‘Tegenpolen trekken elkaar aan, blijkt uit DNA.’ Echt waar?

DNA-onderzoek Genetici zagen dat de afweergenen van stelletjes sterk verschillen. Maar hun resultaten zijn statistisch niet significant.

Sfeerbeeld Lowlands ANP

Genetici van het LUMC deden afgelopen zomer een geinig proefje op Lowlands. Ze vroegen stelletjes en vrijgezelle festivalbezoekers om mee te doen aan DNA-onderzoek. Deze week werd de uitslag per persbericht bekend gemaakt: het DNA van stelletjes verschilt meer dan dat van twee willekeurige festivalgangers. De NOS en regionale kranten namen het nieuws over.

De genetici keken specifiek naar verschillen in het DNA dat bij de afweer betrokken is. Het idee is dat het beter is voor nageslacht als het immuunsysteem van vader en moeder verschillen. Er zijn aanwijzingen dat sommige apen vaker partners kiezen met afwijkende afweergenen, maar onder wetenschappers is veel discussie of het effect ook bij mensen bestaat. Een meta-analyse uit 2016 concludeerde dat bestaande aanwijzingen inconsistent zijn.

Dit onderzoek geeft helaas niet de doorslag. Dat staat omfloerst ook in het persbericht: „Om helemaal zeker te weten dat dit verschil niet op toeval berust, hadden we achteraf gezien van meer stelletjes DNA moeten afnemen”, wordt arts-onderzoeker Karin van der Tuin geciteerd. Statistisch niet significant heet dat in de wetenschap, maar dat klinkt zo hard.

Ook jammer is dat in het persbericht niet de genen worden genoemd waar het hier om gaat: de MHC-genen. „Dat hebben we achterwege gelaten omdat de werkelijke proef vrij complex is”, zegt Van der Tuin aan de telefoon. „We hebben niet in de MHC-genen zelf gekeken, maar naar onschuldige variatie eromheen. We wilden bij onze vrijwilligers niet per ongeluk mutaties ontdekken die de gezondheid beïnvloeden.”

„In het persbericht hebben we geprobeerd het onderzoek te simplificeren, zonder onjuistheden te verspreiden”, zegt Van der Tuin. „Volgens mij hebben we daarin een redelijk evenwicht gevonden.”