Er zijn zo veel mensen over wie zorgen bestaan

Rotterdam-West Een 3-jarig meisje werd na een week bij haar dode moeder gevonden. Hadden hulpverleners dit drama kunnen voorkomen?

De Van Weelstraat in Rotterdam-West, waar de overleden moeder woonde. Foto Walter Herfst

Veel alleenstaande ouders met kleine kinderen kennen de gedachte: stel dat ik niet meer wakker word, wat gebeurt er dan met de kinderen? Te klein om uit bed te komen – hoe lang zou het duren voor iemand de deur openbreekt? Overleven ze het?

In de Van Weelstraat in Rotterdam-West gebeurde precies dit eind januari, en het antwoord was: het duurde dagen, mogelijk zelfs een week voordat de politie het huis binnenging. Daar troffen ze een 3-jarig meisje en een hond, beide levend, en de jonge moeder die dagen daarvoor door natuurlijke oorzaken was overleden. Ze werden gevonden doordat het meisje na het drinken een kraan niet had dichtgedaan. De onderburen kregen lekkage en waarschuwden de huisbaas, die de politie inschakelde.

Al snel werd bekend dat jeugdbescherming Rotterdam bij het gezin betrokken was geweest. Dat was kort, in 2016. Een zus van de moeder liet RTV Rijnmond weten dat de familie verschillende keren hulp voor haar had gevraagd. Ze vinden het onbegrijpelijk dat een peuter onopgemerkt een week bij een dode moeder kan zitten. Inmiddels is de zaak gemeld bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Die is een onderzoek begonnen.

De vraag komt op of hulpverleners een drama als dit in alle gevallen kunnen voorkomen.

Geen sluitend systeem

Nee, zegt Adri van Montfoort, directeur van een adviesbureau voor jeugdzorg en jeugdbeleid. Hij was jaren actief in de hulpverlening en promoveerde op de aanpak van kindermishandeling. „We moeten aanvaarden dat er tragiek is in het leven.” Alleenstaande ouders met heel jonge kinderen lopen een iets groter risico, maar je kunt als hulpverlener onmogelijk alle alleenstaande ouders met risicofactoren op de radar hebben. „Er bestaat geen sluitend systeem om dit soort zaken uit te bannen.”

Nee, zegt ook Caroline Kolenbrander, directeur van de Rotterdamse welzijnsinstelling Dock. „Er zijn zoveel mensen over wie je je zorgen zou kunnen maken.” Je kan hulpverleners wel vragen heel alert te zijn, zegt ze, maar dat geldt ook voor buurtbewoners en familie. „Alleen maar kijken naar hulpverleners, past ook niet bij de participatiesamenleving die we beogen.”

Van Montfoort heeft een tip voor ouders. Zorg dat een vertrouwde figuur als back-up voor het kind in de omgeving is, liefst een familielid, iemand die regelmatig even onverwacht langskomt. Het kind moet die persoon altijd kunnen bereiken, liefst met één druk op de knop van een mobiele telefoon. Van Montfoort: „Voor ouders is zo iemand ook vaak acceptabel. Hulpverleners zijn altijd voorbijgangers.”

Engeland werd afgelopen maand opgeschrikt door een met Rotterdam vergelijkbaar sterfgeval. Een moeder die voor haar werk in het buitenland was, kreeg een telefoontje dat haar man was overleden. Hun twee dochters, van twee en vier jaar, waren gezond en wel aangetroffen. Oma was gaan kijken en had de politie gebeld toen ze het huis niet in kon. De meisjes waren een etmaal met hun dode vader in huis geweest.

De school van het oudste meisje had wel het nummer van de vader gebeld, maar niet geprobeerd de moeder te bereiken. Nu wordt in Engeland gediscussieerd over een steviger verplichting voor scholen in actie te komen als een kind niet komt opdagen.

Overigens kan het ook ernstiger aflopen, al blijft het uitzonderlijk. In 2016 stierf, ook in Engeland, een gehandicapt jongetje van vier aan uitdroging en gebrek aan voedsel nadat zijn moeder was overleden na een epileptische aanval. De jongen moet twee weken met haar lichaam in de flat hebben verbleven. De school belde diverse keren, stuurde twee keer iemand langs die niet binnen kon komen. Het kind werd dood naast het lichaam van zijn moeder gevonden.

In Rotterdam-West wordt nog steeds gesproken over het meisje en haar dode moeder. Mensen kijken ontdaan als ze erover vertellen. In de brede straat groeten buurtbewoners elkaar, ze organiseren ’s zomers barbecues op het plein. Maar de hoge, oude herenhuizen worden vaak per etage verhuurd en niet iedereen toont evenveel belangstelling voor de buurt. „Ik ken die, en die, en die buren”, wijst een buurtbewoner. „Maar wie daar, daar en daar woont, geen idee.”

Doordringend gehuil

Een scholier die verderop woont, heeft in de week waarin de dode vrouw thuis lag wel een hoog, doordringend gehuil gehoord. „Het was geen kind”, zegt hij. „Mogelijk was dat het hondje.” De 5-jarige shih tzu heeft de week opsluiting goed doorstaan, vertelt het asiel waar het donkere hondje even is opgevangen. Dat is nu bij de ex van moeder, zegt het asiel. Het meisje zit in een pleeggezin en maakt het naar omstandigheden goed.

Volgens buurtbewoners die de moeder kenden, was ze erg op zichzelf. Wel kwam ze regelmatig buiten om het hondje uit te laten, haar dochter mee in de buggy. Verschillende buurtbewoners maakten af en toe een praatje met haar, de toezichthouder van de speeltuin paste af en toe op het meisje als de moeder snel wat boodschappen deed. „De moeder maakte een normale indruk en zag er verzorgd uit”, zegt hij. „Ze hing hier niet de hele dag rond, ze had altijd duidelijk plannen. Pas als mensen dat niet hebben, maak ik me zorgen.”

    • Sheila Kamerman
    • Elsje Jorritsma