Archief Rode Kruis: het drama van Nathan

Oorlogsarchief

Nathan Aandagt is niet vergeten. Zijn kaartje, dat bij het Rode Kruis was, gaat nu naar het Nationaal Archief.

Informatie over joden in Westerbork, zoals dit van Nathan Aandagt, stond op kaartjes van het Rode Kruis. Foto Rode Kruis

Zomaar een naam: Nathan Aandagt. Een Joodse Rotterdammer, eigenaar van een snuisterijenwinkel op de Hoogstraat nummer 115. Galanterieën, zo noemden ze dat – volgens het woordenboek „sierlijke snuisterijen, veelal met de bijgedachte van goedkoopheid en geringe kunstwaarde”. Tot het bombardement op 14 mei 1940 was Aandagt & Zn. een van de vele zaken in de drukste winkelstraat van Rotterdam. Die middag werd de winkel, met de hele Hoogstraat en een groot deel van de stad weggevaagd in vuur.

Een paar jaar later schrijft een vaste hand in rode potloodletters op een roze systeemkaartje: ‘Trspt 23 10 42’. Het is een medewerker van de Joodse Raad, die de administratie van kamp Westerbork beheert. Een karig kaartje is het. Met de naam van Aandagt, zijn geboortedatum (25 maart 1879), zijn woonadres in Rotterdam (Oostzeedijk 284A) en de datum waarop hij in het doorgangskamp in Drenthe is ingeschreven (15 oktober 1942). Dan in de rode letters de datum dat hij op transport werd gesteld: 23 oktober. Drie dagen later arriveert hij in Auschwitz, waar hij direct wordt vermoord – dat staat weer op een ander dossierkaartje. De hele vernietiging van Nathan Aandagt is in acht dagen geschied en vastgelegd.

Nathan Aandagt is een van de 1,5 miljoen namen die voorkomen in het zogenoemde Oorlogsarchief van het Rode Kruis. Dat archief, 1,3 kilometer lang, is vrijdagmiddag overgebracht naar het Nationaal Archief in Den Haag, waar het de reusachtige oorlogscollectie aanvult, met de dossiers van de Bijzondere Rechtspleging en van het Nederlands Beheersinstituut. Alles bij elkaar kunnen geïnteresseerden vanaf nu in Den Haag zo’n 10 kilometer archief over de Tweede Wereldoorlog raadplegen.

Sinds het uitbreken van de oorlog hield het Rode Kruis informatie bij over onder meer vermiste personen, slachtoffers van bombardementen en krijgsgevangenen. Na de bevrijding werd het Oorlogsarchief, waaraan ook andere collecties werden toegevoegd, de leidraad voor familieleden en andere nabestaanden die wilden weten wat er met deze of gene was gebeurd. Die belangstelling is levend gebleven tot op de dag van vandaag. Het Rode Kruis ontving jaarlijks vele duizenden verzoeken om informatie. „Anno 2018 komen er nog altijd zo’n 1.200 verzoeken per jaar binnen om uit te vinden wat er in de Tweede Wereldoorlog met een familielid is gebeurd”, schrijft de organisatie in een persbericht.

De collectie van het Rode Kruis is „een uniek archief met informatie over de oorlogservaringen van duizenden gewone burgers”, schrijft Raymund Schütz, als historicus werkzaam bij het Rode Kruis, in het pas verschenen boek De deportaties uit Nederland 1940-1945. In dit boek wordt de geschiedenis geschreven van het archief zelf, maar vooral van enkele mensen van wie de dossiers zijn bewaard. Het meisje Edith Rosey Beek, bijvoorbeeld, dat een dag na haar negende verjaardag werd opgepakt. In het archief is een foto van haar te zien, met een reuzenstrik in het haar. Haar ouders en haar broer hadden de oorlog overleefd en stuurden een brief naar de autoriteiten met de foto erbij, dan konden ze haar beter zoeken. Vergeefs, ze bleek direct na aankomst in Auschwitz te zijn vermoord.

Helemaal ‘zomaar’ gekozen is de naam van Nathan Aandagt niet. Op nrc.nl verscheen op 14 mei 2015 de eerste aanzet tot een digitale reconstructie van de verdwenen Hoogstraat. Per pand wordt daar in kaart gebracht wie er werkte en wie er woonde tot het fatale bombardement. Liefst met informatie van de bewoners en ondernemers zelf, van directe nabestaanden of kennissen.

Zo hoorde NRC over Nathan Aandagt van Elizabeth Oudenaarden-Van Yperen, die destijds als veertienjarige leerling-verkoopster in de zaak van Aandagt werkte. Ze vertelde dat ze 2,50 per uur verdiende. Dat de zaak op zaterdag tot tien uur ’s avonds geopend bleef, maar dat zij als jong meisje niet tot sluitingstijd hoefde te blijven. Wél moest ze die dag steevast slagroomgebak halen bij banketbakker Brummelkamp op nummer 194. Daarmee vierde de familie Aandagt de sabbat.

    • Bas Blokker