Hij is ‘sporten’. Of sigaretten kopen. Of een blokje om

Woonfraude In Amsterdam worden veel sociale huurwoningen illegaal onderverhuurd. Dankzij opsporing kwamen de laatste jaren duizenden huizen weer ‘vrij’. NRC liep een avond mee met de woonfraudehandhavers van Ymere.

De woonfraude-handhavers van Ymere observeren de woning die ze willen controleren eerst van een afstandje. Eenmaal aangebeld worden ze vaak geconfronteerd met dezelfde smoezen.

Ze kunnen de smoezen van onderhuurders dromen. Als woonfraudehandhavers Ramkalup en Roffelsen (om privacyredenen willen ze enkel met hun achternaam in de krant) vragen waar de officiële huurder is krijgen ze steevast dezelfde antwoorden. Sporten. Sigaretten kopen. Een blokje om. Of, zoals op deze koude maandagavond, blijkt tijdens een huisbezoek: „Terug naar Brazilië in verband met een acute allergie-aanval.”

Ramkalup en Roffelsen werken bij Ymere, de grootste woningcorporatie van Amsterdam, als woonfraudeinspecteurs. Ze controleren sociale huurwoningen in Amsterdam en omgeving op schimmige praktijken, zoals illegale hotels, hennepkwekerijen, thuisbordelen en – de twee grootste overlastgevers van de stad – toeristische verhuur en onderhuur.

Bij de derde woning waar wordt aangebeld doet een 34-jarige Cyprioot op teenslippers open, terwijl op het adres eigenlijk een Braziliaanse man hoort te wonen, volgens de boekhouding van de handhavers. De Braziliaan is een paar maanden geleden vertrokken naar zijn thuisland voor een doktersbehandeling, volgens de Cyprioot.

„We hebben een paar vragen over de administratie”, zegt Roffelsen, „mogen we even binnenkomen?” Een rits aan vragen volgt. Kent u de officiële huurder? (vaag); bent u op bezoek? (nee); blijft u in Nederland? (ja); woont u hier? (ja).

Uiteindelijk geeft de man op slippers schoorvoetend toe: hij woont sinds een paar maanden in het driekamerappartement met een vriend, maar ze staan beiden nog ingeschreven in Hilversum. Ze werken daar bij een bedrijf als engineers, zegt hij. Roffelsen gedecideerd: „U heeft helemaal geen toestemming om hier te huren.” De Cyprioot wordt uitgenodigd om langs te komen op het kantoor van Ymere om verder te praten. De Braziliaan raakt zijn sociale huurwoning kwijt, want hij mag hem niet onderverhuren.

Afgelopen jaar kwamen ruim negenhonderd sociale huurwoningen vrij nadat woonfraude geconstateerd werd, berichtte de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties (AFWC). „Dat aantal is al een paar jaar behoorlijk stabiel”, zegt een woordvoerder van AFWC. In 2014 en 2015 werden respectievelijk 938 en 956 sociale huurwoningen „vrijgemaakt”. Alleen in 2016 lag het aantal vrijgemaakte woningen fors hoger, maar dat kwam doordat de gemeente meer geld uittrok om te handhaven. Huurwoningen worden nadat ze zijn vrijgemaakt weer aan andere huurders aangeboden.

Ongeveer twee vijfde van de negenhonderd woningen werd opgelost door Ramkalup en Roffelsen of hun collega’s. Bij bijna vijftig woningen werd een hennepplantage ontdekt, maar het overgrote deel van de overtredingen betreft onderhuur, zegt Roffelsen. Huurders die hun sociale huurwoning onderverhuren raken hun woning kwijt en riskeren bovendien een boete.

Amsterdam, begin februari. Inspecteurs van woningcorporatie IJmere proberen woonfraude op te sporen.

Foto Olivier Middendorp

Ruim 3.200 tips via Zoeklicht

Veel van de huisbezoeken die Ramkalup en Roffelsen afleggen – vooral ’s avonds, want dan is de aanwezigheid van mensen het grootst – vinden plaats na een tip. De meeste daarvan kwamen binnen via de Ymere-website of na een melding bij Zoeklicht, een meldpunt van de gemeente Amsterdam waar Amsterdammers woonfraude kunnen rapporteren. Het aantal meldingen op Zoeklicht verdrievoudigde de afgelopen zeven jaar tot ruim 3.200. Die stijging wordt deels veroorzaakt doordat het meldpunt bekender is geworden en een ruimere telefonische bereikbaarheid heeft.

Voordat Roffelsen en Ramkalup aanbellen observeren ze de woning van een afstandje. Door de brievenbus te controleren op post wordt gekeken of de woning nog bewoond wordt.

