‘Mussolini’ is niet langer taboe Italië

Parlementsverkiezingen Italië

Op 4 maart worden in Italië parlementsverkiezingen gehouden. Extreemrechts is gewoner geworden. „Wij willen de soevereiniteit over deze natie terug.”

Simone Di Stefano, lijsttrekker van Casa Pound, tijdens een demonstratie in Rome. Foto Michele Spatari/NurPhoto

Simone Di Stefano en zijn adjudanten lopen met zichtbare opwinding heen en weer in een zaaltje van de Italiaanse Kamer van Afgevaardigden. Ze zijn door een zij-ingang naar binnen gegaan, niet door de monumentale hoofdingang van het Palazzo Montecitorio in Rome. Maar ze zijn binnen, en dat is een mijlpaal: voor het eerst in decennia organiseert een neofascistische partij een bijeenkomst in het Italiaanse parlement.

Deze dag zijn ze hier door de bemiddeling van een rechts parlementslid. Maar Di Stefano, lijsttrekker van Casa Pound, wil hier over een paar weken op eigen kracht staan. „Ik hoop hier terug te komen”, zegt hij bij de presentatie van zijn programma, samen te vatten als ‘Italië en Italianen eerst’. Vol zelfvertrouwen: „Dat zou betekenen dat we de 3-procentsdrempel hebben overwonnen en in het parlement zijn gekozen.”

Droom lekker door, zou de reactie vijf jaar geleden zijn geweest. Toen haalde Casa Pound bij de verkiezingen landelijk 0,14 procent van de stemmen. Extreem-rechts was een randfenomeen.

Er is sindsdien veel veranderd. Extreem-rechtse groepen spelen met (soms gewelddadige) protestacties in op onvrede over werkloosheid en migratie. Partijen in de rechtse alliantie schuren aan tegen radicaal-rechtse ideeën. Matteo Salvini heeft de Lega op een antimigratiespoor gezet en vecht met zijn bondgenoot Silvio Berlusconi om de eerste plaats in die rechtse alliantie. Ook Giorgia Meloni van Fratelli d’Italia (Vrienden van Italië), een kleine partij in de rechtse alliantie, tamboereert op haat tegen de niet-Italiaan.

Twee recente voorbeelden illustreren die verandering van toon. Op 3 februari schoot een 28-jarige man zes migranten neer in een racistische raid in het stadje Macerata. De dader was kandidaat-gemeenteraadslid geweest voor de Lega en had sympathie voor Forza Nuova. In een ‘ja, maar’-reactie veroordeelden bijna alle rechtse partijen de aanslag, maar zeiden in één adem dat ze de boosheid over migratie begrepen.

Op 1 februari is een film in première gegaan waarin te zien is hoe enthousiast veel Italianen reageren op de vermeende terugkeer van de fascistische dictator Benito Mussolini – het is een toneelstukje, een idee overgenomen van de (ook verfilmde) roman Daar is hij weer (Er Ist Wieder Da, 2014) van Timur Vermes, over Hitler die terugkomt. Maar veel mensen spelen dat toneelstukje enthousiast mee.

„Het is geen vloedgolf, maar een onderstroom” van neofascisme, zei tv-commentator Enrico Mentana. Maar ‘Mussolini’ is niet langer taboe. Tot begin jaren negentig waren vrijwel alle partijen eensgezind in hun afwijzing van alles wat naar neofascisme riekte. Je had de „arco costitutionale”, het spectrum van partijen die binnen de grondwet opereerden, en groepen die daarbuiten stonden.

Die grens is vervaagd. Andere partijen nemen minder nadrukkelijk afstand van neofascistisch gedachtengoed. En een groep als Casa Pound legt veel nadruk op de sociale componenten van zijn programma. Een van de kernpunten is dat alle Italianen recht hebben op een huis. Ze helpen Italianen die in de verdrukking zijn geraakt, en dat heeft overal forse stemmenwinst opgeleverd. „Wij zijn een echte politieke factor geworden”, zegt Di Stefano.

Betoging van Casa Pound in Rome op 7 januari 2018.

Foto Alessandro Di Meo/EPA

Buiten in het lentezonnetje zegt hij een uur later dat wie Casa Pound als een gevaar voor de democratie beschouwt, zich vergist. „Wij zijn niet voor een totalitaire staat, wij houden ons aan de grondwet. Wij willen de soevereiniteit over deze natie terug en haar buiten de EU brengen. De Unie is een mechanisme om Italië te deïndustrialiseren. We zijn belangrijke strategische sectoren van onze economie aan het verliezen.”

Zonder de beperkingen uit Brussel, zegt Di Stefano, zou Italië de overheidsinvesteringen kunnen vergroten, ervoor zorgen dat iedereen een lening kan afsluiten voor een huis, banken zo nodig nationaliseren, zijn munt devalueren, en zijn grenzen afsluiten voor alle immigranten.

