Foto Lars van den Brink

‘Hou op over Rutte. Laat die man zijn baan doen.’

Jort Kelder gaat een jaar lang Buitenhof presenteren – maar dat mag niet ten koste gaan van zijn flamboyance. Tijdens een gesprek op Terschelling gaat het over seks, vriendschap en politiek. ‘Ik vind het leuk om te zeggen dat ik voor 51 procent hetero ben.’

Zijn Landrover is groen, maar geen legergroen. Eerder het zachte groen van lindebomen in het voorjaar. De bekleding is rood, rood leer. Zelf draagt hij een witte broek met een donkerblauwe matrozenjas uit The Jort Collection, zijn eigen kledinglijn. Bergschoenen, rode veters.

We rijden van de haven, waar hij ons heeft opgewacht, naar het westen. „We gaan de scenic route doen”, zegt hij. „Over het strand. Ik voel me daar wel een beetje schuldig over, maar het mag. Terschellingers doen niet anders. Drink je koffie op, want het wordt schudden. Hebben jullie mijn broer Maarten nog gesproken? Hij is aan het skiën in Japan, hè. Kijk, toen ik hier als kind liep, waren dit de militaire oefenterreinen. En vlogen de starfighters over. We huurden in de herfst of het voorjaar een huisje, mijn naam is hier bedacht.”

„Mijn vader was stuurman op de grote vaart, zijn beste vriend op de zeevaartschool was Jort, en die woonde op Terschelling. Ik kwam nog maar weinig op het eiland en toen hoorde mijn broer Maarten dat er een stukje duin te koop kwam. Daar hebben we een huisje op laten bouwen, ik zal het jullie straks laten zien. Maarten is hier een week per jaar, ik ben er zestig dagen en we verhuren het niet, beetje asociaal, maar ik heb geen zin in vieze mensen in mijn bed. Voor mij is het pure nostalgie. Ik hou van het noordelijke, het ruige, de eenzaamheid, de storm, de zee die in één nacht honderden meters strand kan wegslaan. Wat niet wegneemt dat ik, net als de PvdA-top, ook van de Malediven hou.”

Komt u hier meestal alleen?

„Meestal, ja, met de katten. Die gaan jullie nog ontmoeten. Ik lees hier veel, vooral geschiedenis, nu een dikke pil over Napoleon. Waar willen jullie het eigenlijk over hebben? Wat is de aanleiding? Dat ik Buitenhof ga presenteren? De Volkskrant belde me ook al. Wat me stoorde: de leading questions. Jij als vriendje van de premier. Jij als VVD-lid. Ik bén helemaal geen lid van de VVD. Ik moet me de hele tijd verantwoorden voor het feit dat ik dat programma ga doen. Maar ik heb mezelf niet gevraagd, hè. Ik bén gevraagd.”

Hoe ging dat?

„Ik had een historisch programma gemaakt met Pieter Jan Hagens en hij gaat een jaar weg. De AVRO-bazen zullen toen wel aan de VPRO-bazen gevraagd hebben… Sorry, even de gearing aanpassen.” We zitten vast in het zand. „In elk geval, ik heb één gesprek met Corinne [Hegeman, de eindredacteur, red.] en Paul [Witteman, red.] gehad en ik dacht: handig, het is in de Hortus Botanicus, ik woon daar honderd meter vandaan.”

„Maar ik ben niet naïef wat mijn imago betreft, dus ik zei: ik moet het instituut Buitenhof niet veranderen, maar het instituut Buitenhof moet mij ook niet veranderen. Ik heb geen zin om in te leveren op mijn karakter en mijn flamboyance. Daar hebben we over gepraat. Ik heb ook gezegd dat ik iets wil bijdragen aan thema’s waar ik iets van weet: het bedrijfsleven, het grootkapitaal, de 1-procent-discussie. En dat ik Mark Rutte niet wil interviewen. Dat vonden ze geen probleem.” Hij vraagt of we goede schoenen aan hebben. „We gaan even dat hoge duin daar op.”

