Commentaar

‘Holleeder’ is behalve handel ook realitytheater

Het strafproces-Holleeder was deze week toe aan zijn vierde zittingsdag van de geschatte zestig. De hoofdstad beleefde eerder deze maand de tweede gewelddadige liquidatie van dit jaar. Voor beide gebeurtenissen is veel publieke en dus ook veel mediabelangstelling.

Dat is op zichzelf te billijken, maar er passen ook kanttekeningen. De liquidatiegolf is een neveneffect van uit de hand gelopen drugshandel. Die wordt gestimuleerd door de toevloed van toeristen naar een stad waar de overheid coffeeshops faciliteert en toerisme bevordert. Misdaad deint hier mee op de conjunctuur van de uitgaanseconomie en ondermijnt buurten. De politie waarschuwde al voor een nieuw type moordenaar: lokale, kansarme jongeren, snel te verleiden, met een lage drempel voor geweld. De noodkreet van de buurt, ‘Burgemeester doe iets’, toen een onschuldige tiener stierf, zette de zaak op scherp. Maar het was ook een teken van onmacht – de oorzaak ligt ook in het wantrouwen tegen de politie, de gesloten cultuur, de angst voor elkaar. Misdaad heeft economische en sociale wortels, zoals de criminologie leert. Een burgemeester alleen kan vrijwel niets doen.

De fascinatie voor Holleeder heeft een ander karakter. Sinds hij de aandacht op zich vestigde als ontvoerder van biermagnaat Freddy Heineken is hij een bekende (criminele) Nederlander. Holleeder biedt de burger een inkijkje in de Amsterdamse onderwereld, waar misdaad en infiltratie in de bovenwereld van het onroerend goed zij aan zij voorkwamen. Uiteraard in een wedloop met het gezag. Misdaad is amusement en dus ook zelf een economische sector waarvoor een lucratieve markt bestaat, zoals schrijvers, journalisten, uitgevers en beeldmakers weten die de thrillers, detectives en artikelen produceren.

‘Holleeder’ is behalve handel ook realitytheater, waarin het publiek onder schot wordt gehouden met onthullingen over familievetes, bendestrijd en echte misdaad. Media profiteren mee, net als de hoofdpersonen zelf, die ontdekten dat ze ondanks (of dankzij) hun criminele levensloop voor de bovenwereld interessant zijn. Holleeder mag dan worden vervolgd wegens een reeks moorden, maar hij werd in het serieus te nemen programma College Tour als ‘prominent’ over zijn laakbare levensloop ondervraagd. Ook had hij een tijdschriftcolumn als ‘topcrimineel’. Kijkcijfers bleken in de misdaadeconomie geen morele categorie.

Een ‘macaber’ schouwspel noemde fraudehoogleraar Bob Hoogenboom op nrc.nl die overdreven aandacht voor Holleeder, waardoor juist structurele misdaad verborgen kan blijven. Het proces-H. als bliksemafleider voor wat er ‘echt’ aan de hand is. Misdaad door staat en onderneming trekken onverminderd weinig aandacht, merkt hij met recht op. Grootschalige mestfraude door de agrarische sector, witwassen in Californië door de Rabobank, sjoemelsoftware bij Volkswagen, etc. Ja, het haalt de krant en tv, maar de aandacht verslapt en het berusten begint.

Witteboordencriminaliteit leidt zelden tot verontwaardigde stille marsen van boze burgers of oproepen ‘iets’ te doen. Geen frauderende bestuursvoorzitter kan bij het publiek op dezelfde fascinatie rekenen als ‘De Neus’. Toch is die schade aan de maatschappij mogelijk groter dan die wordt aangericht door de cocaïnehandel in de binnenstad. Onrust en angst voor misdaad zijn dus subjectief, zelfs bijna irrationeel. Media zouden selectiever kunnen zijn en zich meer kunnen inspannen om context te bieden, perspectief en dus duiding. Ook om de fascinatie te beteugelen.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.