Jeff Koons tijdens de persviewing van de tentoonstelling rond het kunstwerk Gazing Ball in De Nieuwe Kerk in Amsterdam.

Foto Sander Koning / ANP

Jeff Koons: ‘Kunst is het enige van waarde’

Interview

In de Nieuwe Kerk toont de Amerikaanse kunstenaar Jeff Koons zijn nieuwste vondst: een kopie van een altaarstuk met blauwe spiegelbal. “Ik wilde er altijd zo graag bij horen.”

Zoals hij daar staat, in zijn kreukloze pak achter het spreekgestoelte in de Amsterdamse Nieuwe Kerk, heeft hij wel wat weg van een gladde tv-dominee. Met zalvende stem praat kunstenaar Jeff Koons (63) over spiritualiteit, humanisme en gemeenschapszin. Wat hij predikt, op deze perspresentatie van zijn nieuwe tentoonstelling, is het geloof in kunst. „Kunst is de essentie van ons eigen potentieel”, zegt hij. En: „Kunst is het enige van waarde in de wereld.”

Even later poseert hij als een volleerde superster voor zijn schilderij Gazing Ball (Perugino Madonna and Child with Four Saints) (2014-2015), dat de komende weken in de Nieuwe Kerk te zien zal zijn in de tentoonstellingsreeks Meesterwerk. Geroutineerd lacht hij zijn hagelwitte tanden bloot en draait hij zijn gezicht naar het flitslicht. Want ook dat is Koons: een van de commercieelste en mediageniekste kunstenaars ter wereld. Een man die fortuinen verdiende met de verkoop van stofzuigers en zwevende basketballen, ballonhondjes en opblaaskonijnen. Spiritualiteit en banaliteit gaan bij de Amerikaanse meester hand in hand.

Jeff Koons tijdens de persviewing van de tentoonstelling rond het kunstwerk Gazing Ball in De Nieuwe Kerk in Amsterdam. Foto Sander Koning / ANP

Gazing Ball is een minutieus nageschilderde kopie van een altaarstuk uit 1500 van de Italiaanse renaissanceschilder Perugino. Tussen de vier heiligen aan de onderzijde van het doek heeft Koons een plankje bevestigd waarop een kobaltblauwe glazen bol ligt. Wanneer je erin kijkt, zie je jezelf weerspiegeld, omringd door het gotische kerkinterieur. „De gazing ball is een soort gps-systeem”, licht Koons zijn vondst toe. „Hij vertelt je waar je je bevindt in het universum. Je kunt in de wereld van Perugino stappen, maar je bevindt je ook in het hier en nu, in een oude kerk, staand op een grafsteen uit 1842. Het kunstwerk speelt met tijd en ruimte. Starend in het blauwe glas raak je aan het aspect van oneindigheid.”

Koons heeft in de afgelopen vijf jaar vijftig Gazing Ball Paintings gemaakt – kopieën van wereldberoemde schilderijen als Manets Olympia, Da Vinci’s Mona Lisa en Monets Waterlelies. Zijn galeries verkopen ze voor 2,5 tot 3 miljoen dollar per stuk. De kunstenaar vertelt dat de blauwe glazen bollen afkomstig zijn uit zijn geboortestaat Pennsylvania, waar hij nog altijd een boerderij bezit. „Veel mensen hebben daar zo’n bal liggen op hun gazon. Het is oorspronkelijk een Venetiaanse traditie uit de dertiende eeuw, die later werd opgepikt door de Beierse koning Ludwig II. In Pennsylvania, waar een grote Duitse gemeenschap woont, zijn de ballen in ieder tuincentrum te koop.”

Pas toen ik lessen kunstgeschiedenis kreeg, besefte ik echt wat de kracht van kunst was

Later, in de coulissen van de kerk, vertelt Koons tot in detail hoe zijn kunstwerk tot stand is gekomen. „Het duurt ongeveer een jaar om zo’n schilderij te maken. Ik krijg een afbeelding in extreem hoge resolutie van het originele werk. De computer analyseert vervolgens alle kleuren. Gemiddeld heeft zo’n schilderij ongeveer 7000 unieke kleuren. Die worden door mijn assistenten gemengd. En dan wordt het schilderij door hen met de hand nageschilderd.” Ook de oneffenheden, de barstjes in de verflaag, zijn haarscherp nageschilderd. „Zo proberen we zo accuraat mogelijk bij het idee van het origineel te komen.”

