De Partij wil meepraten op de werkvloer

China De Communistische Partij probeert haar invloed binnen bedrijven te versterken. Onder andere door Partijleden binnen bedrijven te organiseren. Ook bij bedrijven met buitenlandse eigenaren.

Koning Willem-Alexander (vierde van links) luistert naar de Chinese premier Li Keqiang (tweede van rechts). Tijdens het bezoek, op 7 februari, was Halbe Zijlstra (vijfde van links) nog minister van Buitenlandse Zaken. Foto AFP

Nederlandse bedrijven gaan pragmatisch om met beïnvloeding door de Chinese Communistische Partij; ze doen er hun voordeel mee. Partijlidmaatschap is een privézaak, zeggen drie Nederlandse bedrijven in dit artikel. En dat blijft het, ondanks dat de Partij nadrukkelijk een woordje wil meepraten op de werkvloer.

Een van de bedrijven werd gepolst of het geïnteresseerd was in het opzetten van een Partijorganisatie, een soort commissie voor leden van de Communistische Partij binnen het bedrijf. „Dat waren we niet”, vertelt een manager. „We hebben toen wel informatie verstrekt over hoeveel Partijleden er bij ons bedrijf werken.” Het bedrijf heeft in China 250 vrijwel uitsluitend Chinese werknemers en wil niet met zijn naam in de krant vanwege de gevoeligheid van het onderwerp.

Minder vrijblijvend

Heel anders klonk het bij de Duitse Kamer van Koophandel. „Het is niet uitgesloten dat Duitse bedrijven zich terugtrekken uit de Chinese markt.” De Duitsers waren opmerkelijk fel nadat er meldingen kwamen van „pogingen van de Communistische Partij in China om hun invloed te versterken” binnen Duitse bedrijven. Hoe de Partij dat doet, en wat zo’n ‘poging’ precies behelst, wil een woordvoerder van de Kamer van Koophandel niet zeggen.

De regel is dat zodra een Partijlid binnen een organisatie twee collega’s vindt die ook lid zijn, ze zich moeten verenigen in een zogeheten Partijorganisatie. Van alle bedrijven in China heeft 78 procent zo’n ledenclub – of dat nu staatsbedrijven zijn of bedrijven met buitenlandse eigenaren. De Chinese president Xi Jinping pleitte in zijn toespraak op het Partijcongres in oktober vorig jaar voor minder vrijblijvendheid in die clubs.

De wortels van de Communistische Partij in de samenleving zijn verdord. „Zwak” en „inefficiënt”, noemde president Xi Jinping de Partijorganisaties, die nota bene een „sleutelrol” vervullen in de haarvaten van de samenleving. Groepjes leden in ziekenhuizen, scholen, buurthuizen en ook in het bedrijfsleven bespreken de plannen en de instructies van de Communistische Partij. Ze leggen, zei Xi in zijn speech, de fundering voor de principes en het beleid van de Partij. Zijn queeste is de partij weer sterk, en vooral alomtegenwoordig te maken. „Noord, zuid, oost en west. De Partij leidt alles.”

Lees meer over de toespraak in oktober, waarin Xi benadrukte dat China niet alleen een economische grootmacht is, maar dat het ook zijn plaats wil opeisen als politieke wereldmacht.

Niet gangbaar

Als centraal gestuurde economie is het een koud kunstje om leden te organiseren binnen staatsbedrijven en zelfs in private bedrijven. Het buitenlandse bedrijfsleven, gewend te luisteren naar de markt in plaats van naar een regering, laat zich minder gemakkelijk sturen – en Beijing deed tot nu toe weinig moeite. Dat bedrijfsleven is echter wel van groot belang voor de Chinese staat, en dus wil de Partij er voortaan beter vertegenwoordigd zijn.

Dat gaat best lukken, zei Yang Xiaodu, de minister voor corruptiepreventie tijdens het Partijcongres. Hij legde er nog eens uit waarom het zo belangrijk is dat Partijleden zich bij hun werkgever laten horen. „Het is een belangrijke stimulans in de ontwikkeling van een bedrijf. Je krijgt er excellente medewerkers van. Buitenlandse bedrijven zeggen dat ze hen helpen de Chinese wetgeving beter te begrijpen.”

Toch is zo’n ledenclub bij Nederlandse bedrijven nog niet gangbaar. De mogelijkheid van een Partijorganisatie binnen DSM heeft Jan-Anne Schelling, vice-president HR Nutrition Asia voor DSM, „nog niet op mijn agenda” gezien. DSM telt ruim 4.000 werknemers in China, vrijwel allemaal Chinezen. Binnen het bedrijf zijn op verschillende plekken medewerkers lid van de vakbond, de ‘labor union’ en DSM overlegt actief met deze vakbond. Dat is „geen red flag”, meent Schelling, hoewel hij helder is over de relatie tussen bond en de Communistische Partij. „De Partij zit achter de vakbond.”

