Je kind liegt en dat is goed

Opvoeding Kinderen moeten voor hun bestwil óók leren liegen.. „Als je niet kan liegen, heb je geen leven.”

Verstoppertje. Foto Merlijn Doomernik

Ik was een jaar of zes toen ik tijdens een vakantie op Ameland bij de kassa van de supermarkt een pakje Rizla-vloeipapier in mijn zak stopte. Het was geen bewuste beslissing, mijn hand ging er als het ware vanzelf naartoe, precies zoals de hand van mijn klasgenootje een paar weken eerder naar mijn nieuwe etui was gegaan – ik was de etui later op haar slaapkamer tegengekomen. „Hij zat gewoon ineens in mijn tas”, had ze huilend gezegd.

Eenmaal buiten overhandigde ik mijn vader, die een shaggie ging rollen, triomfantelijk het vloeipapier. „Waar heb je dat vandaan?”, informeerde hij met gefronste wenkbrauwen. Op dat moment, weet ik nog, realiseerde ik me ineens dat de waarheid vertellen problemen zou opleveren.

„Die heb ik gevonden”, zei ik snel.

„Op de grond?”, vroeg mijn vader.

Ik knikte. „Gooi ’m dan maar weg”, antwoordde hij. En daar ging het gloednieuwe kartonnetje.

Het klinkt vreemd maar mijn voornoemde staaltje leugenachtigheid zou wetenschappers die zich specialiseren in liegen en geheimhouding, gerustgesteld hebben over mijn emotionele en sociale vaardigheden. The New York Times berichtte onlangs dat liegen bij kinderen een „teken van intelligentie” is. Kinderen die bij een experiment zeiden dat ze iets niet gedaan hadden terwijl ze het wel hadden gedaan, scoorden hoger op een intelligentietest dan de kinderen die de waarheid hadden gesproken.

Volgens de Amerikaans-Chinese ontwikkelingspsycholoog Kang Lee, specialist op het gebied van liegende kinderen, zijn er een paar belangrijke vaardigheden nodig om te kunnen liegen, waaronder ‘theory of mind’. Dit is het inzicht dat verschillende mensen andere kennis kunnen hebben van de situatie; dat er een verschil bestaat tussen wat het kind weet en wat mensen om hem of haar heen weten. Als een kind van 2 of 3 dat al kan, hebben de ouders volgens Lee reden dat te vieren. „Jong liegen wijst niet op een oneerlijk karakter, maar op intelligentie”, stelt hij in zijn veelbekeken TedTalk ‘Can you really tell if a kid is lying?’.

Lees ook de column van Ben Tiggelaar: Hoe liegen je hersenen aantast

Een enorm aantal ouders heeft pedagoog Bas Levering al horen zeggen ‘Ik vind het zo vreselijk als mijn kind liegt’. Terwijl dat volgens hem niets is om van te schrikken. „Dat maakt echt onderdeel uit van een gezonde ontwikkeling bij kinderen.” Het begint er volgens hem al mee dat kinderen tot hun vierde helemaal niet kúnnen liegen, omdat ze het verschil tussen waar en onwaar nog niet goed kennen. Als kinderen in die leeftijdscategorie iets zeggen wat niet klopt moeten we dat geen ‘liegen’, maar ‘fantaseren’ noemen, zegt Levering. En als zij iets wegnemen zou je dat ook geen ‘stelen’ moeten noemen, omdat er nog geen scherp onderscheid is tussen de ik en de ander.

Geen geheim kunnen bewaren

Totdat het scherpe onderscheid tussen waar en onwaar is ontstaan, kan de wereld van een jong kind volgens Levering nog van alles zijn. De kamer is een zwembad, drie stoelen worden een trein. „Als we liegen definiëren als ‘bewust onwaarheid spreken om er zelf voordeel bij te hebben of om iemand anders nadeel te berokkenen’, dan kunnen kinderen dat pas vanaf ongeveer het zevende jaar.” Samen met Max van Manen deed Levering onderzoek naar de eerste geheimen van mensen. Hun boek Childhood’s secrets: intimacy, privacy, and the self reconsidered dateert uit 1996. Er staat een nieuwe Nederlandse editie op stapel.

