Onderzoek van niveau, kleine winst voor kankerpatiënt

Kankeronderzoek

Een poging om Nederlands onderzoek snel te vertalen naar betaalbare medicijnen, kreeg een zeer zuinige evaluatie. Het Oncode Instituut probeert het opnieuw.

Een patiënt met melanooms krijgt zijn driewekelijkse dosis Keytruda (rechts) toegediend. Hij wordt er al twee jaar mee behandeld. Foto’s James Borchuck/Tampa Bay Times/ZUMA Wire

Nieuwe kankermedicijnen werken in het laboratorium en mislukken daarbuiten. „De vergelijking met VW-diesel dringt zich op”, schreef NRC-columnist en microbioloog Rosanne Hertzberger op 7 februari in een opiniestuk over het net opgerichte Nederlandse kankeronderzoeksinstituut Oncode. Ze stelde, zei de kop boven het artikel, „oneerbiedige vragen aan een excellent kankerinstituut”.

Het Oncode Instituut is een nieuw Nederlands samenwerkingsverband van geselecteerde kankeronderzoekers van negen instituten, universiteiten en ziekenhuizen. Oncode krijgt vijf jaar lang een extra stimulans van 24 miljoen per jaar, van KWF Kankerbestrijding en drie ministeries. Hertzberger vraagt zich af waarom er nóg meer geld voor kankeronderzoek nodig is.

„Beste kankerpatiënten, we hebben goed nieuws”, kopte NRC’s opiniepagina twee dagen voordat Hertzberger toesloeg. Het was een open brief aan alle kankerpatiënten, geschreven door de vijf founding fathers van het Oncode Instituut. De heren beloven nieuwe geneesmiddelen, op basis van moleculaire kennis, die sneller voor de patiënt beschikbaar komen, en als het kan tegen redelijke prijzen.

Diagnostiek en behandelingen

Het zijn opiniestukken. De Oncode-onderzoekers geven hoop. Hertzberger vindt dat mannen die toch al veel onderzoeksgeld incasseerden zichzelf nog meer toebedelen.

Oncode wil ontdekkingen versneld ontwikkelen tot effectieve en betaalbare kankerdiagnostiek en -behandelingen. Maar ook waarde voor de Nederlandse economie creëren en internationale investeerders en onderzoeksfondsen aantrekken. Er komt een centraal bureau, in Utrecht, met een kleine staf. Angus Livingstone is er valorisatiedirecteur. Hij heeft zijn sporen in Canada verdiend.

Wat is er aan de hand in kankerland dat er nieuwe mogelijkheden zijn?

In drie alinea’s samengevat: wie kanker wil genezen moet tot nu toe opereren of bestralen. Dat lukt alleen als een kanker op één plaats (of hoogstens een paar plekken) in het lichaam groeit. Een uitgezaaide kanker die zich op veel plaatsen in het lichaam heeft gevestigd valt vrijwel alleen met chemotherapie te bestrijden. Maar in zijn eentje geneest traditionele chemotherapie bijna nooit. Er zijn doorbraken op twee gebieden.

De ene heet doelgerichte (targeted) therapie. De targeted therapie kijkt naar moleculaire mechanismen die de tumorgroei bevorderen. Dat kan per tumor sterk verschillen. En dan worden er combinaties van medicijnen gezocht om die groeimechanismen op zo veel mogelijk manieren te onderdrukken. Er is succes, maar van beperkte duur.

De andere is immuuntherapie. Dat is het stimuleren van de eigen afweer van de patiënt om zijn eigen kankercellen op te ruimen. Immuuntherapie was al decennialang beloftevol, maar sinds een paar jaar zijn er medicijnen en celtherapieën die bij een klein deel van de patiënten de kanker stilleggen. Bij sommigen al jarenlang. Beide aanpakken hebben nieuwe medicijnen opgeleverd die vrijwel zonder uitzondering peperduur zijn en het leven gemiddeld drie tot zes maanden verlengen. Een kleine groep leeft veel langer.

Ruimte voor verbetering. Wat kan het Nederlandse kankeronderzoek daar aan doen?

Drie kenners

Hoewel prestaties in het verleden geen garantie voor de toekomst bieden, is het niet gek om eens terug te kijken. Wat heeft het Nederlandse kankeronderzoek de afgelopen drie decennia opgeleverd?

De vraag is gesteld aan drie kenners van het kankeronderzoek: KWF Kankerbestrijding is de grootste private subsidiegever van kankeronderzoek, ZonMw verdeelt voor de overheid de onderzoeksubsidies in de medische sector, en het Nederlands Kanker Instituut (NKI) is verreweg het grootste kankeronderzoekcentrum in Nederland.

ZonMw en KWF weten het niet. Het NKI zegt dat het te veel tijd kost alles op een rijtje te zetten en dat ze er geen NKI-show van willen maken, nu ze net intensief in Oncode gaan samenwerken.

Wat opvalt is dat niemand een evaluatierapport heeft klaarliggen over de maatschappelijke opbrengst van honderden miljoenen guldens en euro’s die de afgelopen decennia zijn uitgegeven aan kankeronderzoek.

Er is een indruk: Nederland loopt voorop in het kankeronderzoek, schrijft de Oncode-website: „Desondanks hebben slechts een paar Nederlandse onderzoeksresultaten aan de basis gestaan van nieuwe kankerdiagnostiek en -behandelingen.”

