Kijk eens kunst met een expert, of een marketingman

Neo Rauch Iedereen kijkt anders naar kunst. Vier keer rondlopen tussen werk van Neo Rauch, in Zwolle.

Spannung, 2016 olieverf op doek (250 x 200 cm) Schilderij Neo Rauch

‘Als je goed om je heen kijkt zie je dat alles gekleurd is’, is een regel uit een bekend gedicht van K. Schippers. De wereld krijgt niet alleen meer kleur als je er aandacht voor hebt, ze wordt ook gekleurd door je eigen lens. Omdat de blik van een ander iets kan laten oplichten wat we zelf nog niet zagen, bekijk ik vier keer dezelfde tentoonstelling met elke keer een andere persoon. Onderwerp van dit kijk-experiment: de 65 werken van de in Oost-Duitsland opgegroeide kunstenaar Neo Rauch (1960) die tot 3 juni in De Fundatie in Zwolle te zien zijn.

Op Nach der Schicht (2011) staat een reusachtige persoon in 18de-eeuws kostuum naast een uitgerekte figuur op All Stars. De industriële schoorsteenpijp hoort niet in het archaïsche landschap thuis, evenmin als de zendmasten die overal opduiken. Op Zustrom (2016) weer zo’n bovenmenselijk groot stel dat nu boven de wolken uitsteekt, kijkend naar een wereld waarin een jezusfiguur, een boer en een jonkheer elkaars wegen wezenloos kruisen en waar bomen bovengronds zuurstokkleurige wortels schieten.

Rauch, begin jaren 80 in de klassieke schilderstraditie geschoold op de Hochschule für Grafik und Buchkunst in de toen nog geïsoleerde DDR, goochelt met genres: religieuze taferelen verglijden tot sciencefiction of sprookjes en zijn immense doeken zitten vol verwijzingen naar moderne cultuur en communistische propaganda. Zijn werken worden geprezen, hij wordt gezien als een van de belangrijkste hedendaagse kunstenaars.

Neo Rauch: Die Kontrolle, 2010, olieverf op doek, (300 x 420 cm)
© Neo Rauch / VG Bild-Kunst, Bonn, Foto’s Uwe Walter, Berlijn

1. Kijken met psycholoog Douwe Draaisma

Ik ga bekijk de tentoonstelling met bijzonder hoogleraar psychologie Douwe Draaisma, die een boek schreef over dromen, omdat het werk van Rauch op mij cryptisch overkomt. Het wordt ook vaak omschreven als een wereld die voorbijgaat aan het logisch denken, een droomwereld. Draaisma herkent direct allerlei dingen in Rauchs werk die in dromen prima samen kunnen gaan. „Voorwerpen worden in dromen vaak niet consistent afgemaakt, tijden en mensbeelden lopen door elkaar en dat zie je in deze schilderijen terug. Als je droomt, accepteer je dat kritiekloos.’

Het is interessanter te kijken wat het met jou als kijker doet

Douwe Draaisma, psycholoog

Rauch put voor inspiratie naar eigen zeggen vooral uit zijn onderbewuste, een wereld waarin hij binnentreedt via dromen en meditatie. Draaisma: „Rauch heeft het over zijn dromen alsof die hem toegang geven tot een hogere werkelijkheid. Maar een modernere kijk op dromen is dat ons brein de hele dag bezig is om de chaos die ons omringt te ordenen en daarom ’s nachts moet ontladen. Wat ik me afvraag is waarom hij die chaos wil tonen.” Bij een schilderij waarop slangen rond mensenvoeten krioelen: „We hoeven niet te weten waarom hij dit schildert. Het is interessanter te kijken wat het met jou als kijker doet.” Mij bekruipt een gevoel van eenzaamheid, alsof ik rondwandel in een nachtmerrie. Naar Rauchs werk kijken is als een kamer binnenlopen waar net ruzie was. Niemand zegt iets maar de drukkende sfeer hangt er nog.

2. Met kunstenares Benita Smit

Kunstenares Benita Smit deelt met Rauch niet alleen de Duitse nationaliteit maar ook een melancholische hang naar het verleden. „Dat zit toch een beetje in ons DNA, met de Romantiek als Duitse uitvinding, en daarmee een voorliefde voor vervlogen tijden.”