Je neemt katten, gezellig, en vervolgens zijn de katten gebleven en ging de vrouw weg.

Als we weer doorrijden, vertelt hij dat de katten – Engelse kortharen – Prince Harry en Don Carlos heten. „Prince Harry omdat hij een rood hoofd heeft en Don Carlos omdat hij zo oenig is. Don Carlos was het domme zoontje van Filips de Tweede. Hij is chocoladebruin. Ze zijn een erfenis van mijn laatste eh… geliefde. Je neemt katten, gezellig, en vervolgens zijn de katten gebleven en ging de vrouw weg. Geen vrolijke periode in mijn leven.”

U hebt het over Lauren Verster?

„Ja.”

We lazen dat ze net een baby heeft gekregen.

„Ja. Maar luister, ik praat niet over mijn exen, zeker niet als ze bekend zijn. Ik vind dat niet chic. Een van de goede dingen die je leert van Hoe heurt het eigenlijk? [een tv-programma over etiquette dat Kelder presenteerde, red.] is de waarde van stilte en stoïcisme. Denk je dat het leuk is om bij de Albert Heijn te staan en in de bladen de geboorte te zien aangekondigd van de baby van je gewezen liefde?” Hij geeft gas en we stuiteren door de auto. „Ah, een hobbeltje. Jullie hebben mazzel, jongens. Normaal is het beuken hier.”

Geen nieuwe geliefde om mee naar Terschelling te gaan?

„Nee. Ik ben alleen.”

Met wie gaat u wel? Mark Rutte?

„Onder anderen.” Hij geeft weer gas.

Wat doen jullie als jullie hier zijn?

„Documentaires kijken. Oude politieke documentaires, zwart-wit. Zien jullie die nieuwe strandtent? Hij is nog niet open, maar schuin daarachter is mijn huisje.”

Foto Lars van den Brink

En uw vader, logeert hij weleens bij u?

„Jawel, maar hij is 87 en hij frequenteert de sportschool niet. Hij loopt moeilijk en in mijn huisje zijn heel veel trappen, alles is boven elkaar gebouwd. We bellen wel bijna elke dag en dan nemen we de politiek door. Mijn moeder is overleden, maar dat weten jullie. Zij had alzheimer. Zien jullie die schepen?”

Hij pakt een verrekijker uit het dashboardkastje. „Vroeger zei mijn vader dan: Nedlloyd, dat type, die kapitein. Meestal was het een vriendje van hem. In die tijd waren de schepen veel mooier. Die romantiek is weg. Kijk nou hoe mooi het hier is. Mijn broer Maarten, die overal geweest is, zegt: dit is het mooiste dat er is. Het is je geboortegrond, je heimat. Ik heb een goeie jeugd gehad, het enige is dat ik het altijd koud had. Altijd nat, altijd dat zoute water in je spijkerbroek als we gingen vissen. In die tijd droeg ik nog spijkerbroeken.”

Uw broer zei dat u een stille jongen was.

„Omdat hij een grote mond had. Ik heb twee oudere broers en ik was een nakomertje. Heel dun, heel smal. Zij waren groot en breed. Mijn vader ook, groot en breed. Een jongensgezin, veel competitie. Maarten zal ook wel hebben gezegd dat ik een laatbloeier ben. Dat is zo. Ik ben natuurlijk moeilijk geboren” – hij was er een van een drieling van wie er twee overleden zijn – „en tot mijn zesde of zevende heb ik, nou ja, niet in levensgevaar verkeerd, maar ik was wel gammel. Interviewers psychologiseren dan graag dat ik daardoor een vechter ben geworden. Ik weet het niet. Ik ben wel blij met die valse start, want door die biologische achterstand ten opzichte van mijn broers zie ik er veel jonger uit.”

