Opinie

Vrij verkrijgbaar: humane dood

Euthanasie Is de dood straks maakbaar en de arts niet langer strafbaar? schetst de toekomst van euthanasie.

Illustratie Cyprian Koscielniak

In 1755 schreef de Schotse filosoof David Hume: „Ik geloof niet dat iemand ooit zijn leven weggooide terwijl het nog de moeite waard was.” In deze mededeling ligt meteen de mogelijkheid besloten dat een mens zijn leven wel degelijk mag weggooien als het ophoudt iets te bieden. Een dergelijke, ook in de achttiende eeuw nogal zeldzame, nuchterheid is kenmerkend voor de ironische Schot. Hume bood dat spektakel waar christenen nog altijd een beetje maagzuur van krijgen: een goedlachse, deugdzame, scherpe, erudiete, grappige en opvallend briljante vent die echter uitdrukkelijk zonder God door het leven gaat. Rond de zelfgewilde dood ontwaarde hij als eerste een ruimte die niet langer gevuld is met angst, vroomheid of paniek.

Twee eeuwen later is het niet langer aan één uitzonderlijke denker voorbehouden om het opzettelijk beëindigen van je leven niet te zien als een wandaad of een zonde waarmee je eeuwige wraak over jezelf afroept.

Maar we hebben wel een hele route afgelegd voordat we hier aankwamen. Met het almaar groeiende succes van moderne geneeskunde kwam de dood hoe langer hoe steviger in de handen van de dokter te liggen. Over het sterven onder medisch toezicht in de jaren vijftig van de vorige eeuw bestaat een heerlijke mythe. Als iemand zo ziek was dat er geen redden meer aan was, dan keken de dokter en de hoofdzuster elkaar even aan en kwamen woordloos tot een besluit over de toe te dienen hoeveelheid morfine, waarna de patiënt even moeiteloos als ongemerkt voorgoed in de coulissen verdween.

Onzin natuurlijk, want moeiteloos ging het allerminst. Maar dat ‘ongemerkt’ was wel aan de orde. Het betekende dat een arts een ziekbed nooit hoefde te veranderen in een sterfbed. Er was nooit een punt waarop men besloot om uitdrukkelijk over te gaan tot het zorgen voor een goed sterven. Sommige ziekbedden liepen verkeerd af, en dat was dat.

De arts in 1955 was nog altijd afkomstig uit wat men toen ‘de betere kringen’ noemde. Het ging meestal om zowel lichamelijk als geestelijk nogal buikige heren die met aangeboren aplomb in driedelig grijs de zieke tegemoet traden. Tussen arts en patiënt is er altijd een aanzienlijke afstand door het verschil in kennisniveau, het blijft een machtsrelatie, maar toen kwam daar ook nog eens de maatschappelijke afstand bij. Een en ander betekende dat een familielid in 1955 nooit tegen de arts zou durven zeggen: „Ik wil graag even de medicatielijst van moeder zien.” Het zou beschouwd worden als een ondermijnende brutaliteit die alleen maar kon voortkomen uit een bedenkelijke inborst.

Jaren zestig

En toen begon de lading te schuiven. Een maatschappelijk veel bescheidener generatie vond zijn weg naar de universiteit. Types als ik, kinderen uit de lagere middenklasse of arbeidersstand, Beatle-Stones-Dylan-fans, ontkerkt en niks geen aangeboren aplomb. Zij schoven de bezwaren van hun patiënten tegen al te vergaand medisch geweld niet zo makkelijk van zich af. Niet omdat ze moreel fijner besnaard waren dan hun voorgangers, maar omdat ze in dezelfde straat woonden als hun patiënten.

Over medisch geweld gesproken, in 1975 stierf Franco, en in 1980 Tito. Beide dictators werden op de rand van het graf nog ettelijke weken gaande gehouden op de intensive care, zodat er tijd ontstond om het gevecht over de opvolging enigszins in banen te leiden. Heel Europa keek er naar en zag hoe lelijk sterven kan worden als je artsen hun gang laat gaan. Waarop veel mensen zeiden: dat gaat mij niet overkomen. En daarmee begon een gesprek over sterven dat veertig jaar verder nog steeds voortduurt.