Lees ook een interview met Neo Rauch in zijn atelier in Leipzig: ‘Wen er maar niet te veel aan, aan die glamour’

Smit is een liefhebber van de Neue Leipziger Schule, de kunststroming waarvan Rauch een boegbeeld werd: „Deze school werd niet zozeer bekend om een eenduidige stijl als wel om de plek waar hij ontstond, het vacuüm van de DDR waar westerse invloeden nauwelijks doordrongen.” We staan lang voor een vredig ogend landschap dat met verschuivende perspectieven wel iets weg heeft van een Hockney. Als we beter kijken duiken angstaanjagende elementen op. „Die vulkaan lijkt wel van beton. Die zonnebloemen daar veranderen in kleine apparaatjes. En de mensen lijken wel machines, ze zijn hard aan het werk maar niemand lijkt zeggenschap over zijn leven te hebben. Het roept bij mij een angst op voor technologische ontwikkelingen die alles wat natuurlijk is in gevaar brengen. Tegelijkertijd lijkt het mechanistische mensbeeld een waarschuwing voor het DDR-verleden.” Hoe langer we kijken, hoe groter de beklemming. We zitten vast in de tijd, waar niet alleen de toekomst dreigend is. Rauchs romantiek is het verlangen naar iets waar je eigenlijk ook niet naar terug wilt keren.

3. Met marketingexpert Cor Hospes

„Dat verrekte elitaire van de kunst”, roept marketingexpert Cor Hospes, nog voor we het eerste schilderij hebben gezien. „Heb je die catalogus gelezen? Stel je toch voor zeg, dat we die teksten als publiek zouden begrijpen!” Rauch zegt dat zijn ideale bezoeker er een is die het werk niet probeert te interpreteren, maar die zich overgeeft aan wat hij ziet. Hospes: „Hou toch op! We willen ons kunnen identificeren met wat we zien. Maar dit werk is zo onsamenhangend dat het me niet in het hart raakt. Dan ga je vanzelf verhalen bedenken.” Als ik met Hospes rondloop zien we die verhalen overal. „Kijk, op dat doek staan mensen in de rij om een schilderij met een glimlach te kopen. Daar dwarrelen wat organen in het rond. Ik zie een hart, dat moet het geheel een beetje leven geven. Dat komt natuurlijk doordat die figuren alle menselijkheid verloren hebben.” We zien slangen, stokken, molenwieken die symbool voor iets lijken te staan, en op de plek waar normaal handen zitten, zien we scharen, ballen, tennisrackets. „Er dreigt iets, het lijkt alsof alles kapot moet gaan.” Toch verdwijnt de beklemmende eenzaamheid die ik voelde met Draaisma en Smit. Door de verhalen die we verzinnen blijft het werk meer op afstand. Als we voor Die Fremde (2015) staan ontkomen we er toch niet aan, de vreemde figuren kijken niet naar elkaar, ze kijken ook niet naar ons. Met een doodse blik staren ze in het luchtledige en trekken onze blik daarin mee.

Lees ook onze recensie van de expositie van Rauch in Museum De Fundatie, Zwolle: Het galmend universum van Neo Rauch

4. Met kunstexpert Jan Six

Jan Six is expert op het gebied van meesters uit de 17de en 18de eeuw. Hij zegt: „Een goed schilderij maakt contact met de toeschouwer. Neem Jong meisje in het venster van Rembrandt. Hij keek net zo lang naar zijn onderwerp tot hij de ziel ervan te pakken had. De emoties van dat meisje zullen we tot in de eeuwigheid herkennen, het werk leeft.”

Anatomisch slecht geschilderd, aan de handen herken je de meester

Jan Six, kunstexpert

Six zoomt in op de schilderijen, hij kijkt vooral technisch. Ik zie nu dezelfde doeken als met Hospes, toch zie ik heel ander werk. We zitten met onze neus bovenop de verf en zien handen („anatomisch slecht geschilderd, aan de handen herken je de meester”), schaduwen („die niet altijd dezelfde lichtbron lijken te hebben”), kleuren („een kleurenpalet van kermisattracties die te lang in de zon hebben gestaan”), het ontbreken van vernis („ongelooflijk, wat is hier over honderd jaar nog van over?”)

„Het belangrijkste is dat je een werk niet hoeft uit te leggen. Grijpt het je geest? Laat het een diepe indruk achter? Dat een kunstenaar een mythische status zou hebben doet me niets, dat staat alleen tussen het werk en de kijker in en maakt ons monddood. Als we naar muziek luisteren zeggen we er toch ook iets van als het vals is. Zo is het ook met een schilderij. De verf toont alles.” De schilderijen lijken pas betekenis te krijgen als we onze eigen fascinatie erin terugzien. Dat gebeurt uiteindelijk ook met Six bij een groot doek waarop twee mensen vanuit hun vakantiehuis uitkijken op een monsterlijke fabriek. Hij zoomt in met zijn iPhone en maakt een foto van een uitsnede waarop alleen de bosrand te zien is. „Daar hebben we een mooi schilderij.”