Opinie

Leer van de Belgen: investeer in jong architectuurtalent

Ervarenheid gaat tegenwoordig boven creativiteit, merkt op. En dat gaat ten koste van de kwaliteit van ontwerpen.
De Erasmusbrug in Rotterdam. Foto Sash Alexander / ANP

Op 4 september 1996 werd de Erasmusbrug feestelijk geopend door koningin Beatrix. De architect, Ben van Berkel, toen 39 jaar oud, moet begin 30 zijn geweest toen hij de opdracht kreeg voor het ontwerp. De bouwkosten waren 165 miljoen euro. Tegenwoordig is het ondenkbaar dat een architect van die leeftijd zo’n grote opdracht krijgt. Dat ligt niet aan de economie maar aan de tijdgeest, die vraagt om het volledig uitsluiten van risico’s. Dat is niet voor niets; gemeenschapsgeld moet zorgvuldig besteed worden. Jong architectuurtalent krijgt hierdoor echter geen kansen meer – en dat is slecht voor de kwaliteit van de Nederlandse architectuur.

Overheidsopdrachten zoals een nieuwe brug worden nu gevat in zwaar opgetuigde aanbestedingen waarin enorme eisen gesteld worden aan het team, de bureauomzet en vooral het gebouwde werk. Begrijpelijk, een brug van 165 miljoen, daar wil je de beste mensen op hebben.

Je kunt echter stellen dat de jonge Ben van Berkel het er niet slecht vanaf gebracht heeft. De brug was direct een icoon in Rotterdam en trekt jaarlijks duizenden toeristen. Architecten van Van Berkels generatie plukken nog dagelijks de vruchten van het lef dat er in de jaren ‘80 en ‘90 was. Deze generatie, met namen als Mecanoo, BenthemCrouwel en OMA, kon via overheidswerk opbloeien en ook fouten maken. Het heeft ertoe geleid dat de Nederlandse architecten over de hele wereld bekend zijn.

Lees ook de recensie van Bernard Hulsman over het recent verschenen boek De Ruimtemakers, over stadsvernieuwing tussen 1950 en 1980.

Die vruchtbare bodem is weg. De leidraden zijn zo streng, dat alleen ervaren bureaus mee kunnen doen. Wil je een school ontwerpen? Dat kan als je er in de afgelopen drie jaar minstens twee ontworpen hebt, van een bepaalde grootte. Deze regels gelden voor alle overheidswerken; van bruggen tot gemeentehuizen, van musea tot universiteitsgebouwen. Je kunt alleen meedoen als je portfolio bewijst dat je het kunt.

Een veelgehoorde reden voor dit beleid zijn de Europese aanbestedingsregels die ten grondslag liggen aan de selectieleidraden. In België komt een jongere generatie echter wel aan overheidsopdrachten. Dit land heeft de afgelopen jaren een ijzersterk architectuurbeleid ontwikkeld, met goed opgetuigde architectuurprijsvragen en sterke beoordelingscommissies. Er wordt geselecteerd op visie, getoond talent en potentie.

Er zijn momenteel in Nederland wel veel prijsvragen die voor iedereen toegankelijk zijn. De vragen houden verband met bijvoorbeeld de energietransitie, het vluchtelingenvraagstuk of de vergrijzing. Ontwerpers kunnen als geen ander gedachten aansprekend verbeelden. Maar het is ook belangrijk dat talentvolle ontwerpers de kansen krijgen om zich te ontwikkelen binnen het architectenvak en de mogelijkheid om ook echt te bouwen.

Als steeds hetzelfde clubje architecten onze gebouwen ontwerpt, dan gaat dat ten koste van de kwaliteit. Kwaliteit ontstaat mede door creativiteit, doordat je uitgedaagd wordt om na te denken over een ontwerpvraag die je nog niet eerder hebt gehad. Zo ontstaan nieuwe oplossingen, nieuwe modellen voor bijvoorbeeld scholen en mogelijk betere gebouwen.

Dus overheid, neem uw selectiebeleid op de schop, maak het open en toegankelijk voor talent. Stimuleer lokale overheden, schoolbesturen, cultuurpodia en musea om de lat hoog te leggen, door de selectieprocedures in te richten op kwaliteit en niet enkel op ervaring van gebouwd werk. Selecteer op potentie, visie en talent – ervaring kun je eromheen organiseren. Leer van de Belgen.