Koningin Máxima poseert voor de foto met een groep Nederlandse en Chinese entrepreneurs. Begin deze maand brachten de koning en koningin een werkbezoek aan China. Foto Wu Hong/EPA

Ook medewerkers van Philips hebben zich bij de vakbond aangesloten. Een woordvoerder omschrijft de organisatie als een soort ondernemingsraad. „In Nederland heeft de vakbond of de OR een element van tegenover de werkgever staan. Maar de activiteiten van de bond bestaan hier vooral uit faciliteren van sociale activiteiten.” Schelling onderschrijft dat. Bij DSM organiseert de vakbond sociale activiteiten zoals het Chinees nieuwjaarsfeest, yogaklasjes en een badmintoncompetitie.

Partijorganisaties zijn een ander verhaal, weet Philippe Snel, die als advocaat bij De Wolf Law Firm in Shanghai veel buitenlandse bedrijven door de Chinese regelgeving gidst. „Van hen is te verwachten dat ze de bedrijfsstrategie willen beïnvloeden.” Dat is een veel bredere, meer politieke insteek. Waar het een vakbond te doen is om het welzijn van de werknemers, gaat het bij een Partijorganisatie om het algemene beleid van het bedrijf dat moet stroken met de richtlijnen gesteld door de Communistische Partij.

Een voorbeeld is de ambitie om de economie te vergroenen. Partijleden zullen er bij het management op aandringen vervuilende fabrieken te sluiten. Met innovatie als toverwoord kunnen Partijleden hun werkgever oproepen meer aan R&D te doen. En dan is er nog de anticorruptiecampagne van president Xi. „Buitenlandse bedrijven en buitenlandse managers zijn niet immuun voor eventuele vervolgingen”, waarschuwt Snel. De Communistische Partij streeft openlijk naar een gelijk speelveld voor Chinese en buitenlandse bedrijven in China, ook op dit vlak.

Onder druk gezet

De invloed van de Partij in buitenlandse bedrijven, is al langer een zorg, schreef persbureau Reuters twee maanden voor het 19de Partijcongres naar aanleiding van een bijeenkomst van Europese bedrijven in China.

Een van de bedrijven zou onder druk zijn gezet door zijn Chinese partner om de Communistische Partij het laatste woord te geven in de bedrijfsvoering en de investeringskeuzes. Partijleden wilden bovendien dat bijeenkomsten uit de bedrijfskas gefinancierd werden.

Ook bij een grote producent in het zuiden van China, wilden partijleden betaald worden voor de overuren waarin ze vergaderden. Ze wilden ook dat de bedrijfsleiding meer partijleden aannam en eisten inspraak in financiële beslissingen. „Daar trokken we de grens”, citeert Reuters een leidinggevende. „We hadden niet verwacht dat ze onze investeringen zouden bespreken.”

„Het partijapparaat spreidt zijn vleugels”, zegt Jude Blanchette, die Chinese politiek onderzoekt bij het adviesbureau The Conference Board in Beijing. „Er zijn geen blinde vlekken meer in de Partij. Als je lid bent, dan ben je deel van de partijstructuur.” De regels waren er altijd al. Het is volgens Blanchette de plotselinge, krachtige manifestatie van de Partij die veel ondernemers ongerust maakt.

Met de overheid aan tafel

Als het aan de Duitse Kamer van Koophandel ligt, dan blijft de Partij zich afzijdig houden. „We hebben gezien dat bedrijfsbeslissingen zonder inmenging van buitenaf een sterke basis zijn voor innovatie en groei”, staat in het alarmerende persbericht.

De Nederlandse bedrijven menen juist dat in een land waar een enkele politieke partij de centrale overheid is en de economie aanstuurt, een goede relatie met die overheid hard nodig is. „Locatiedirecteuren van onze productiesites zitten met grote regelmaat, soms wekelijks, met de overheid aan tafel”, zegt Schelling.

Zorgen dat de Communistische Partij de leden inzet als een Trojaans paard om meer inzage te krijgen in bedrijfsstrategie of die zelfs bij te sturen, zijn er nauwelijks. „Ik denk dat ze die invloed al hebben”, zegt de Philips-woordvoerder. „Het is een door de overheid gestuurde economie en daarin zijn wij actief. Het is ontzettend belangrijk dat we goed op de hoogte zijn van de strategie van de overheid.”

Toch kan de anonieme manager van het derde bedrijf zich wel voorstellen dat er zorgen zijn onder buitenlandse bedrijven. „Het zou wel eens moeilijk kunnen worden om deze ontwikkeling te stoppen. Als de overheid iets wil, dan heb je daar weinig invloed op.”

Enkele jaren geleden werd de Zijderoute als handelsroute gereanimeerd. China pompt miljarden in het goederenvervoer tussen Europa en China en krijgt daarmee daarmee ook meer invloed in Centraal- en Oost-Europa. Lees ook: De nieuwe Zijderoute naar China is van staal