Recensie

Doorsnee Russen bestaan niet

Modern Rusland

Dat je Russen niet over één kam kunt scheren, zoals D66-leider Pechtold deze week deed, blijkt uit de reisreportages van Arnout Brouwers, die een inkijkje geven in het leven van de gewone Rus.

Een verkoper voor zijn stal op een Moskouse voedselmarkt Foto AFP PHOTO / Yuri KADOBNOV

Wie niet genoeg kan krijgen van Kremlin-achterklap of Poetin-parafernalia, is bij oud-Moskou-correspondent Arnout Brouwers aan het verkeerde adres. Zijn onlangs verschenen bundel reisreportages Rodina. Tussen lethargie en revolutie gaat nadrukkelijk níet over politiek, laat staan over Vladimir Poetin, zo waarschuwt hij de lezer. Immers ‘een land van elf tijdzones reduceren tot één persoon, wat steeds meer gebeurt in westerse media, verblindt ons voor de complexere realiteit die je onder de Russische propagandastaat kunt aantreffen.’

Brouwers was tussen 2006 en 2013 Rusland-correspondent voor de Volkskrant. Met Rodina – Russisch voor moederland – wil hij die eendimensionale blik op Rusland ‘helpen verbrijzelen.’ Die belofte maakt hij meer dan waar. De 56 korte, vlot geschreven reisreportages bieden een waarachtig en persoonlijk inkijkje in het leven van de doorsnee Rus, dat vaak helemaal niet zo doorsnee is. Hoe doorsnee zijn de levens van de twee jongens die een handeltje hebben in de verkoop van half-verlaten dorpen aan oligarchen? Of dat van boer Joeri, die graan verbouwt op een plek waar dat eigenlijk niet kan? Brouwers schetst hun lotgevallen op de licht-ironische wijze die Russen eigen is, afstandelijk maar toch persoonlijk.

Maar net als de mensen die hij ontmoet, weet ook Brouwers de politiek niet buiten de deur te houden. Niemand in Rusland ontkomt nu eenmaal aan de grillen van het Kremlin. Direct of indirect, met hulp van door Moskou aangestuurde ambtenaren, voor wie geld vaak meer waarde heeft dan een mensenleven. Zoals blijkt uit het verhaal over kapiteinsdochter Natalja uit Moermansk die haar vader verloor bij een klunzig uitgevoerde bergingsoperatie in de Zee van Ochotsk.

Daarnaast bieden Brouwers’ verhalen een kijkje in de correspondentenkeuken. Er is het hilarische verslag van de reis naar de hypermodern ogende, Siberische provinciestad Chanti-Mansiisk, waar het contrast met de dagelijkse realiteit zo groot lijkt dat Brouwers zich afvraagt of hij nog wel in Rusland is. Uiteindelijk dringt de Russische werkelijkheid zich toch weer op wanneer in een achterafwijkje een groep gastarbeiders wordt aangetroffen, opeengepakt in een garage.

Iets vergelijkbaars gebeurt tijdens een uitstapje naar jeugdkamp Seliger, waar vaderlandslievende jongeren jaarlijks samenkomen om discipline op te doen en zich in te zetten voor het vaderland. Ook hier zit de vork aan het einde van de rit anders in de steel en zijn hun motieven minder hoogstaand dan zij doen voorkomen. Het is de Russische constante: niets is wat het lijkt of zou moeten zijn.

Diepe tragiek

Voor Brouwers zelf is de rol van passant niet altijd een gemakkelijke, zo constateert hij tijdens een bezoek aan de door geweld geplaagde Kaukasus. ‘Je hoort het verhaal aan, dan schud je een hand en weg ben je.’ Brouwers correspondentschap kent diepe tragiek. Hij en zijn toenmalige echtgenote verloren hun te vroeg geboren tweeling in Rusland. Een verlies dat ook een rol speelt tijdens zijn journalistieke reizen.

Met zijn toon en oog voor context weet Brouwers sympathie te wekken voor ‘de gewone Rus’ die zich, belast met zijn vele kwellingen, een weg baant door het leven. De Rus die soms succesvol mag zijn, maar even snel weer aan de grond zit, die leeft in het hier en nu, want morgen is toch onvoorspelbaar, en die niet klaagt, want dat heeft toch geen zin. Een mentaliteit waarvoor de Rus geen hippe cursus mindfulness hoeft te volgen, maar die voortkomt uit eeuwen van gareel en onderdrukking.

Maar ondanks de door Brouwers beschreven lethargie en de druk van dat verleden, vindt in Rusland wel degelijk een politieke en mentale verschuiving plaats. Het gaat nu beter met Rusland dan ooit te voren, zo luidt het mantra van analisten en politici. Strandvakanties en internationale carrières zijn binnen handbereik, het kapitalisme floreert, er wordt op eigen wijze gemoderniseerd. Die hardnekkige drang tot vooruitgang ziet Brouwers overal, zelfs in de ellenlange files die Moskou tot een hel maken.

Rodina is tevens een blik in het verleden. Brouwers verliet Moskou in 2013, een jaar voor de Maidan-opstand, de annexatie van de Krim en de daaropvolgende oorlog in Oekraïne. Gebeurtenissen die logischerwijs ontbreken in het boek, maar die een onomkeerbare politieke en ideologische aardverschuiving teweegbrachten binnen en buiten Rusland. Dat is te merken aan de soms gedateerde situaties die het decor vormen in de verhalen, zoals de oorlog in Georgië van 2008 of de hoofdstedelijke protesten van 2012. Maar dat maakt de verhalen niet achterhaald, want de gewone Rus blijft toch wel dezelfde. Los van het wereldtoneel worstelt hij zich een weg vooruit.