer dan ooit nodig hebben, maar steeds minder bereid zijn solidair te zijn en een gemeenschappelijk doel na te streven”.

Je ziet die fragmentatie ook op nationaal vlak: small is beautiful, van Catalonië tot Schotland. Dit loyaliteitstekort is alleen op te lossen, zegt Bourlanges, als je opnieuw formuleert waar Europa voor dient. Waar gaat het heen? Waar liggen de grenzen? Wat zijn de uitdagingen en bedreigingen? Wat willen Europeanen alleen doen en wat samen?

Het probleem is alleen: Europa kan nooit einddoelen definiëren. Dat is de natuur van het beestje. Omdat elk land zijn eigen perspectief heeft, en een veto over dit soort kwesties in Brussel, zijn er altijd landen die het einddoel verwerpen. Een van de hoogste Europese ambtenaren zei laatst: „Wij kunnen alleen vooruit als we de ware bestemming enigszins vaag houden.” Burgers, zei hij, vragen om duidelijkheid. Terecht. „Maar zodra wij duidelijke doelen voorstellen, blokkeren de lidstaten die, zo simpel is het. De politieke wil ontbreekt.” Nu Europa wordt omringd door conflicten en chaos, en er méér geld moet naar zaken als cybersecurity, defensie, migratiemanagement en diplomatie, is dit gebrek aan politieke wil een probleem. Het geld moet ergens vandaan komen.

Brexit maakt dit allemaal extra nijpend. Maar tegelijkertijd kan het Britse vertrek als breekijzer fungeren. Sommigen zien eindelijk in hoe belachelijk het is om 45 procent van de EU-begroting aan Landbouw te besteden. Anderen staken hun verzet tegen Europese belastingen, omdat hun staatskas wordt ontlast zodra de EU eigen inkomsten heeft. Het zou prachtig zijn als we door Brexit eindelijk de maan een beetje zien.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.
    • Caroline de Gruyter