De wil van het volk

Veel critici maken zich niet zozeer zorgen over het programma van Casa Pound, dat ze als onrealistisch beschouwen, maar over de toon. Had Di Stefano zelf niet een paar maanden geleden gezegd dat de stoelen door de Kamer zullen vliegen als Casa Pound wordt gekozen? „Dat is een metafoor om te zeggen dat we een harde oppositie zullen voeren als men in het parlement dingen probeert te doen tegen de wil van het volk.” En de angst voor geweld? Het afgelopen jaar zijn er tientallen incidenten met aanhangers van extreem-rechts geweest, maar Di Stefano wuift het weg. „Het geweld komt van de linkse sociale centra. Die willen Casa Pound verhinderen politiek te bedrijven.”

Een paar jaar geleden flirtte Casa Pound met de Lega, maar de partij heeft besloten op eigen kracht verder te gaan. Inspiratiebron is de Amerikaanse schrijver-dichter Ezra Pound, die in de jaren dertig openlijk zijn sympathie voor Mussolini uitsprak. De groep heeft als onofficieel motto een uitspraak van Pound: „Als een man niet bereid is om een zeker risico te lopen voor zijn ideeën, zijn óf die ideeën niets waard óf is hij niets waard.”

„Niemand van ons wil weer oorlog voeren of geweld gebruiken”, zegt een dag later Valerio Grimaudo, een jonge activist van Casa Pound, in Acilia, een van de buitenwijken van Rome. „Wij zijn populair geworden omdat we mensen steunen met problemen.” Hij wijst op de haveloze palazzi een straat verder. „Op een dag was daar het water afgesloten. Het waterleidingbedrijf kon de leiding niet herstellen omdat er een boom stond, en de gemeente gaat over de bomen. Maar de man van de bomen was er niet, dus ze zouden nog een paar dagen moeten wachten. Toen hebben we zes uur de weg geblokkeerd en was alles ineens heel snel opgelost.”

Leden van Casa Pound tijdens het herdenken van de foibe in Milaan.

Foto Marco Bertorello/AFP

Het is de dag van de foibe. In heel Italië wordt herdacht dat aan het einde van de Tweede Wereldoorlog duizenden mensen door linkse partizanen zijn doodgeschoten, vaak alleen omdat ze Italiaan waren, en in een foibe gegooid – een natuurlijke kloof in het gebied van karststeen in het noordoosten van Italië. Lange tijd was dit een verzwegen stukje geschiedenis. Maar sinds 2006 worden ook deze misdaden van de overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog officieel herdacht.

In Acilia zijn zeventig mensen naar de piazza Segantini gekomen. Casa Pound heeft geregeld dat daar een metalen gedenkplaat met staaldraad aan een pijnboom wordt vastgemaakt. In deze wijk kwamen na de oorlog veel Italianen wonen die waren verdreven uit de voormalige Italiaanse gebieden Dalmatië en Istrië.

Pakket levensmiddelen

Carlotta Chiaravalle, kandidaat-parlementslid, legt uit waarom Casa Pound zo populair is geworden in deze wijk. „Links is het contact verloren met de mensen. Wij zijn in dat gat gesprongen. We verdedigen mensen die uit hun huis dreigen te worden gezet. We helpen daklozen. Iedere zondag vragen we bij de supermarkten of mensen iets kunnen missen. Zo kunnen we ongeveer driehonderd Italiaanse gezinnen iedere maand een pakket levensmiddelen geven.” En het fascisme, Mussolini? Ze haalt haar schouders op. „Wij kijken vooruit. We willen het fascisme helemaal niet terug. Iedereen die de driekleur steunt, is bij ons welkom.”

Lees meer over de opvang van asielzoekers in Italië: ‘Het zijn er voor Italië simpelweg te veel’

Anderen komen erbij staan. „We hebben helemaal niets tegen zwarten, maar we willen dat de staat eerst Italianen helpt”, zegt Monica Chiezzi, die zichzelf omschrijft als ‘een voor een hongerloontje werkende moeder’. Architect Francesco Graziani vult aan: „We zitten hier in de periferie van Rome, en die is aan zijn lot overgelaten. Dan tellen de concrete acties van mensen van Casa Pound.” En Mussolini? „De man heeft heel veel fouten gemaakt. Maar hij heeft ook de vakantiekolonies voor kinderen opgezet. De sociale woningbouw gestimuleerd. Banken genationaliseerd en gezorgd voor een beschermde economie. Je mag vanwege die slechte kanten zijn goede maatregelen niet vergeten.”

Dit is geen nostalgisch fascisme, zoals we dat in het verleden hebben gezien, schrijft Repubblica-commentator Ezio Mauro. Het is een fascisme 2.0, minder een politiek project dan een kader om te protesteren, tegen migranten, tegen werkloosheid. Op een enkele uitzondering na heeft Italiaans rechts nooit serieus afgerekend met de erfenis van het fascisme. En links, schrijft Mauro, gaf geen concrete antwoorden op de crisis van de afgelopen jaren. Zo heeft bij veel mensen het idee wortel geschoten dat het enige alternatief buiten het bestaande systeem ligt.

Correctie (19-02-2018): In een eerdere versie van dit artikel werd Giorgia Meloni foutief ‘Giorgio Meloni’ genoemd. Dit is aangepast.