Vanavond staan zes huisbezoeken op de planning. De bezoeken zijn goed voorbereid. Van tevoren wordt gekeken welk type woonfraude het betreft, want „je weet nooit wie opendoet”, zegt Roffelsen. Een collega van het duo werd een keer bedreigd door een broer van een „bekende Amsterdamse crimineel”, zeggen zij. Ramkalup: „Het is een thuiswedstrijd voor bewoners. Zij weten waar de messen liggen.”

Vanavond verloopt alles soepel. Bij het vierde adres wordt opengedaan door een Limburgse die al meer dan een jaar een ruime bovenwoning – de muren onlangs gewit – huurt van een man die zij ongeveer één keer in de twee maanden ziet. De huur, 450 euro, maakt zij digitaal over. Een andere woningbouwcorporatie tipte Roffelsen en Ramkalup dat deze man vaker ruimtes onderverhuurt.

Pas gewassen beddengoed hangt over een wasrek in de woonkamer. Kaarsjes branden. „Je hebt er echt je eigen plekje van gemaakt”, constateert Roffelsen. Het probleem is dat de Limburgse de woning niet via de legale weg huurt, zegt Roffelsen. Ze vond het appartement via een vage kennis. En dat is niet eerlijk, legt Roffelsen haar uit: voor sociale huurwoningen binnen de ring van Amsterdam geldt een wachttijd van vijftien jaar.

„Maar ik heb me online bij de gemeente ingeschreven”, sputtert de Limburgse tegen.

Roffelsen: „Maar jij bent de onderhuurder en dat mag niet. Jij mag hier niet blijven wonen.” „Oh my god”, zegt de onderhuurder, „ik was superblij dat ik een woning had. Ik ben echt een beetje in shock.”

„Snap ik”, zegt Roffelsen.

„Is er echt geen enkele manier dat ik hier mag blijven wonen?”

„Nee.”

„Ik weet niet wat ik moet zeggen.”

Een onderhuurder wordt bijna nooit binnen een paar dagen op straat gezet, zeggen Roffelsen en Ramkalup. Als er geen overlast is en iedereen werkt mee kan de persoon die in onderhuur zit een paar maanden extra krijgen om een nieuwe woning te vinden. In dit geval raakt de verhuurder zijn woning kwijt, maar zal hij waarschijnlijk geen boete krijgen omdat hij de woning voor een schappelijke prijs verhuurt aan de vrouw, aldus Roffelsen.

Foto Olivier Middendorp

Dat is niet altijd het geval. Vaak maken verhuurders honderden euro’s per maand winst op een sociale huurwoning, die zij zelf voor een schappelijke prijs van de woningbouwcorporatie huren. Zij riskeren in zulke gevallen onder meer een boete van de gemeente die kan oplopen tot ruim 20.000 euro.

Als een huurder zijn woning niet terug wil geven aan de woningbouwcorporatie eindigt de zaak voor de rechter. Op last van de rechter kan tot een ontruiming worden overgegaan als de huurder zich niet aan het huurcontract houdt, zoals bij onderhuur, of wanneer een huurder heel lang zijn huur niet betaalt. In 2017 werden in Amsterdam 257 woningen ontruimd na een beslissing van de rechter, twee derde van het aantal het jaar daarvoor. Het aantal (huurschuld)ontruimingen loopt al jaren terug; dat komt volgens de woordvoerder van AFWC doordat huurders met schulden beter in de gaten worden gehouden.

Kostbare aangelegenheid

Zodra de Limburgse de keuken inloopt voor een glas water, overleggen Roffelsen en Ramkalup op fluistertoon over de dame. Na ongeveer 20 minuten houden de handhavers het voor gezien. Ze laten hun visitekaartje achter. Eenmaal buiten: „450 euro? Ik geloof er niks van”, zegt Ramkalup. Volgens hem woont er mogelijk nog een persoon in het appartement. Roffelsen: „Ik geloofde haar in alles wat ze zei.”

Dit bezoek was een succes. Maar het blijft een kostbare aangelegenheid: in tweetallen de deuren langs om woonfraude op te sporen – zes adressen in drie uur, waarvan drie bewoners opendeden. Er zijn nog veel meer adressen in de stad waar onderhuur plaatsvindt. Een druppel op de gloeiende plaat? Ramkalup vindt van niet. „Je lost echt een probleem op”, zegt hij. „Elke woning die je terugkrijgt is er eentje. Je geeft ze terug aan de mensen voor wie ze bedoeld zijn.”

Bekijk ook de fotoreeks van de avond: