Unilever en de strijd tegen voedselmythes

Wat eten we? Voedingsmythes worden op internet eindeloos rondgepompt. Het Voedingscentrum mag ze wel wat vaker tegenspreken, vindt Unilever. Want wie vertrouwt Unilever?

Illustratie Istock

Unilever heeft een haat-liefdeverhouding met internet. Keith Weed, de internationale marketingdirecteur van Unilever, had vorige week een stevige waarschuwing voor techreuzen als Google en Facebook. Waarom zou Unilever nog langer advertentiegeld steken in een „moeras” waar klanten niet kunnen vertrouwen wat ze zien? Tegelijkertijd zitten Unilevers klanten op Google en Facebook, en al jaren gaat een groeiend deel van het advertentiebudget naar online.

Racisme, geweld, seksisme op Google en Facebook – dat is één ding. Iets anders is nepnieuws. Specifieker: nepnieuws over voeding. We praten er aan de telefoon over met Robbert de Vreede, Unilevers marketingdirecteur voor de Benelux. In tomatensoep uit blik zitten geen vitamines, honing is beter dan kristalsuiker, biologisch is gezonder: het zijn verhalen die online eindeloos blijven echoën. Toch reageert Unilever meestal terughoudend als hun merken en producten het mikpunt zijn. „Het klinkt voor de consument al snel als: wij van Wc-eend adviseren Wc-eend. Onze reactie wordt vaak gewantrouwd.” Als mensen reageren op online-posts van Unilever, bijvoorbeeld op Facebook, antwoordt het bedrijf vaak wel. „Maar als ze ervan overtuigd zijn dat pakjes en zakjes slecht zijn, zijn ze door ons moeilijk te overtuigen van het tegendeel. Het zou goed zijn als wetenschappers en het Voedingscentrum zich vaker uitspreken.”

Unilever hinkt in de voedseldiscussie op twee gedachten. „Biologische producten bijvoorbeeld zijn niet gezonder en ook niet per definitie duurzamer. Maar de klant wil het, daar luisteren we naar.” Ook maakte Unilever met Becel een margarine met kokosolie – populair bij foodies. De Vreede: „We hebben intern veel ethische discussies, maar als de wens uit de markt niet onredelijk is, gaan we daar wel in mee.”

Juist die margarine met kokosolie noemt Astrid Postma van het Voedingscentrum als voorbeeld van hoe producenten soms zelf voor verwarring zorgen. „Wij moeten ons laten horen, maar bedrijven hebben ook een verantwoordelijkheid. Met zo’n product houden ze de mythe in stand dat kokosolie gezond is.”

Waarschuwen tegen gevaarlijke adviezen

Het ontmantelen van voedselmythes is core business voor het Voedingscentrum. Niet reageren op mythes en hypes kan ook een manier zijn om te laten zien: het is onzin. „Maar als Rens Kroes adviseert om klei te drinken, waarschuwen we wel, zoals we ook reageren als de schrijvende arts William Cortvriendt zegt dat we meer verzadigd vet moeten eten. Dat vinden we gevaarlijke adviezen.”

Emeritus hoogleraar voedingsleer Martijn Katan ontzenuwt graag voedselmythes: ‘We doen te heilig over groente en fruit’

Wat het niet altijd makkelijk maakt, is dat het Voedingscentrum zelf ook nogal eens verdacht wordt gemaakt: het zou gesponsord worden door Unilever, en onwelgevallig wetenschappelijk bewijs negeren. Onvermoeibaar blijft het Voedingscentrum die suggesties ontkrachten.

Intussen worden ze zelden benaderd door bloggers met de vraag hoe het nu echt zit. Postma: „Bloggers hebben helemaal geen belang om hun claims bij ons te checken, zij hebben iets te verkopen – tarwegras, een dieet of wat dan ook.”

Ook de perswoordvoerder van Unilever, Floor van Bruggen zegt: „Ik word nooit gebeld. En onze klantenservice ook niet. Maar ze zijn van harte welkom.”

Lees ook de column van Martijn Katan: Hoe wordt voeding weer een wetenschap?