Opinie

    • Bastiaan Rijpkema

EU uitbreiden? Word eerst een goede buur

De Europese Unie wil uitbreiden naar de Balkan. Slecht plan, vindt . De EU moet eerst haar eigen huis op orde brengen.

De Europese Unie wil serieus werk maken van uitbreiding naar de westelijke Balkan: Bosnië en Herzegovina, Servië, Montenegro, Kosovo, Macedonië en Albanië. In 2025 moeten de eerste landen uit deze regio lidstaat zijn. „Realistisch, maar ook erg ambitieus”, aldus de Eurocommissaris voor uitbreiding, Johannes Hahn. Als alle Balkanlanden straks lid zijn, en dat kan volgens EU-buitenlandcoördinator Federica Mogherini binnen „onze generatie”, komt het aantal lidstaten op 33.

De argumenten voor uitbreiding zijn begrijpelijk. Ten eerste delen de genoemde landen een lange grens met de EU. Voor directe buren als Kroatië, Roemenië en Griekenland, maar ook voor de EU als geheel, is stabiliteit belangrijk in dit deel van Europa, dat niet lang geleden nog door oorlog werd geteisterd. Ten tweede spelen geopolitieke overwegingen: men vreest buitenlandse inmenging in de regio. Vorige maand wees een rapport van het Britse parlement nog op de „destabiliserende invloed” van met name Rusland. Ten derde, uiteraard: uitbreiding kan ten goede komen aan de burgers van de Balkanlanden zelf, op economisch en rechtsstatelijk gebied, onder meer door het consolideren van democratie en rechtsstaat.

Toch doet de timing van de aankondiging wat absurdistisch aan. De Europese Unie heeft namelijk nogal wat problemen op haar bord. Zo zijn de Brexit-onderhandelingen allesbehalve afgerond. Bovenal speelt er een scherp waardenconflict tussen de EU aan de ene en Polen en Hongarije aan de andere kant of, in bredere zin, tussen de West- en Oost-Europese lidstaten.

In Polen dreigt de regering van Recht en Rechtvaardigheid (PiS) de rechterlijke macht steeds verder onder politieke invloed te brengen. Het bracht de Europese Commissie ertoe de nog nooit gebruikte ‘artikel-7-procedure’ in te zetten, die uiteindelijk kan leiden tot sancties als het opschorten van het Poolse stemrecht binnen de EU. Al is het zeer onwaarschijnlijk dat die sancties er ook zullen komen; daarvoor is unanimiteit nodig en Hongarije heeft gezworen alle sancties tegen Polen te zullen blokkeren. De Hongaarse minister-president Orbán spreekt daarbij van een Brusselse „inquisitie” die probeert het „nationale bestuur” van Polen te breken.

In Hongarije zelf zijn de democratie en rechtsstaat inmiddels zo ernstig aangetast dat in het laatste Freedom in the World-rapport, een jaarlijks overzicht van de staat van politieke rechten en vrijheden in de wereld, gesteld wordt dat het land dreigt weg te zakken in „autoritair bestuur”.

De artikel-7-procedure blijkt in de praktijk weinig te helpen tegen wat weleens ‘post-toetreding-hooliganisme’ is genoemd. Oftewel: lidstaten die de drempel voor toetreding halen, maar daarna cruciale democratische en rechtsstatelijke principes met voeten treden. De EU ontbeert op dit moment effectieve instrumenten om dit tegen te gaan. Toetreding van een aantal nieuwe lidstaten met nog kwakkelende democratische rechtsstaten is dan onverstandig.

Nog los van de specifieke democratisch-rechtsstatelijke stand van zaken in de Balkanlanden is een belangrijke vraag: waar ligt de grens van de EU? ‘Europa’ als waardengemeenschap is een rekkelijk begrip. De Raad van Europa, de organisatie die hoort bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, heeft bijvoorbeeld 47 aangesloten staten. Maar gaat het om de Europese Unie, dan wordt regelmatig geconstateerd dat er een ‘institutionele grens’ is aan uitbreiding.

De meningen over de toekomst van de Europese Unie zijn sterk verdeeld. Terwijl de Frans-Duitse as zo snel mogelijk meer wil inzetten op verdere Europese integratie, houdt een lidstaat als Nederland vooralsnog de voet op de rem. Het zal niet makkelijker worden de toekomstige EU vorm te geven, als deze nog meer lidstaten telt.

De Balkanlanden verdienen onze steun, maar de vraag is op welke manier. EU-lidmaatschap moet niet lichtzinnig worden ingezet als instrument van buitenlandbeleid. De EU zou twee opties moeten overwegen. De eerste: toch inzetten op toetreding, maar dan niet voordat de ‘rechtsstaatinstrumenten’ op orde zijn. Uitbreiding is pas acceptabel wanneer de EU effectief op democratisch-rechtsstatelijke ontsporingen kan reageren. Dat betekent dat niet alleen de kandidaat-lidstaten, maar ook de EU aan het werk moet.

Het institutionele vraagstuk is daarmee niet opgelost. Daarom een tweede optie. In 2006, twee jaar nadat de EU er tien lidstaten had bijgekregen, schreef de toenmalige Eurocommissaris voor buitenlandse betrekkingen Benita Ferrero-Waldner al dat „de EU niet ad infinitum kan uitbreiden”. Haar alternatief: het ‘Europees nabuurschapsbeleid’, waarbij de EU onder meer economische integratie en ondersteuning op het gebied van democratie en rechtsstaat biedt, zonder volledige opneming in de Europese Unie.

Dat nabuurschapsbeleid is onlangs vernieuwd. Het wordt tijd dat we het serieus gaan nemen als volwaardig eindstation.

    • Bastiaan Rijpkema