Tussen fantaseren en liegen zit een periode die we volgens Levering met ‘jokken’ aanduiden, zo tussen het vijfde en zevende jaar. Het kind kent het verschil tussen waar en onwaar, maar ziet er het belang nog niet van in. Levering: „Als je tegen het kind zegt: ‘Jij jokt hè?’ zullen ze je ruiterlijk toeknikken. De meeste kinderen tot 7 jaar kunnen ook nog geen geheim bewaren. Je hoeft ze maar een zetje te geven of ze slaan al door. In die periode moeten ouders een beetje coulant omgaan met leugentjes. Ouders hoeven er niet boos om te worden, maar moeten de kinderen er wel op aanspreken dat ze de waarheid niet zeggen.”

Kinderen tot 7 jaar kunnen ook nog geen geheim bewaren. Je hoeft ze maar een zetje te geven of zetje en ze slaan door

Bas Levering, pedagoog

Nu gaat er in de opvoeding een verschil ontstaan tussen de goede en de slechte waarheid. Zodra kinderen geleerd hebben de waarheid te spreken – en ze dat heel nadrukkelijk gaan doen, want dat doen kinderen volgens Levering als ze iets nieuws kunnen – leren we ze die openhartigheid weer snel af. Een kind dat aan de juf vertelt wie al die rommel in de klas toch gemaakt heeft, heet een klikspaan. Toen mijn nichtje laatst over de nieuwe schoenen van haar zus zei ‘Getver, ik háát All Stars’, reageerden haar ouders onmiddellijk met ‘Dat is niet erg aardig!’

Wat we kinderen die klakkeloos zeggen wat ze denken ogenblikkelijk bijbrengen, is het koesteren van geheimen die de omgang met anderen harmonieus houden. Andreas Wismeijer is in 2008 gepromoveerd op de psychologie van geheimen. Momenteel onderzoekt hij onder meer het effect van geheimen op het persoonlijk welzijn. Volgens hem liegen we de hele dag door. Hij ziet dat als „een andere waarheid installeren waardoor je jezelf of de ander in bescherming neemt.” Hij stelt onomwonden: „Als je niet kan liegen, heb je geen leven.”

Gezond wantrouwen

Wismeijer, verbonden aan Tilburg University, heeft net een training achter de rug en als hij alles wat die dag in hem was opgekomen had gezegd, zouden zijn cursisten mismoedig zijn vertrokken. Zo dacht hij meer dan eens: ‘Tsss, hoe kun je die vraag nou stellen, dat heb ik toch net uitgelegd?’ Volgens Wismeijer is liegen mogelijk een evolutionair mechanisme: „Het is de vaardigheid om info voor jezelf te houden die de status in je groep beschermt, uitstoting voorkomt en daarmee je kans op het doorgeven van je genen verhoogt.”

Ook volwassenen liegen weleens. Over aankopen bijvoorbeeld - waarom doen we dat?

Het bewaren van geheimen heeft volgens wetenschappers ook voor de identiteitsontwikkeling van kinderen een functie. Er komt een moment dat een kind een beetje afstand van thuis neemt. Bijvoorbeeld als vriendjes zeggen ‘Niet thuis vertellen hoor.’ Dat is volgens Leveringvoor ouders een pedagogische paradox: „Dat je aan de ene kant moet weten wat er in een kind omgaat, omdat je er verantwoordelijk voor bent, maar dat je ook niet moet willen weten wat er in een kind omgaat, zodat het zijn of haar identiteit kan ontwikkelen.” Dat impliceert volgens hem dat kinderen ook onbespied hun gang moeten kunnen gaan. Tegenwoordig kunnen ouders kinderen niet alleen via hun smartphones overal volgen en bereiken, maar ook via het Magister-systeem van de middelbare school. Ouders kunnen op dit onlineregistratiesysteem inloggen om te checken of kinderen op tijd op school zijn, hun boeken bij zich hebben, hun huiswerk hebben gemaakt. Levering noemt dat gebrek aan bewegingsvrijheid ‘problematisch benauwend’.„Liegen en geheimhouden hoort erbij in het leven. „Het is een kunst om het kinderen goed te leren.”

Foto’s Merlijn Doomernik

Kunnen we hardnekkig liegen voorkomen? Volgens Levering is een of twee keer op een leugen betrapt worden voor de meeste kinderen voldoende om te voorkomen dat liegen een gewoonte wordt. Hij bepleit ‘gezond wantrouwen’: „Gewoon alert blijven op wat niet klopt aan het verhaal van een kind, zonder al te krampachtig controlerend te zijn.”

