Sportkoepel NOC*NSF worstelt met zwijgcultuur

Matchfixing

Met de afwikkeling van de poging tot matchfixing door Jillert Anema is sportkoepel NOC*NSF in de problemen geraakt. Niet voor het eerst.

Debutante Esmee Visser bij de start van haar winnende race op de vijf kilometer. Foto VALDRIN XHEMA/EPA

Wederom is NOC*NSF op Olympische Spelen in een affaire verzeild geraakt. Na het wegsturen van turner Yuri van Gelder tijdens de Zomerspelen in Rio de Janeiro (2016), speelt nu in Pyeongchang de kwestie-Jillert Anema.

De schaatscoach deed tijdens de Winterspelen in Sotsji (2014) een poging een race op het onderdeel ploegachtervolging te beïnvloeden. Als tijdelijk coach van de Franse achtervolgingsploeg stelde hij zijn Nederlandse collega Arie Koops voor om diens schaatsers met niet al te groot verschil te laten winnen van Frankrijk. Koops legde het voorstel van Anema naar eigen zeggen terzijde, Nederland won de kwalificatierace met gemak en haalde uiteindelijk goud.

Anema bevestigde de afspraak tegenover de Volkskrant, maar Koops ontkent dit. Hij stelt dat hij het voorstel tot beïnvloeding van de ploegachtervolging weigerde, en er direct melding van maakte bij Maurits Hendriks, destijds chef de mission van de Nederlandse olympische equipe.

Waarschuwing

NOC*NSF was dus al in Sotsji op de hoogte van de zaak. De sportkoepel gaf Anema, die als coach van Jorrit Bergsma óók lid was van de Nederlandse olympische ploeg, na afloop van de Spelen in Sotsji een officiële waarschuwing omdat hij de olympische waarden met voeten had getreden.

Maar de zaak kwam pas deze week via de Volkskrant in de publiciteit. NOC*NSF blijkt opnieuw niet transparant. Zodra er in de Nederlandse ploeg iets misgaat op de Spelen is de reflex van NOC*NSF: klein houden, intern oplossen en naar buiten toe mond houden of een persverklaring met summiere informatie verspreiden, zoals in het geval van Van Gelder in Rio.

De angst voor gezichtsverlies lijkt groot, net als de angst om de controle over de berichtgeving te verliezen. De aanwezigheid van minimaal drie persattachés en een woordvoerder blijkt ook in Pyeongchang geen garantie voor een goede afwikkeling van een crisis.

Een poging tot beïnvloeding van een schaatswedstrijd, een oude zaak tussen twee coaches die allebei nog steeds deel uitmaken van de Nederlandse olympische ploeg, komt pas vier jaar later via de media naar buiten. Terwijl NOC*NSF dacht de zaak met een waarschuwing aan het adres van Anema te hebben afgedaan.

Hendriks en algemeen directeur Gerard Dielessen probeerden de zaak binnenskamers te houden. Nu, vier jaar later, ontploft de affaire alsnog in hun gezicht en leidt de affaire zelfs tot Kamervragen. De doofpotcultuur blijkt daarmee contraproductief.

Tweede misrekening

Een tweede misrekening in 2014 was dat het Internationaal Olympisch Comité (IOC) niet werd ingelicht over de zaak in Sotsji. Dat is deze week alsnog gebeurd.

Voor haar solistische aanpak zal de sportkoepel zich moeten verantwoorden bij het IOC. Net nu NOC*NSF na het recente vertrek van het omstreden IOC-lid Camiel Eurlings binnen afzienbare tijd een nieuwe Nederlandse kandidaat wil voordragen.

In een tv-interview met Nieuwsuur, afgelopen donderdag, gaf Dielessen toe dat het niet inlichten van het IOC een fout was. De afhandeling van de poging tot beïnvloeding van de schaatswedstrijd destijds, noemt Dielessen uitstekend.

Maar nu de zaak-Anema op straat ligt, lijkt het voor NOC*NSF tijd voor reflectie over de omgang met crises. De zaken waaruit lering kan worden getrokken, heeft de sportkoepel bij de hand.