Opinie

    • Antjie Krog

Jacob Zuma was een monster

Zuid-Afrika Jacob Zuma bracht alle Zuid-Afrikanen aan de rand van de afgrond, schrijft . „Mogen de rillingen van het afgrijzen ons ontvankelijker maken voor echte verandering.”
Illustratie Simanca

Het zal jaren vergen vóór we ons van Jacob Zuma iets anders herinneren dan de man die, zoals in een nachtmerrie, steeds weer herrijst en gewoon voortsjoemelt en -knoeit; die zoals de terminator grijnzend op ons af blijft stormen, zelfs nadat de helft van zijn gezicht is weggeschoten en zijn vel is afgefakkeld. Zoals een spookgedaante schudt hij stof en brokstukken van zijn naakte vlees af, tilt zijn armen weer op en doet met prehistorische kreten zijn twee mannenborsten trillen zoals in een griezelfilm. Geen schandaal, vonnis of smalende donderpreek heeft enig effect – en net als in The Terminator kan, zelfs na zijn politieke dood, zijn arm worden hergebruikt om het ultieme ‘monster’ te scheppen.

Pas later zullen we beseffen hoe Zuma herinnerd behoort te worden. Niet in de eerste plaats als een dief van de bovenste plank, maar als de leider die alle Zuid-Afrikanen het dichtst bij een volslagen catastrofe heeft gebracht. Hij heeft ons gedwongen om over de rand van de afgrond te kijken naar hoe gemakkelijk onvervangbare dromen en principes zich krijsend te pletter kunnen storten. Laten we ons voor altijd die periode van wanhoop blijven herinneren! Maar mogen de rillingen van het afgrijzen ons ook allemaal ontvankelijker maken voor echte en diepgaande verandering.

Brein op één been

Terwijl Nelson Mandela de opvoeding genoot van een lichtjes bevoorrechte telg uit een adellijke Xhosa-familie en Thabo Mbeki de zoon was van een activistisch en erudiet echtpaar in ballingschap, was Jacob Zuma een leider die werd gevormd door veel gewonere Zuid-Afrikaanse omstandigheden. Na een jeugd als koeienherder in de plattelandse omgeving van KwaZoeloe-Natal, met slechts een paar jaar scholing, volgde het lidmaatschap van uMkhonto weSizwe (‘Speer van de Natie’), de gewapende vleugel van het ANC. Toch wordt hij de afgelopen maanden afgeschilderd als een meesterschaakspeler, een briljante strateeg en natuurlijk ook een formidabele schurk met internationale contacten.

Zuma is bovenal een bloedeigen apartheidsproduct van dit land, vol arme, rurale, ambitieuze en vastberaden jongemannen. Wie weet tot wat hij had kunnen uitgroeien, indien hij toegang had verkregen tot een topschool, tot studiebeurzen en selecte universitaire internaten? Misschien wel tot een zwarte Elon Musk, met daarbovenop een goed ontwikkeld gevoel van schaamte waardoor hij netjes op zou krassen bij de eerste wanklanken vanwege een schandaal.

Mandela heeft alle Zuid-Afrikanen bewust gemaakt van iets groters dan onszelf, Zuma van iets akeligs in onszelf. Maar hij behoort ook herinnerd te worden om zijn toespraken. Niet eens vanwege het angstige gestuntel van het lagereschoolkind waarmee hij ze opleest, maar omdat ze voor het eerst in het democratische Zuid-Afrika geen spoor van poëzie bevatten. Mandela en Mbeki beseften juist wel, met grote vooruitziendheid, de doeltreffende verheldering die de woorden van een dichter konden verlenen aan hun visie. Zuma en zijn speechschrijvers hebben zich nooit verwaardigd om iets te citeren uit klassieke Zulu-teksten. Niets van Benedict Wallet Vilakazi, begenadigd dichter en leermeester, en niets van Masizi Kunene, auteur van het heldendicht ‘Keizer Shaka De Grote’.