De keuze voor de schilderijen – veel Manets en Titiaans, maar ook een enkele Van Gogh en een Fragonard – is puur zijn persoonlijke smaak, zegt Koons. „Deze schilderijen maken deel uit van mijn artistieke DNA. Tegelijkertijd vormen ze de canon van de West-Europese kunstgeschiedenis. Ik sta open voor andere gebieden, maar dit is de kunst waarmee ik ben opgegroeid.” Het mooie van de serie, vindt hij, is dat al die kunstenaars naar elkaar verwijzen. „Manet keek naar Titiaan, Velázquez, Watteau en Goya. Over die onderlinge relaties gaat mijn serie. Ik benadruk dat door de schilderijen met elkaar te verbinden met een ‘gazing ball’.”

Dat hij de originele Madonna van Perugino, die in de Pinacotheek in Bologna hangt, nooit in het echt heeft gezien, ziet Koons niet als een bezwaar. „Ik voel me extreem verbonden met afbeeldingen van werken die ik nooit persoonlijk heb ontmoet. Tegenwoordig is de kwaliteit van reproducties zo goed dat je soms een intiemere ervaring kunt hebben met een plaatje dan met het echte ding. In een museum word je vaak op afstand gehouden van het werk, of staan er massa’s mensen voor, of is de belichting beroerd. De Mona Lisa heb ik misschien 25 keer in het echt gezien, maar de impact van haar beeltenis als reproductie is veel groter. Uiteindelijk gaat het om een idee. De objecten zelf, waar de maatschappij zoveel waarde aan hecht, zijn slechts transponders. Als je naar een Perugino kijkt, en je raakt erdoor begeesterd, komt dat door jou zelf.”

De expositie met ‘Gazing Ball’ is onderdeel van de serie ‘Meesterwerk’ in De Nieuwe Kerk.
Foto Sander de Koning / ANP
De expositie met ‘Gazing Ball’ is onderdeel van de serie ‘Meesterwerk’ in De Nieuwe Kerk.
Foto Sander de Koning / ANP

Readymade

Zelf komt Jeff Koons voort uit de traditie van de readymade. Marcel Duchamp, de kunstenaar die in 1917 een urinoir als kunstwerk op een voetstuk zette, is zijn grote voorbeeld. Als ode aan hem plaatste Koons een van zijn Gazing Balls op een andere readymade van Duchamp, het flessenrek. Andy Warhol, de koning van het soepblik, is zijn directe voorloper en „onderdeel van mijn genen”. Van kunstenaar Ed Paschke, zijn mentor op het Art Institute in Chicago, leerde Koons dat kunst voor het oprapen ligt in de alledaagse werkelijkheid. „Alles bestaat al in dit universum. Je hoeft alleen maar te focussen op je interesses. Dat werd mijn leidraad.”

Als negenjarige schilderde Koons al kopieën na van oude meesters. Zijn vader, een interieurontwerper en eigenaar van een meubelzaak, verkocht die voor bedragen van 700 tot 900 dollar in de winkel. Van het verdiende geld kocht Koons zijn eerste auto. „Mijn ouders hebben me al van jongs af aan laten geloven dat ik beter was dan de rest”, vertelt hij. „Ze gaven me voortdurend schouderklopjes en stimuleerden me om te tekenen. Ik was heel getalenteerd, wist precies hoe ik alle illusies op papier moest zetten. Op school won ik vele prijzen. Maar pas toen ik lessen kunstgeschiedenis kreeg, besefte ik echt wat de kracht van kunst was.”

Warhol, Duchamp en Dalí, dat ik ben opgenomen in die canon is wel geweldig

Hij vertelt over zijn eerste ontmoeting met Manets Olympia, nog altijd een van zijn lievelingsschilderijen. „Een leraar legde uit hoe de zwarte kat en het boeket bloemen in negentiende-eeuws Frankrijk verwezen naar haar rol als prostituee. En dat de houding van de vrouw refereerde aan een schilderij van Goya. Het was het moment dat ik besloot dat ik ook zo’n renaissancepersoon wilde zijn – een dilletant die open staat voor alles en in alle kunstvormen interesse toont. Opeens ontdekte ik dat ik me kon gaan bezighouden met filosofie en fysica en esthetica en psychologie. Want kunst legt verbanden met alle geesteswetenschappen. Mijn leven explodeerde.”

