‘Het is een illusie om drank en sport te scheiden’

Holland House Sponsors, supporters en sporters ontmoeten elkaar ook tijdens deze Olympische Spelen in het Holland Heineken House. En als het aan hen ligt, blijven we olympische medailles vieren in alcoholdampen.

Ireen Wust wordt in het Holland Heineken House gehuldigd voor haar gouden rit op de 1500 meter. Foto Jerry Lampen

In afwachting van de huldiging van Jorrit Bergsma geniet Rinda den Besten van haar biertje in het Holland Heineken House. De gevoeligheid van de setting dringt tot het bestuurslid van sportkoepel NOC*NSF door als haar naar de wenselijkheid van de ineenvloeiing van sport en alcohol gevraagd wordt. Een biertent op de Olympische Spelen is een teer onderwerp, weet ook Den Besten, die vervolgens het stilzwijgen verkiest. Zet het Holland House aan tot drankgebruik? Gaat er van de viering van sportsuccessen in alcoholdampen een verkeerd signaal uit? Gezondheidsinstanties vinden van wel. Deze week liet van Wim van Dalen, directeur van het instituut voor alcoholbeleid Stap bij de NOS weten dat wat hem betreft „het Holland Heineken Huis bij de Olympische Spelen dit jaar voor het laatst onder die naam opereert”. Maar een principiële discussie ten spijt, weigert de leiding van NOC*NSF de banden met de bierbrouwer te verbreken.

Voor de 700 bezoekers van het Holland House op de avond dat Bergsma zijn olympische titel op de 10 kilometer heeft verloren en pas na middernacht licht ongemakkelijk voor zijn zilveren medaille gehuldigd wordt, is de principiële vraag over sport in combinatie met drank geen punt van discussie. Voor hen is het feest. Na betaling van 12,50 euro entree, laven ze zich à raison van 3,50 euro per biertje aan de tap, bijten in bitterballen, die voor zes euro per portie verkrijgbaar zijn, of happen in een broodje hamburger van 7,50 euro. Er zijn ook Koreaanse gerechten, als de onvermijdelijke bibimbap, verkrijgbaar, maar die vinden minder gretig aftrek. Als tegenprestaties draait een deejay hedendaagse muziek of laat hij de zaal meebrullen op Hazes-repertoire en treedt Roel van Velzen met zijn band op.

Wall of fame

De huldiging van medaillewinnaars, onder regie van oud-schaatser Mark Tuitert, wordt in de zaal als het hoogtepunt van de avond ervaren. Dan gaat vrijwel iedereen los, wordt het Wilhelmus hard en veelal vals meegezongen en neemt de sporter op het podium een speciale medaille met Holland-Heineken-House-logo in ontvangst, om vervolgens over de handen van het publiek naar de achterwand te worden getransporteerd, waar de medaille wordt opgehangen bij de foto van de sporter. Zo ontstaat een wall of fame.

Naast Rinda den Besten wordt het tafereel ook aanschouwd door de NOC*NSF-bestuursleden Annette Mosman en Chiel Warners. Hun slotdag van een weekje ‘Pyeongchang’, om te worden afgelost door collega-bestuursleden. De discussie over het Holland House voeren zij later weer. Of niet.

Hamar 1994: Falko Zandstra, Rintje Ritsma, Prins Willem-Alexander en Ab Krook (v.l.n.r.). Foto Leo Vogelzang/Hollandse Hoogte

Want na 26 jaar Holland House zijn de banden tussen NOC*NSF en Heineken dermate innig dat het voortbestaan van de feestzaal voorlopig gegarandeerd lijkt. Er moet weliswaar na de Winterspelen nog over een nieuwe verbintenis voor vier jaar onderhandeld worden, maar betrokken partijen melden geen problemen te verwachten. De sportkoepel wil helemaal niet af van het Holland House. Mooie deal toch? De bierbrouwer neemt alle kosten voor locatie, huur, aankleding en exploitatie voor zijn rekening, waarna NOC*NSF het Holland House tijdens de duur van Olympische Spelen als een hospitalityruimte in bruikleen krijgt. „Miljoenen die wij uitsparen en aan de sport kunnen besteden”, zegt directeur Gerard Dielessen. Op basis van die relatie promoveerde NOC*NSF Heineken tot een van zijn hoofdsponsors. „Een duurzame verbintenis waar we zuinig op zijn”, laat Dielessen weten.

Voor Heineken is het Holland House een marketinginstrument, maar volgens projectleider Yvonne de Liefde vooral een gelegenheid Nederlandse sportsuccessen op de Spelen te vieren. „Daarmee hebben we een naam opgebouwd waar we apetrots op zijn. En die raken we niet graag kwijt.”

Voor ons is het een Oranje-tempel waar succes gevierd wordt

Yvonne de Liefde projectleider

Dat ze de nadruk op de viering legt, vloeit mede voort uit de verplichting van Heineken zich aan de Reclamecode voor Alcoholhoudende dranken te houden. Als basisregel geldt dat sponsoring gericht moet zijn op de beleving van fans en geen connectie mag maken met actieve sportbeoefening. Je ziet in Nederland geen alcoholmerk als shirtsponsor of sporters een alcoholhoudende drank aanprijzen. De Liefde: „Samen naar sport kijken met een biertje in de hand en achteraf een prestatie met een biertje vieren, dat kan heel goed.”