Ik zeg niet dat Halbe Zijlstra had moeten blijven zitten, maar wie wil er zo nog de politiek in?

We eten in strandpaviljoen de Branding, Jort Kelder bestelt een kopje tomatensoep en een half slaatje zonder „vleesdingen”. Het is de dag na het aftreden van Halbe Zijlstra.

„Terecht dat hij gaat. Hij kon niet meer blijven. Je vraagt je wel af wat er gebeurd was als hij niet op Buitenlandse Zaken had gezeten en als Jeroen van der Veer van Shell er niet onderuit was gelopen. En leg de meetlat van integriteit die we nu hanteren eens naast het kabinet-Den Uyl. Dan was de ene week Jan Pronk vertrokken, de volgende week Henk Vredeling en de derde week Ruud Lubbers. Ze reden dronken tegen paaltjes, ze zaten aan stewardessen, er was altijd iets.”

„Ik zeg niet dat Halbe Zijlstra had moeten blijven zitten, maar wie wil er zo nog de politiek in? Kijk naar de VVD-fractie. Allemaal mediocre grijze muizen. Geen freule Wttewaall van Stoetwegen, geen Harm van Riel, geen Theo Joekes. De norm die we aan publieke bedienden stellen is zoveel hoger dan die we aan onszelf stellen. Het is meedogenloos. En het is natuurlijk entertainment. Zo van: zet jij de bitterballen klaar? Kijken of hij het redt. Oh? Hij gaat al? Het is het Colosseum in actie. Ik doe er ook aan mee, laten we wel wezen, maar waar eindigt dit?”

Foto Lars van den Brink

Belt u voor zo’n debat met…

„Die meneer achter het spreekgestoelte? Nee. Even dit, jongens. Ik vind dat Mark het heel goed doet, maar de volgorde is dat ik allang in de publieke ruimte verkeerde toen hij nog potjes pindakaas verkocht bij Unilever. Toen hij staatssecretaris werd, en daarna fractievoorzitter, heb ik op verzoek van De Wereld Draait Door een filmpje over hem gemaakt, onder andere over autobedrijf Wim Kok, zo heet het echt, waar hij zijn vierdehands Saabs koopt, en sindsdien is het altijd” – hij doet de stem van Matthijs van Nieuwkerk na – „Jort, zeg, jij bent het beste vriendje van Rutte… Dan kan ik dus al niets meer zeggen. Wat mij weer opviel aan het debat: de gretigheid waarmee het lijk uit elkaar getrokken wordt.”

Als u zondag ‘Buitenhof’ zou presenteren, zou u dan Jeroen van der Veer uitnodigen?

„Ja, en ik zou hem vragen waarom hij het nodig achtte om partij te kiezen. Ik weet niet of hij een Shell-belang diende of dat hij gewoon geen zin had om in één adem met een ondergeschikte te worden genoemd die wat verzonnen heeft. Zelf heb ik me ook afgevraagd: hoezo is Halbe bij Poetin geweest?”

Waarom heeft Rutte dat niet gedacht?

„Hou op over Rutte. Laat die man zijn baan doen.”

U bent ooit begonnen als een serieuze journalist. Daar wilt u weer naar terug?

„In mij huizen meerdere naturen en ik blijf die showkant zeker doen. Maar die serieuze kant – ja. Ik maak nu ook radio, dr Kelder en Co, interviews met gepromoveerden, met de intelligentsia, als therapie tegen de hypes en de hysterie.”

De eerste de beste uitzending werd een rel omdat u tegen columnist Rosanne Hertzberger begon over vrouwen die er bij u op aandrongen om verkracht te worden.

„Er zit een oncontroleerbare baldadigheid in mij. Kan me bij Buitenhof ook gebeuren. Ik had tegen haar moeten zeggen: zullen we het ook eens over vrouwelijk daderschap hebben? Daar is best wat onderzoek naar gedaan.”

U wilde de #MeToo-discussie een andere draai geven?