Zijn vroege werken, met name de serie Made in Heaven die hij met zijn toenmalige echtgenote, pornoster Ilona Staller maakte, zorgden voor een golf van opwinding in de kunstwereld. Toch is shockeren nooit zijn doel geweest, zegt hij nu. „Een kunstenaar die alleen uit is op provocatie, heeft meestal niet zo’n lange adem. Zo’n schokeffect duurt misschien drie weken, daarna wordt het weer gewoontjes en flauw. Wat we echt schokkend vinden, is eerlijkheid.”

Zou hij die serie in deze tijd, nu naakt in het museum ter discussie staat, ook nog hebben kunnen maken? „Het thema van Made in Heaven was de overwinning van schaamte. Voor mij gingen die beelden over zelfacceptatie. Later heb ik nog retrospectieven gehad in het Whitney en het Pompidou en het Guggenheim in Bilbao. Daar wilden ze die werken ook tonen, en dan zei ik: zouden we ze niet een privé-kamertje hangen? En kunnen we die foto’s beter niet afdrukken in de catalogus? Ik censureerde mezelf. Dus ja, de tijden zijn veranderd.”

Kunstmarkt

Koons’ carrière liep in gelijke tred met de boom van de kunstmarkt. Zijn naam werd zo’n beetje het embleem voor het kapitalistische karakter van de kunstwereld. Nog altijd heeft hij het record van duurste levende kunstenaar op zijn naam: zijn Balloon Dog (Orange) (1994-2000) bracht op een veiling in 2013 ruim 58 miljoen dollar op. Die prijs is voor hem „een totale abstractie”, zegt Koons. „Het ironische is dat mijn werk gaat over consumentisme. Ik heb in de jaren tachtig een serie gemaakt die Luxury & Degredation heette, waarbij ik putte uit drankreclames. Die serie ging over onze behoeftes en verlangens die almaar gestild moeten worden. Maar mijn werk is ook omarmd door een externe partij, namelijk de kunstmarkt. En die staat compleet los van wat ik doe.”

In 2012 was er in Frankfurt een groot retrospectief met werk van Jeff Koons. Lees ook de recensie van Hans den Hartog Jager: Jeff Koons’ extreemste goocheltrucs

Hij is door het grote succes verrast, zegt Koons. „Ik moet me nog steeds in mijn arm knijpen dat ik nu in staat ben om een dialoog aan te gaan met de kunstenaars die ik bewonder. Ik wilde er altijd zo graag bij horen, bij die avant-garde. Dat er nu een lijn loopt van mijzelf naar Warhol naar Duchamp en Dalí, dat ik ben opgenomen in die canon, is wel geweldig.”

Door velen wordt ex-beurshandelaar Koons nog altijd gezien als de meester van de zelfpromotie. Een kunstenaar die als een gelikte autoverkoper zijn glimmende handelswaar aan de man brengt. Die zijn kopieën van Manet en Van Gogh uitvent op de tassen van Louis Vuitton. Maar er is ook die andere, meer filosofische kant. Wanneer je langer met Koons praat, begint hij steeds meer te klinken als een zelfhulpgoeroe die kunst ziet als reddende religie. Hij praat over generositeit, toewijding en zelfacceptatie. Steeds weer draait hij zijn antwoorden richting zijn levensfilosofie: dat kunst zorgt voor levensenergie en mensen kan aansporen het beste uit zichzelf te halen. Vandaar ook dat zijn eigen kunst altijd vrolijk en lichtvoetig is. Hij stopt liefde en warmte in zijn werk. Want: „Uiteindelijk gaat het toch om de relatie die je hebt met jezelf en met anderen. Dat is het enige dat belangrijk is in het leven. Als je jezelf accepteert, ben je ook beter in het accepteren van andere mensen.”

Koons: „Ik denk dat er een groot misverstand bestaat over wie ik ben als kunstenaar. Ik ben vaak weggezet als een industriële kunstenaar, met een fabriek vol werknemers. Maar in werkelijkheid maak ik heel weinig werken: maximaal tien schilderijen per jaar en twaalf tot vijftien unieke sculpturen. Dat is een hele lage productie. Toch is de perceptie dat ik een soort kunstbedrijf heb. Het is alsof mijn critici proberen een vierkante pin in een driehoekig gat te stoppen. Dat past natuurlijk voor geen meter. Ze willen een sluitend verhaal, maar dat betekent niet dat het klopt.”

Jeff Koons: Gazing Ball. 17 febr t/m 8 april in De Nieuwe Kerk, Dam, Amsterdam. Inl: nieuwekerk.nl
Het vorige ‘Meesterwerk’ in de Nieuwe Kerk was El Greco’s ‘Pentecostés’. Lees ook: Vingers als van vuur
    • Sandra Smallenburg