Lees ook het profiel door onze correspondent ter plaatse Bram Vermeulen: Jacob Zuma: ten onder gegaan aan eigen gulzigheid

Zijn toespraken illustreerden altijd de benepen, saaie uitzichtloosheid van een brein dat rond moet huppelen op één enkel been. Daarom haalde hij zo vaak neerbuigend uit naar clever blacks. Daarom zaten al zijn door hem benoemde maatjes in hun ministerbanken zo te blinken met hun huichelend-flitsende oogjes en hun arrogante maskers van minderwaardigheid en een totaal gebrek aan kennis. Daarom viel hij tijdens zijn speeches altijd weer terug op hetzelfde oude strijdlied Umshini Wam, ‘Breng me mijn machine(geweer)’ – het geweer als penis en andersom.

Zo heeft hij ons land gereduceerd tot een groep die tot geen wezenlijke bewoordingen meer in staat is en die alleen nog op pleinen kan ronddreunen op de cadans van bloed-en-bodemliederen uit het verleden. (En daar sluiten tal van Afrikaner-nostalgici zich natuurlijk graag bij aan.)

De koning van de vrouwenhaat

Maar Zuma moet in de eerste plaats herinnerd worden om hoe hij vrouwen heeft vernietigd. Tot onze eeuwige schande waren we te schijterig om zelf een massale en effectieve #MeToo-beweging op poten te zetten tijdens zijn verkrachtingsproces, zodat hij, samen met zijn advocaat Kemp J. Kemp, al zijn functies neer had moeten leggen, toen al. Zijn misbruik van vrouwen trok sindsdien als een stortvloed door ons land.

Er was de schandalige manier waarop hij een pientere vrouw als Nkosazana Zuma – tot haar eeuwige krediet heeft zij lang geleden al besloten om de huwelijksband met hem door te knippen – toch weer opnieuw misbruikte, door haar een verkiezing voor het presidentschap uit te doen vechten onder zijn vaandel.

Er was de jonge dochter van een voetbalbons die hem zijn eigen kind als seksobject aanbood, in de hoop financieel verknoopt te raken met de Number One van de macht.

Er waren Zuma’s eigen uitspraken – dat vrouwen alleen dienen om kinderen op te voeden en dat een korte rok al een smeekbede is om seks – die bewezen dat hij zijn vrouwen gebruikt als tandkronen. Blinkend als email, maar zonder persoonlijkheid en deemoedig, versieren zij alleen maar het Zuma-implantaat.

Aanvankelijk dacht je nog: nou ja, op zijn minst trouwt hij met degenen met wie hij verkeert. Algauw bleken de meeste van zijn huwelijken te zijn zoals die van stamhoofden uit de vorige eeuw. Louter diplomatieke verbintenissen, van een jonger iemand met een oudere man.

Zuma zal vooral herinnerd worden als een van de grootste schurken die ooit Zuid-Afrika hebben geregeerd

De keizer van de corruptie

Het is meer dan waarschijnlijk dat hij vooral herinnerd zal worden als een van de grootste schurken die ooit Zuid-Afrika hebben geregeerd. Onvermijdelijk moet een mens daarbij denken aan de hoogtijdagen van het kolonialisme, Cecil Rhodes en apartheid. Vele zwarten, zoals koning Moshoeshoe, de dichter Samuel Mqhayi en tal van jongere schrijvers, vroegen zich toentertijd dikwijls af: hoe kan men van ons oprechtheid, vredelievendheid en eerlijkheid verwachten, als de mensen die ons willen kerstenen en regeren fundamenteel zo corrupt en gewelddadig zijn?

In het Zuma-tijdperk echter werden we allemáál geconfronteerd met een totaal corrupt staatshoofd die om het even wie een vrijbrief verschaft om te stelen. Mijn bronnen melden me dat in plattelandsdorpen het hoofd van een gemeente een groot deel van zijn salaris moet afstaan aan de Grote Man van de overkoepelende provincie, want die heeft hem aangesteld. Op die manier sijpelt de corruptie tot in het kleinste dorpje binnen. Het hele land is bezaaid met verhalen over aktetassen vol geld die onder tafel van eigenaar wisselen, met mislukte projecten, vervallen hospitalen, scholen als braakliggende weiden voor lanterfanters en andere hachelijke, mensonterende levensomstandigheden. En als iemand ‘corruptie’ roept, wordt er steevast verwezen naar de erfenis van apartheid.