„Van vriendjes in New York hoor ik dat seks daar in de categorie carrièrevrouwen een snack uit de muur is. Een vent wordt helemaal uit elkaar getrokken. En jongens, wat ik tegen Rosanne zei corrigeerde ik binnen vijf seconden, hè. Het is niet zo dat ik een halfuur lang de stelling heb verdedigd dat vrouwen bij mij op de stoep staan met het verzoek: werp mij tegen de muur.”

Huizen er seksueel ook twee naturen in u?

„Jullie bedoelen dat ik ook friemel aan mannen? Als het zo was zou ik het zo toegeven. Ben ik androgyn? Dat wel. Ik vind het leuk om te zeggen dat ik voor 51 procent hetero ben. Ik heb intense mannenvriendschappen, maar dat is heel wat anders dan een seksuele relatie. Op een bepaalde manier geniet ik ervan dat ik nu alleen ben. Ik lees. Ik ben met een documentaire bezig over de oude adel. Als ik in een relatie zou zitten, zou ik er niet aan toekomen. Ik heb geen zin meer in affaires, in de complexiteit, het is me te heftig. Ik vind relaties ook meer iets voor dertigers dan voor zestigers.”

We stappen weer in de Landrover en rijden naar zijn huisje: hout en glas, helemaal eco. Het staat vlak bij het jarenvijftighuisje waar hij vroeger met zijn ouders logeerde. Hij stelt zijn katten aan ons voor en gaat thee zetten. Op tafel: The Age of Decadence van Simon Heffer, De fantoomterreur van Adam Zamoyski, De hel van 1812 van Bart Funnekotter.

De televisie is boven. Hij wijst naar de stapel dvd’s ernaast – heel veel uit het archief van Beeld en Geluid, heel veel Den Uyl – en zegt: „Dat soort dingen kijk ik dus met Mark. Mij valt vooral op hoe open en naïef politici in die tijd waren. Camera’s werden gewoon overal toegelaten. Als het nu nog weleens gebeurt, is het altijd geregisseerd door communicatiestrategen. Die berokkenen vaak meer schade dan dat ze dingen oplossen. Neem die stommelingen rond Halbe Zijlstra.” Hij zet een stemmetje op. „‘Halbe weet heel veel over het buitenland hoor, hij is bij Poetin geweest.’”

Foto Lars van den Brink

U bent voortdurend op uw hoede.

„Ja, natuurlijk. Terwijl ik eigenlijk graag één keer een definitief Ischa-Meijerachtig interview zou willen geven. Alles zeggen, klaar.”

Nog even over Mark Rutte….

„O, nee.”

Wat dacht u toen hij met zijn hand voor zijn gezicht zat tijdens het debat over Zijlstra?

„Het greep Mark om twee redenen aan. Hij nam afscheid van iemand die peilloos loyaal is. Maar Zijlstra fietste met zijn onhandigheid ook dwars door het meest ingewikkelde internationale dossier heen. De enige keer dat ik Mark tijdens zijn minister-presidentschap kapot heb gezien was in de zomer van MH17. Ik zie hem nog in zijn Saab bij mij thuis aankomen. Dáár moest hij aan denken toen hij naast Zijlstra zat. En het was natuurlijk een politieke executie. Mark zegt altijd: all political careers end in failure. Een uitspraak van de Engelse conservatieve politicus Enoch Powell. Hoe ging Lubbers weg? Wim Kok? Hij weet dat de kans dat het met hem niet goed afloopt nogal groot is. Daarom had hij het ook altijd over zijn ‘baantje’, tot het van zijn staf niet meer mocht.”