We hebben veel aan geneeskunde te danken, ik hoef het niet op te sommen, het vak heeft altijd nogal een grote bek over zichzelf. Maar dat artsen ook veel ellende aanrichten, is iets dat vanaf 1975 onhoudbaar doordringt in de beleving van veel zieke mensen. Vooral oncologen hadden en hebben een beroerde reputatie als het erom gaat zieke mensen allerlei narigheid aan te doen om ze vervolgens onnodig gehavend alsnog bij het graf af te leveren. (Je vraagt je wel af waarom artsen, en dan vooral specialisten, zo gretig naar een scan kijken en zo ongaarne naar een ziek mens? Het komt door hun obsessieve aandacht voor de wetenschappelijke analyse van de gebeurtenissen in uw lichaam. Daar zijn ze vanaf 1850 steeds beter in geworden en dat leidde tot allerlei successen, maar het sterftepercentage van de mens bleef precies honderd procent.)

Uit lijden verlossen

Zo ontstond er aanleiding en ook ruimte om de dokter van je af te schudden. Het leek een goed idee om mensen die misschien nog slechts een paar akelige dagen te leven hadden, eerder uit hun lijden te verlossen. Die eis van terminaal zijn om in aanmerking te komen voor euthanasie werd al gauw opgegeven, want ook mensen die chronisch ziek waren door multiple sclerose, een beroerte, of de ziekte van Parkinson konden vreselijk lijden zonder uitzicht op verbetering. En toen meldden zich psychiatrische patiënten met notoir ernstige beelden als chronische depressie, schizofrenie, borderline syndroom, of vormen van autisme. Dementie groeide uit tot een ziektebeeld dat epidemisch om zich heen greep. Iedereen weet hoe dat eindigt, dus vroegen beginnend dementerenden om de dood. Die komen daar vaak niet aan toe en toen begon men op te schrijven: als ik straks heel erg dement ben, wil ik euthanasie. Er zijn de laatste jaren vijf goed gedocumenteerde gevallen van demente patiënten die door artsen zijn omgebracht in een ziektestadium waarin ze echt niet meer wisten waar het over ging.

En toen meldden zich ouderen met een stapeling van lichamelijke klachten als: duizelig, incontinent, slechtziend, doof, valgevaarlijk enz. En toen kwamen sommige hoogbejaarden die nog wel redelijk van lijf en leden zijn tot de ontdekking dat ze niet verder wilden omdat er niets meer op het menu stond in hun leven. En toen werd die leegte van het levensmenu beschouwd als een toestand die ook op jongere leeftijd kan intreden.

Toe maar, het kan niet op.

En toen kwamen tbs’ers op het idee dat ook hun leven uitzichtloos en ondraaglijk is. En toen kwamen ouders van ernstig hersenbeschadigde kinderen voor wie het leven pas echt ondraaglijk is en uitzichtloos.

En toen kwam de Coöperatie Laatste Wil op het idee dat eigenlijk iedereen boven de achttien jaar wel kan besluiten dat het leven uitzichtloos en ondraaglijk is en zij verstrekken onder voorwaarden een poedertje dat daar tegen helpt. En toen?

Telkens nieuwe groep

Als we één ding geleerd hebben in euthanasieland, dan is het wel dat voorbij elke streep die we trekken onmiddellijk een nieuwe categorie opduikt die zich eveneens geschikt acht voor een door de gemeenschap goedgekeurde overdosis.

Het is een eindeloos verhaal en ik ben benieuwd naar de volgende groep kandidaten die zich aanmeldt, maar voor nu zitten we even vast in het hoofdstuk Coöperatie Laatste Wil.

Opvallend is dat ook zij het niet aan durven om de overdosis bij Albert Heijn neer te leggen. Nee, er moet wel een hekje om hun poeder heen: lidmaatschap, gezamenlijke inkoop, poeder in kluisje, geheime substantie (‘gewone’ leden mogen niet weten wat het is), enzovoort.

Maar in één opzicht wijken ze wel erg af van wat we tot nu toe aanvaardbaar vonden: ze kijken de potentiële innemers niet nauwgezet na waar het hun geestelijke inhoud betreft. Ben je boven de achttien en niet opzichtig gestoord, dan doe je mee.

Bravoure

Hier spreekt een zekere bravoure uit waarmee ze de angst van zich afschudden die ons allemaal opjaagt als we hierover nadenken: je wilt niet dat iemand zichzelf ombrengt die dat niet gedaan zou hebben als jij je mond had gehouden.

Diezelfde bravoure leidt ertoe dat ze een middel propageren waarvan het allerminst duidelijk is dat je er prettig aan dood gaat. Eventuele bedenkingen op dit punt schuiven ze terzijde, overigens zonder geruststellende casuïstiek.

Inmiddels zitten ze mogelijk op ramkoers met het Openbaar Ministerie omdat ze te ver zouden gaan met hun hulp bij zelfdoding. Dat kon wel eens tot een leerrijke botsing leiden. Het OM is eind vorig jaar uit een sluimertoestand ontwaakt, een beetje als de dommelende kasteelheer tot wie het heel laat doordringt dat er een woest feest gaande is in de kelders van het slot. Hoe zal dit verder gaan?

De Coöperatie Laatste Wil wordt, denk ik, ontmanteld. Het OM is klaarwakker en zodra een eerste lid met succes gebruik maakt van het poeder zal men ingrijpen. Ja, want er is pas sprake van hulp bij zelfdoding als er een dode is.

Ik droom even verder: tegen de tijd dat de Coöperatie Laatste Wil voor de rechter staat, is de zaak Heringa voor de tweede keer bij de Hoge Raad beland. U weet wel, Albert Heringa die in 2008 zijn hoogbejaarde stiefmoeder hulp bood bij haar overlijden. In 2013 oordeelde de rechter in Zutphen dat hij niet echt schuldig was. In 2015 vond de rechter in Arnhem dat hij helemaal niet schuldig was. Dat vonnis werd vernietigd door de Hoge Raad, waarop de rechter in Den Bosch in 2018 besloot dat Heringa toch wèl schuldig is. Heringa heeft al aangegeven opnieuw hogerop te zullen gaan.

Dat wil zeggen dat we twee rechtsgangen tegemoet kunnen zien tegen medeburgers die niemand als misdadigers beschouwt. De maatschappelijke druk om hulp bij zelfdoding niet langer strafbaar te stellen zal hierdoor zo sterk worden dat het desbetreffende artikel wordt verwijderd uit het Wetboek van Strafrecht. Maar hoe zit het met het tegengeluid, wordt dat niet sterker? Nee, we stevenen af op een nieuw soort sterven. Want in tegenstelling tot wat sommigen beweren, is de dood wél maakbaar.

Euthanasiewet

Maar wacht even, als hulp bij zelfdoding niet langer strafbaar is, dan zijgt de Euthanasiewet ineen, want die was nou juist nodig om de arts (en alleen de arts) toe te staan de wet op dit punt, onder voorwaarden, te overtreden. De Regionale Toetsingscommissies Euthanasie, waar de arts verantwoording aflegt voor een uitgevoerde euthanasie, kunnen dan ook worden opgedoekt.

En toch zullen heel veel mensen nog altijd liever door hun arts geholpen willen worden bij euthanasie in het kader van een ziekbed. Maar die arts zal zich niet langer af te hoeven pijnigen over ‘al die nieuwe doodskandidaten’, die eindeloze optocht van steeds nieuwe categorieën lijdende mensen die hun leven willen beëindigen op een humane manier. Ze zullen zich niet langer om de arts hoeven te verdringen, omdat die humane dood dan (met een beetje hulp) ook elders verkrijgbaar is.