Den Haag, 1985: het Komitee Kruisraketten Nee biedt een miljoen handtekeningen aan aan premier Ruud Lubbers tegen de komst van kruisraketten. Veel demonstranten keerden premier Lubbers demonstratief de rug toe tijdens zijn toespraak.

Foto Bert Verhoeff/Hollandse Hoogte

Ruud Lubbers: een imperfecte staatsman

Ruud Lubbers

Lubbers deed veel goed, zegt zijn biograaf Johan van Merriënboer. Maar lang niet alles.

De superlatieven over de woensdag overleden Ruud Lubbers buitelden de afgelopen dagen over elkaar heen. „Een staatsman van grote statuur” zei premier Mark Rutte. „Een groot staatsman”, memoreerde CDA-leider Sybrand Buma.

Bij al die loftuitingen schoof parlementair historicus Johan van Merriënboer soms wat ongemakkelijk heen en weer op zijn stoel. Samen met zijn collega Carla van Baalen van het Centum voor Parlementaire geschiedenis in Nijmegen, werkt hij aan een biografie van Ruud Lubbers. Samen met Willem Drees was Lubbers als langstzittend minister-president „de grootste premier van na de oorlog”, stelt ook Van Merriënboer. Maar bij vrijwel alle redenen die zijn gegeven voor Lubbers’ ‘grootsheid’ had de parlementair historicus de neiging ‘Ja, maar’ te roepen.

Daarom: acht kanttekeningen van een kritische biograaf.

1. Lubbers loodste Nederland door de oliecrisis van 1973

Gordijnen dicht en de verwarming lager, zo maande Ruud Lubbers als jonge minister van Economische Zaken televisiekijkend Nederland toen Arabische sjeiks de oliekraan dichtdraaiden. Hij deed het op televisie ook nog even voor. „De oliecrisis kwam als geroepen voor Lubbers”, vertelt Van Merriënboer. „Als ondernemer met een opdracht kon hij aan de slag: Nederland door het olietekort slepen. Dat deed hij goed.” Het televisie-optreden liet bovendien zien dat Lubbers, meer dan veel andere politici destijds, zich bewust was van de kracht van beeldvorming.

Johan van Merriënboer, biograaf van Ruud Lubbers. Foto Suzan Zanders

Lubbers zichtbare optreden verdonkeremaande echter een belangrijker gegeven: zijn ministerschap werd geen succes. Van Merriënboer: „Het grote bedrijfsleven verwachtte van de minister van Economische Zaken dat hij zou opkomen voor hun belangen tegenover Joop den Uyl. Dat deed Lubbers niet. ”

Na de val van het kabinet, in 1977, was er dan ook geen sprake van dat Lubbers minister op EZ kon blijven. Ontwikkelingssamenwerking leek het hoogst haalbare. Toen Lubbers op eigen houtje probeerde dat ministerie zwaarder op te tuigen door bij andere departementen onderdelen weg te halen, was de maat vol. Lubbers werd fractielid, decreteerde de CDA-top, en wel achter Wim Aantjes.

2. Lubbers zorgde ervoor dat de nieuwe CDA-fractie niet uit elkaar viel (1978-1982)

De fractie van het pas opgerichte CDA kende ten minste zes dissidenten, terwijl het kabinet-Van Agt-Wiegel op een minimale parlementaire meerderheid steunde. Dat deze dissidenten de fractie niet met slaande deuren verlieten wordt mede op het conto van Lubbers geschreven, die de fractieleiding had overgenomen na het onverwachte vertrek van Aantjes. „Terecht”, zegt Van Merriënboer, „alleen had zijn gemanoeuvreer een prijs. Hij ging zich enorm met kabinetsbeleid bemoeien, om te zorgen dat de hele fractie ermee kon leven. Dat had niets meer met dualisme te maken waarbij de regering regeert en het parlement controleert.”