„Maar luister, jongens, Mark en ik proberen de dagelijkse politiek er toch een beetje buiten te houden. Wij vieren onze vriendschap uit de jaren tachtig en negentig, toen we jongetjes waren. We gingen een keer in de oude en krakerige Volvo van mijn broer naar Sankt Moritz en tijdens die lange rit over de autobaan zei Mark: de VVD wordt de grootste partij en ik word de baas. Bluf natuurlijk, hij verkocht toen nog Unilever-ijsjes. Hij was de nerderige voorzitter van de JOVD. Ik nam het niet serieus. Maar hij was wel een talent. Hij kan met iedereen vriendjes worden, onderschat dat niet. Als we de afgelopen tien jaar niet iemand als hij hadden gehad die zo goed kan lijmen, hoe was het dan gedaan? Maar de tijd van niet-ideologische Machers zoals hij, en zoals Asscher, is wel bijna voorbij. We willen weer engagement, we willen een revolutionair.”

Thierry Baudet?

„Baudet en Klaver, de twee stromingen die scoren bij twintigers. Op de Erasmus Universiteit stemmen de economiestudenten op Baudet en de psychologiemeisjes op Klaver. Of daar een grote vernieuwende beweging à la de jaren zestig uit kan voortkomen, ik weet het niet. Het zou wel goed zijn als er weer eens wat meer schavotten werden binnengereden.”

Kent u Baudet persoonlijk?

„Sinds drie jaar. Hij is hier geweest.”

Klopt het dat hij u gevraagd heeft voor zijn beweging?

„Vreemd genoeg wel, ja. Maar ik heb nee gezegd.”

„Thierry Baudet heeft een gevoelige, romantische kant. Hij is, net als ik, van een andere eeuw.”. Foto Lars van den Brink

Omdat u niet de politiek in wil? Of omdat het Baudet was?

„Thierry percipieert zichzelf als conservatief en dat ben ik niet. Ik ben een anarcho-liberaal. En ik ben niet tegen Europa. Wat me stoort is dat het bij Baudet altijd gaat over de relletjes, de stemmingmakerij. Nooit over waar die jongen op gepromoveerd is: de natiestaat en de rol van Nederland binnen Europa. Waarom hou ik de lijnen naar hem open? Omdat ik wil weten hoe hij denkt. In linkse kringen wordt het me kwalijk genomen. Alsof ik Adolf Hitler hier heb uitgenodigd. Hoe harder mensen tegen hem zijn, hoe vaker ik met hem ga eten. Maar ik vind het jammer dat hij zo radicaliseert. Ik zei tegen hem: als je een machtsfactor wil worden, moet je naar het midden. Geen domme dingen zeggen over IQ en ras. Zo loop je het gevaar dat de blanke onderklasse je verlaat omdat je te dure woorden gebruikt. En de rechtervleugel van de VVD omdat die zich niet bij je thuis voelt. Terwijl dáár het gat zit.”

Waarom zoekt hij u op?

„Omdat ik hem niet naar de mond praat. Omdat het klikt tussen ons. Hij heeft een gevoelige, romantische kant. Hij is, net als ik, van een andere eeuw. Ik hou graag dit soort vriendschappen overeind, ook met anarchistische linkse mensen. Ze komen hier, ik nodig ze uit. In augustus voerde Joost Eerdmans van Leefbaar Rotterdam in mijn huis nog een fel debat met predikant Ruben van Zwieten over vluchtelingen. Baudet speelde de rol van pestkop. Het is de enige manier om het radicalisme te beperken. Naar elkaar luisteren en proberen elkaar te begrijpen.”

U nodigt geen vrouwen uit?

„Met meisjes erbij krijg je een andere dynamiek. Het zijn toch vaak testosteronmannetjes hè. We gaan parachutespringen op de Vliehors en varen met snelle bootjes. Waarom nemen jullie niet een boot later? Dan ga ik nog meer domme dingen zeggen. Of nee, ga maar weg.”

Het wordt racen. In de haven rent hij vooruit om aan de kaartcontroleurs te vragen of we nog mee mogen. De boot is al bijna vertrokken.

    • Danielle Pinedo
    • Jannetje Koelewijn