Notpetya

Hack die haventerminals en TNT platlegde is gepleegd door Rusland, zeggen Britten

Het ministerie van Buitenlandse Zaken van het Verenigd Koninkrijk heeft Rusland donderdag aangewezen als dader van de grote cyberaanval van vorig jaar juni. Het NotPetya-virus zette toen computers op slot bij bedrijven en overheidsinstellingen in landen over de hele wereld, waaronder Nederland. De schade van de aanval liep in de honderden miljoenen euro’s. Postbezorger TNT en medicijnfabrikant MSD werden getroffen. Ook de site van de politie was een tijdje uit de lucht. Het grootst was de chaos bij twee containerterminals van Maersk in de Rotterdamse haven, die dagenlang stil lagen.

De Britten trekken op basis van onderzoek van inlichtingendiensten de conclusie dat het Russische leger „vrijwel zeker” verantwoordelijk was voor de aanval. „Het moest lijken op een criminele operatie, terwijl de aanval in werkelijkheid bedoeld was om de samenleving te verstoren. De belangrijkste doelen waren de financiële sector, overheidsinstellingen en energievoorziening van Oekraïne”, schrijft het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken.

Oekraïne was het grootste slachtoffer van de NotPetya-aanval. Vanuit Oekraïense overheidskringen klonken al snel beschuldigingen aan het adres van Rusland. Sinds de Russische annexatie van de Krim en het uitbreken van de oorlog in de oostelijke Donbas-regio in 2014 leven Rusland en Oekraïne op uiterst gespannen voet met elkaar.

Volgens de Britten heeft Rusland zich met de aanval „lijnrecht tegenover het Westen geplaatst”. „Maar dat hoeft niet zo te zijn. We roepen Rusland op zich te gedragen als het verantwoordelijke lid van de internationale gemeenschap dat het zegt te zijn. En we roepen het op die gemeenschap niet stiekem te ondergraven”, aldus de Britten.

De Russische regering heeft tot nu toe alle betrokkenheid bij de aanval ontkend. Als verdediging voeren de Russen aan dat het virus ook in hun land toesloeg, bij bedrijven als staatsoliemaatschappij Rosneft. Ook donderdag hield het Kremlin zijn onschuld vol. (NRC)

    • Wouter van Noort