Problemen met Hoekse Lijn-metro eind 2016 al bekend

Rotterdam

De ambtelijke top hoopte dat het wel goed zou komen met de aanleg. De raad is pas een klein jaar later over het fiasco geïnformeerd.

Een metrotoestel passeert een overweg bij Maassluis tijdens een testrit voor het traject Hoekse Lijn. Foto ROBIN UTRECHT/ANP

De vertraging en extra kosten – tot mogelijk 90 miljoen euro – van de Hoekse Lijn komen door „onvoldoende regie en coördinatie en een gebrekkige organisatie en voorbereiding”. Dat concludeert de raadscommissie die de afgelopen twee maanden onderzoek deed naar de aanleg van de metroverbinding tussen Rotterdam en Hoek van Holland.

De ambtelijke top deed aan „wensdenken” en „dacht dat het wel goed zou komen”, zei commissievoorzitter Jan-Willem Verheij (VVD) donderdag tijdens een persconferentie. De verantwoordelijke wethouder mobiliteit Pex Langenberg (D66) werd lange tijd niet ingelicht over de problemen. Maar de wethouder greep zelf ook niet tijdig in toen hij signalen kreeg.

In 2016 werd besloten de treinverbinding tussen Schiedam en Hoek van Holland te vervangen door een metrolijn, en daarbij haltes toe te voegen. Het werk zou vijf maanden duren, oplevering was voorzien in september vorig jaar. Het spoor en stations zijn inmiddels gereed en er worden testritten gereden, maar de spoorbeveiliging is nog niet op orde.

Maand vertraging: 3,5 mln euro

De kosten van de aanleg van de Hoekse Lijn zijn nu geraamd op 427 miljoen euro, althans bij oplevering volgende maand. Iedere maand overschrijding kost 3,5 miljoen euro extra. De gemeente Rotterdam, opdrachtgever, gaat uit van het slechtste scenario van oplevering eind dit jaar. De schade van 90 miljoen euro wordt dan verdeeld tussen Rotterdam (35 miljoen), subsidieverstrekker Metropoolregio Rotterdam Den Haag (27,5 miljoen) en de exploitant, regionaal vervoerbedrijf RET (27,5 miljoen).

De vertraging van het project is met name te wijten aan de software voor de beveiliging van het spoor, het talud voor het spoor en het kabeltracé.

In december 2016 bleek al uit een audit dat de uitvoering niet tijdig kon beginnen en dat het project „min of meer stuurloos” was. De voorbereidende werkzaamheden waren niet klaar en er was geen goede planning. De projectdirecteur had dit moeten melden bij de wethouder en de directeur van de dienst Stadsontwikkeling, maar deed dit niet. De directeur van de RET verstrekte de bevindingen van de audit uiteindelijk aan de wethouder in februari 2017.

In juni vorig jaar, weer vier maanden later, erkende de ambtelijke top de problemen met de vertraging pas officieel. De gemeenteraad kreeg eind oktober een geheime brief, waarin stond wat de financiële schade kon zijn. Een week later hoorde de raad in een besloten overleg dat de oplevering niet in februari 2018 zou zijn, maar waarschijnlijk pas eind dit jaar.

De commissie wijt het fiasco aan een hele reeks fouten. Betrokken partijen werkten niet goed samen. Het ‘beste perspectief’ voor het bouwproject was niet altijd leidraad. Verder ontbraken een „eenduidige besluitvormingsstructuur” en duidelijke verantwoordelijkheden en mandaten van betrokken partijen. Ook is bij het project niet geleerd van eerdere fiasco’s met grote bouwprojecten.

De positie van de wethouder, die zich volgende week in de raad moet verdedigen, staat zwaar onderdruk.

    • Eppo König