Lees ook over de opvolger van Zuma: Cyril Ramaphosa moet de hoop voeden dat Zuid-Afrika een ander land is

Het mag ondenkbaar klinken, toch bezit die flagrante corruptie ook een positief aspect en misschien moeten we leren daarop te focussen. We hebben allemaal kunnen zien hoe ons land van dag tot dag woedend overkookt – failliet op elk vlak, vol rassenhaat en absolute ellende.

De nadruk ligt op het woord ‘allemaal’. Zwarte Zuid-Afrikanen waarschuwen al een hele tijd voor revolutie, vanwege de verschrikkelijke levensstandaard van een groot deel van de bevolking. Nu hebben we allemaal het voorspel van die revolutie met eigen ogen kunnen merken. De witte Zuid-Afrikanen hebben haarscherp gezien dat alle schuld voor bestuurlijke onmacht en corruptie door zwarten en kleurlingen voor eeuwig en altijd in de schoenen van ‘de witten’ zal worden geschoven. Het zijn wij die niet veranderen, die gestolen hebben en niets terug willen geven, die nog altijd denken dat wij de baas zijn – wij zijn de oorzaak van alle kommer en gevaar. Wat wij er ook tegen inbrengen, het wordt weggeveegd met de spons van kolonialisme en apartheid.

Tegelijk, en dat is waar de verschuiving zich toont, zijn het niet enkel witte Zuid-Afrikanen die over de rand van de afgrond hebben gekeken. Ook anderen deden het, en ze zagen dat een corrupt staatshoofd fataal is voor alle dromen en voor iedere groei.

Als een corrupt staatshoofd grond onteigent, dan eigent hij zich die zelf toe. Als hij ondernemingen wil overnemen, brengt hij daarvoor zijn familie in stelling. Belangrijke instanties laat hij ineenstorten opdat zijn buitenlandse partners er beter van zouden worden. Zodoende is een extreem-linkse zweeppartij als de Economic Freedom Fighters begonnen om Zuma zelf de schuld te geven van de meeste zwendelarijen.

Al in 2016 werd de val van Zuma ingeluid. De Gupta’s zijn al weg. Volgt Zuma?

En daar bevinden we ons thans dankzij Jacob Zuma. Witte Zuid-Afrikanen beseffen dat het dringend nodig is om grote toegevingen te doen, teneinde het land te stabiliseren. ‘Business as usual’, onze economische groeicijfers en ‘de vrije-marktwetten zullen het wel oplossen’ – dat alles volstaat niet meer. Wij zullen moeten geven, veel geven, en ik denk dat de meesten van ons zelfs vol overgave zúllen geven, zodra een bezielend en slim staatshoofd plannen voorlegt die iedereen insluiten, met het oog op verbeterde levensomstandigheden voor allen.

Tegelijk merk je dat ook andere landgenoten inmiddels tweemaal nadenken alvorens nog te beweren dat ‘de werking van de markt’ in de wind kan worden geslagen, of dat we ‘onze gevallen munt wel zelf weer overeind zullen helpen’. Of dat belastingfraude kan worden getolereerd en dat de begroting van een land in handen kan worden gegeven van een van de grootste sukkels onder ons.

Dankzij de verschoven perspectieven van ons allemaal stond het land nog nooit zo klaar opdat ieder van ons zijn steen kan bijdragen om Zuid-Afrika zichtbaar ten goede te keren voor iedereen.

Maar zoals het parkeerwachtertje in mijn straat altijd roept, eveneens naar iedereen: ‘MOVE people! Here god – julle moet MOVE!’

Uit het Afrikaans vertaald door Tom Lanoye
    • Antjie Krog