Het huis is weer een stad

Burgerweeshuis Na jaren van leegstand en verval is het beroemde Burgerweeshuis van Aldo van Eyck gerestaureerd. Je zou er gemakkelijk aan voorbij fietsen, maar het is een meesterwerk.

De koepels van het Burgerweeshuis van Aldo van Eyck in Amsterdam, gezien vanuit het Tripoliskantoor. Foto Walter Herfst

Het voormalige Burgerweeshuis in Amsterdam is een meesterwerk waar je gemakkelijk aan voorbijfietst. Zeker gezien vanaf de drukke Amstelveenseweg, maakt het door Aldo van Eijck (1918-1999) ontworpen Rijksmonument weinig indruk. Meer dan een paar eenvoudige doosjes van beton en baksteen met koepels als daken zijn daar niet te zien. Pas als je vanaf bijvoorbeeld de bovenste etage van het naburige Tripoliskantoor op het weeshuis neerkijkt, zie je hoe bijzonder het is. De 328 koepeldoosjes waaieren naar alle kanten uit. De koepels vormen een golvende zee waarin acht rechthoekige patio’s en acht grotere koepelgebouwen als eilanden liggen en een lang rechthoekig bouwdeel een golfbreker vormt.

Foto Walter Herfst

Een jaar of vier geleden zag het er slecht uit voor het weeshuis, waar in 1961 118 wezen en 25 medewerkers introkken. Het was niet voor het eerst dat de toekomst voor de eerste en nooit overtroffen uiting van het Nederlandse ‘structuralisme’ somber was. Ruim dertig jaar geleden, toen het gebouw niet meer werd gebruikt als onderkomen voor wezen, werd het zelfs bedreigd door sloop. Maar na een reddingsactie onder leiding van architect Herman Hertzberger werd het begin jaren negentig verbouwd tot bedrijfsverzamelgebouw door de projectontwikkelaar die het ook door Van Eijck ontworpen Tripoliskantoor bouwde.

Tijdens de meest recente economische crisis kwam het weeshuis weer leeg te staan en verkommerde het in hoog tempo. Dit keer was het de bekende Amsterdamse makelaar Cor van Zadelhoff die uitkomst bracht. In 2014 kocht Zadelhoff het overal lekkende gebouw, liet het restaureren en vond in 2016 een huurder in gebiedsontwikkelaar BPD.

De afgelopen weken zijn de 150 werknemers van BPD van Hoevelaken verhuisd naar het vlakbij de Zuidas gelegen Burgerweeshuis. BPD gebruikt Van Eycks hoofdwerk niet alleen als kantoor maar laat in een expositieruimte ook steeds wisselende tentoonstellingen zien. In de patio’s zijn beelden uit de eigen kunstverzameling van BPD neergezet, waaronder een van Carel Visser, een kunstenaar met wie Aldo van Eyck samenwerkte. Binnenkort zal een metershoog model van het Maison d’ Artiste van de De Stijlarchitecten Theo van Doesburg en Cornelis van Eesteren bij het weeshuis worden geplaatst, een beroemd, nooit gebouwd ontwerp dat als een voorloper van het structuralisme wordt gezien.

Foto Walter Herfst

Voor de restauratie nam Zadelhoff architect Wessel de Jonge in de arm. De Jonge, die eerder onder meer de Van Nellefabriek in Rotterdam uit 1930 restaureerde, heeft veel van de verbouwing uit begin jaren negentig ongedaan gemaakt. Veel tussenwanden die bij vorige verbouwingen zijn geplaatst zijn nu verwijderd en muren zijn weer afwisselend van glazen bouwstenen en de Amsterdamse straatklinkers die Van Eyck in 1960 voorschreef. Oude onderdelen, zoals keukenblokken in kinderafmetingen en speelplekken, zijn ondanks het feit dat ze niet echt meer nodig zijn behouden gebleven. Doordat de klimaatinstallaties – die nu eenmaal nodig zijn in een hedendaags kantoorgebouw – allemaal onder de grond zijn gestopt, komt het interieur nu weer in de buurt van het labyrint van in elkaar overlopende ruimtes die het oorspronkelijk was.

Ook de wel zichtbare toevoegingen doen nauwelijks afbreuk aan het oorspronkelijke gebouw. De ingrijpendste toevoeging, een laag spuitpleister die aan de binnenzijde van de koepels is aangebracht om onder meer de slechte akoestiek van het gebouw te verbeteren, stoort niet. Weliswaar heeft de laag van drie centimeter tot gevolg dat de lichtspleet in de dwarsbalken waarop de koepels rusten, nu niet meer precies in het midden zitten, maar dit is iets dat alleen de grootste kenners van het gebouw opvalt (en mogelijk stoort). Zo is het voormalige Burgerweeshuis nu weer ‘het huis als een stad’, zoals Aldo van Eyck het zestig jaar geleden had bedoeld.

Komend voorjaar verschijnt Orphanage Amsterdam. Building and playgrounds by Aldo van Eyck, Christoph Grafe e.a., Architectura et Natura, 268 blz. € 39,90.
    • Bernard Hulsman