Hoe leer je kinderen het onderscheid tussen mooie en nare geheimen? Wismeijer leert zijn kinderen van 4 en 7 jaar: „Als je er wakker van ligt of als je er bang van wordt, kun je het altijd aan papa en mama vertellen.” En ouders kunnen zorgen dat de drempel om iets onaangenaams te vertellen laag is. Volgens Wismeijer zijn de kenmerken van mensen die we doorgaans in vertrouwen nemen dat ze niet veroordelen en hulp en begrip kunnen bieden. Dus biecht een kind iets op, reageer dan niet meteen met ‘Wat flik je me nou!’ Wismeijer: „Als ik wil horen wat speelt bij mijn kind, zal ik rustig moeten reageren, anders verspeel ik vertrouwen.”

Levering adviseert om momenten van intimiteit te creëren waarin kinderen makkelijk iets kunnen delen. „Dat doe je niet door ze face to face te ondervragen, maar door bijvoorbeeld samen te gaan autorijden of te wandelen, waarbij je kind je niet steeds hoeft aan te kijken en het zelf met van alles en nog wat kan komen. Voor open gesprekken moet je een passende ruimte zoeken.”

    Vijf leugentjes

  1. ‘Maar ik heb echt enorme honger’

    Roos Algoei (36): „Als mijn driejarige dochter nog niet naar bed wil, of bij een vriendinnetje wil blijven spelen, zegt ze dat ze hongerig is. Meestal heeft ze genoeg gegeten, en zeg ik: ‘Vandaag trap ik er niet in!’ Ze moet soms ook heel nodig plassen als het haar goed uitkomt. Als we in de auto zitten en de M van McDonald’s opdoemt, bijvoorbeeld.”

  2. ‘En toen gingen we allemaal schaatsen’

    Theo Wubben (69): „Mijn zevenjarige kleindochter fantaseert erop los. Wij vertellen elkaar hele verhalen. Dan vraag ik: heb je nog iets leuks gedaan? En dan bedenkt ze wat. Vorige winter vertelde ze dat ze met de juf naar het ijs was gegaan. Ze was met de hele klas gaan schaatsen. Maar het had die week helemaal niet gevroren. Er lag nergens ijs. ‘Oh ja?’, vroeg ik. ‘Had iedereen schaatsspullen meegenomen?’ ‘Ja,’ zei ze ‘we hadden allemaal gymkleren aan. En het was heel leuk.’”

  3. ‘Híj heeft mijn tas gescheurd hoor’

    Melissa Alphenaar (33): „Mijn zoon van zes liegt vaak genoeg. Als hij groenten moet eten, heeft hij buikpijn of is hij ziek. Wat ik dan zeg? „Je moet het gewoon opeten. Als je dit argument blijft gebruiken, geloof ik je niet meer als het een keer echt waar is.” Laatst was zijn tas aan de achterkant gescheurd en gaf hij een andere jongen de schuld. Bleek dat hij zelf met de tas had rondgezwaaid. Hij leek zich er niet erg schuldig over te voelen.”

  4. ‘Maar ik heb dorst’

    Mina Asli (49): „Mijn dochter is heel eerlijk. Dat wordt haar niet altijd in dank afgenomen. Toen een paar jongens in haar klas spullen uit het lokaal hadden gegooid, had zij aan de school verteld wie dat waren. Een van hun moeders noemde haar toen een verrader. Ze heeft alleen op zesjarige leeftijd gelogen toen er net een inbraak bij ons was gepleegd. Ze durfde niet te slapen en ging smoesjes verzinnen om uit bed te mogen: ‘Ik heb dorst’, zei ze, terwijl ze vlak daarvoor nog water had gedronken.”

  5. ‘Nee hoor, ik ben gewoon aan het spelen’

    Dafne de Waart (38): „Ik heb twee dochters. De oudste is zes en heb ik nog nooit op een leugen betrapt. Mijn jongste van twee is ondeugender. Zij geniet van die spanning. Dan pakt ze een mandarijntje zonder te vragen en gaat dat stiekem onder de tafel opeten. Als ik haar vraag wat ze aan het doen is, zegt ze dat ze aan het spelen is.”

    • Annemiek Leclaire