3. Het akkoord van Wassenaar (1982)

Het gold als historisch omdat werknemers vrijwillig afzagen van loonsverhoging in ruil voor arbeidsduurverkorting. Daardoor hoefden de uitkeringen, die aan de lonen waren gekoppeld, niet te stijgen. Dat scheelde het kabinet-Lubbers miljarden. Een slimme zet, zegt Van Merriënboer, maar de architect heette niet alleen Lubbers. „Minstens zo belangrijk was de bijdrage van Jan de Koning, de minister van Sociale Zaken.”

4. Het no-nonsense saneringsbeleid van de eerste twee kabinetten-Lubbers (1982-1989)

„Die saneringen waren al afgesproken onder strakke regie van kabinetsformateur Willem Scholten”, zegt Van Merriënboer. „Bovendien, er waren anderen dan Lubbers in het kabinet die veel meer ‘no-nonsense’ waren dan hij. Dat gold opnieuw voor Jan de Koning, maar zeker ook ministers als Onno Ruding, Wim Deetman en Elco Brinkman. Pas toen de werkloosheid met duizenden per maand bleef groeien, viel ook bij Lubbers het kwartje, zo heeft hij later toegegeven.”

5. De confrontatie met actievoerders in de Houtrusthallen (1985)

Tienduizenden demonstranten, verzameld in de Haagse Houtrusthallen, floten Lubbers uit toen hij een toespraak over de komst van kruisraketten probeerde te houden. Ze joelden en gingen allemaal met hun rug naar hem toestaan. „Het was moedig dat Lubbers daarheen was gegaan”, zegt Van Merriënboer. „Maar het had met meer te maken dan moed. Zijn gedrag had regelmatig ook iets impulsiefs”. Bovendien zagen medewerkers van de premier na de manifestatie een teleurgestelde Lubbers. Hij was er niet in geslaagd verbinding te leggen met politieke tegenstanders, normaliter een van zijn sterke punten.

6. De grote verkiezingsoverwinning van 1986

Na een opvallend persoonlijke campagne (‘Laat Lubbers zijn karwei afmaken’) won het CDA in 1986 negen zetels. Volgens velen hét bewijs dat saneren electoraal loont. Van Merriënboer is daar niet zo zeker van. „De peilingen waren lange tijd negatief voor het CDA. Pas na de Houtrusthallen keerde het tij. Kiezers vonden dat Lubbers onrecht was aangedaan.” De pers schreef Lubbers omhoog. Van Merriënboer vond het „fascinerend om te zien hoe vriendelijk journalisten voor Lubbers waren, ondanks allerlei affaires.”

7. Het Verdrag van Maastricht (1991)

Dit verdrag geldt als historisch, omdat hier werd besloten tot invoering van de Europese Monetaire Unie. „Zelf had Lubbers graag verder willen gaan door, naast een monetaire, ook een politieke unie af te spreken,” aldus Van Merriënboer. „Lubbers was voorstander van een federaal model en zag pas later dat dit niet realistisch was.” Bovendien was de invoering van de euro niet zozeer zijn verdienste, maar uitkomst van een deal tussen Duitsland en Frankrijk.

8. Drie kabinetten-Lubbers (1982-1994)

Dit maakte Lubbers tot de langstzittende premier van na de oorlog. „Een historische prestatie”, zegt Van Merriënboer, „waarbij hij zowel met rechts als links regeerde. Dat maakt hem samen met Willem Drees de grootste premier van na de oorlog.” De prestatie had belangrijke schaduwzijden. „Lubbers liet gemakkelijk mensen vallen als dat in het belang van de voortzetting van zijn kabinetten was.” Bovendien ging Lubbers, omdat hij er langer zat dan de anderen, te veel zijn eigen stempel drukken. Ook kon hij zeer moeilijk afstand doen van de macht. „Elco Brinkman, zijn beoogde opvolger, weet daar alles van.”

    • Kees Versteegh