De rol van Heineken in het Holland House is helder. Maar heeft NOC*NSF als vertegenwoordiger van de sport in Nederland geen richtinggevende taak als het om de mix van alcohol en sport gaat? Dielessen vindt van wel, maar verzet zich tegen de opvatting dat sport maatschappelijke problemen moet oplossen. Met een diepe zucht: „Intern zeg ik weleens: straks komen er ook nog mensen die vinden dat we de crisis in Syrië tot een goed einde moeten brengen. Begrijp me goed, verantwoord alcoholgebruik vinden we belangrijk, maar er is in Nederland geen sportkantine waar geen biertje wordt gedronken. Je merkt dat de maatschappij er strenger naar kijkt en daarom moeten we het er met elkaar over hebben, maar om om die reden het Holland House af te blazen, gaat wel erg ver. Heineken sponsort ook de Formule 1 en de Champions League, dat is óók sport. Waar het volgens mij om gaat, is dat er goede voorlichting wordt gegeven om het verantwoord omgaan met alcohol.”

V.l.n.r.: André Bolhuis, Charlene de Carvalho-Heineken, Michel de Carvalho en Ellen van Langen in Londen (2012).

Foto Robin Utrecht/ANP

Geen druppel

Dielessen zegt daar zelf het goede voorbeeld van te geven door in het Holland House, vanuit waar hij tijdens de Spelen zijn werk verricht, „geen druppel alcohol te drinken, terwijl ik best een glaasje wijn lust”. De opdracht die de directeur van NOS*NSF zichzelf oplegt, is tijdens diensturen een harde verplichting voor het personeel van het Holland House. Verder hebben alle barmensen trainingen gekregen in verantwoord alcohol schenken en zijn er richtlijnen voor bezoekers die een drankje te veel op hebben. Die worden benaderd en verzocht geen alcohol meer te drinken. „Daar wordt actief op gelet”, zegt projectleider De Liefde. „Wij willen niet dat voor een paar extra verkochte biertje de boel voor andere bezoekers wordt verstierd.” Alles om te voorkomen dat het Holland House een negatief imago krijgt. „Want je ziet weleens voorbij komen, dat het met een biertent geassocieerd wordt”, zegt De Liefde. „Van dat stempel willen we af. Daarmee wordt het Holland House tekortgedaan. Voor ons is het een Oranje-tempel waar succes gevierd wordt. Zonder Holland House geen huldiging van Nederlandse sporters, zo simpel is het.”

Aan bezoekers en sporters in het Holland House in Zuid-Korea gaat de maatschappelijke discussie over alcohol en sport grotendeels voorbij. In het tot fel oranje gemetamorfoseerde congrescentrum nabij het strand van Gangneung, is niemand te vinden die bezwaren heeft tegen een vermenging van alcohol en sport. Ook de sporters niet, vertelt Stefan Groothuis, olympisch kampioen op de 1.000 meter van de Spelen in Sotsji, die nu optreedt als gastheer op van de sporterslounge. Samen met gastvrouw en oud-schaatsster Margot Boer zorgt hij voor de opvang van de medaillewinnaars die gehuldigd worden en begeleidt hij hen naar het podium. Groothuis weet nog van vier jaar geleden hoe „gaaf” zo’n eerbetoon is en zegt vrijwel zeker te weten dat alle sporters dat zo ervaren. „Zeker hier in Gangneung, waar de huldigingen op de baan helemaal niks voorstellen”, zegt Groothuis. „En op Medal Plaza is geen interactie met het publiek. Daarvan is alleen sprake in het Holland House.”

Foto Sander Stoepker / ANP

Olympisch dorp

Dat de huldigingen gepaard gaan met een biertje, stuit bij Groothuis niet op bezwaren. Integendeel: „Ik vind dat van zoveel dingen een moreel probleem wordt gemaakt. Bij sportclubs wordt toch ook bier gedronken? Natuurlijk moet je de combinatie van alcohol en sport kritisch beoordelen, maar laten we z’n allen ook een beetje relaxed naar dit soort dingen kijken. Het is een illusie om drank en sport te scheiden, dat gaat nooit gebeuren. En keihard verbieden werkt niet. Het is veel beter om er verantwoord mee om te gaan.”

Woorden die Mark Tuitert had kunnen uitspreken. De olympisch kampioen 1.500 meter van 2010 vindt dat je succes goed met een biertje kunt vieren. „Ik drink door de week nooit, maar in het weekeinde na een potje voetbal met vrienden wel. Weet je waar ik écht een probleem mee heb: dat in het olympisch dorp van de sporters op gezag van het IOC Coca-Cola verkrijgbaar is en een McDonald’s prominent aanwezig is.”

    • Henk Stouwdam