Snel naar de markt

Sinds 2006 bestaat in Nederland het Top Instituut Pharma (TI Pharma). Dat had als doel om door samenwerking tussen onderzoeksinstituten en bedrijfsleven nieuwe ontdekkingen snel naar de markt te brengen, tegen maatschappelijk aanvaardbare prijzen. Dat lijkt op wat Oncode wil voor kankermedicijnen. TI Pharma had van van 2005 tot 2013 een budget van 270 miljoen.

Een evaluatie van TI Pharma viel in 2016 zuinig uit. TI Pharma heeft „beperkt bijgedragen” aan eerdere toegang tot medicijnen tegen aanvaardbare kosten. Wel is de samenwerking tussen onderzoek en industrie duidelijk verbeterd. De overheid krijgt als tip om bij nieuwe initiatieven beter bij te houden wat de investering oplevert. Bijvoorbeeld door vooraf op te schrijven wat er al bereikt is. „Dat is precies wat Oncode nu gaat doen, maar dat is nog veel werk”, zegt de Oncode-woordvoerder. Een overzicht ontbreekt, maar voorbeelden zijn er wel.

Hans van Eenennaam, chief operating officer van het biotechbedrijf Aduro Biotech Europe in Oss, is een van de uitvinders van het kankermedicijn Keytruda van Merck. Dat medicijn kwam in 2015 op de markt en versterkt de afweer van patiënten met de uitgezaaide huidkanker melanoom. Voordat Keytruda er was, bleven 5 procent van die patiënten langer dan een jaar in leven. Nu is dat 40 procent. En bij 20 procent is de tumor na drie jaar nog steeds onzichtbaar.

Het is een medicijn van Merck, maar het project dat leidde tot Keytruda is in 2003 gestart bij Organon in Oss. Organon ging daarna eerst op in Schering-Plough en daarna in Merck.

Van Eenennaam begon in 2002 bij Organon, na zijn promotie in Nijmegen, bij Walther van Venrooij, een immunoloog die in de jaren tachtig een reumatest ontwikkelde die nu wereldwijd wordt gebruikt.

Van Eenennaam: „Wat uiteindelijk een schitterend kankermedicijn is geworden, begon bij Organon als poging een medicijn tegen reuma te maken.”

In 2005 is het project verhuisd naar een researchlab van Organon in Cambridge, Massachusetts. „In de VS hebben we de switch gemaakt naar kanker. We kwamen erachter dat met onze stoffen het stimuleren van de afweer, bij kanker, beter ging dan het remmen, wat bij reuma nodig is. Er is in het Keytruda-project geen samenwerking met de Nederlandse wetenschap geweest, wel met Amerikaanse.”

De link met de Nederlandse wetenschap heeft Van Eenennaam hersteld. In 2012 richtte hij in Oss, met de twee Nederlandse Merck-collega’s Andrea van Elsas en Wiebe Olijve het biotechbedrijf BioNovion op. In Oss.

Brabantse investeringen

BioNovion startte met subsidie van TI Pharma en investeringen van het Brabants Life Science Seed fonds (BLSF) en de Brabantse ontwikkelingsmaatschappij. Het bedrijf verwierf het eigendom van drie potentiële kankertherapieën, welke eerder ontwikkeld waren samen met drie Nederlandse hoogleraren: Jan Paul Medema van het AMC, Jannie Borst van het NKI en Steven de Jong van het UMC Groningen.

Van Eenennaam: „Dat zijn projecten die al 10 tot 20 jaar in de academische wereld liepen. Waar soms jaar in jaar uit KWF-grants voor zijn toegekend. Een van de moleculen is afgelopen december voor het eerst aan een patiënt toegediend. Voor de zomer gaat dat ook met een molecuul uit een tweede project gebeuren. Dat zijn heel bijzondere momenten.”

Van Eenennaam: „Ik heb tot nu toe weinig met Oncode te maken, maar vind het een goed initiatief. Ik hoop dat er wat meer aandacht komt voor immuuntherapie. Het is goed om snel samenwerking met een private partij te zoeken, zoals de onze. Drug discovery is een vak, net zoals hoogleraar zijn een vak is.”

Die samenwerking levert misschien sneller medicijnen op, maar zijn die ook betaalbaar? Keytruda is in Nederland een tijdje door de minister van de markt gehouden, vanwege zijn hoge prijs.

Van Eenennaam: „De discussie over hoge medicijnprijzen is een beetje gepolariseerd. Er is meer dan de prijs van het medicijn.”

Hij wijst er op dat BioNovion in 2015 voor 29 miljoen verkocht is aan het Amerikaanse Aduro Biotech. De vestiging in Oss ging verder als Aduro Biotech Europe. Bij de verkoop aan Aduro hebben de Brabantse investeerders – dus de Nederlandse staat – betaald gekregen.

Van Eenennaam: „Natuurlijk, 100.000 euro voor een medicijnenkuur is heel veel, té veel geld. Maar we zien er wel wat voor terug. Er werken hier nu 50 hbo- en wo-geschoolde mensen. Merck heeft in 2016 2 miljard dollar geïnvesteerd om meer dan 500 studies met Keytruda te doen, op zoek naar combinaties met andere medicijnen waardoor er hopelijk meer patiënten overleven.”

>