‘De heersende elite luistert niet naar u’

Arjan Vliegenthart SP-wethouder In de SP is hij als gelovige een minderheid. Wethouder Vliegenthart schrijft in Onder Amsterdammers over ‘vervreemding’.

Arjan Vliegenthart (39) is nog maar vier jaar SP-wethouder in Amsterdam. En hij wil het nog vier jaar blijven. Maar voor de zekerheid zijn ze er nu al: zijn memoires. In Onder Amsterdammers, dat deze vrijdag verschijnt, schrijft hij over de stad, zijn tijd als wethouder werk en armoede, de partij en de oudtestamentische profeet die hij als voorbeeld ziet: Micha die „nederig wandelde met God” (Micha 6:8).

Kijken ze een gereformeerde niet raar aan in de partij van de internationale solidariteit met de arbeidersklasse?

„Ik ben een minderheid. Geloof speelt bij mij een grote rol, maar niet op de voorgrond. Mijn politieke handelen is niet alleen voor het hier en nu. Ik leg niet alleen rekenschap af voor de gemeenteraad, maar ook aan iets dat groter is dan ik. Ik ben in meer opzichten een atypische SP’er. Ik ben gepromoveerd. Mensen zeggen over mij dat ik minder gelijkhebberig overkom, dat ik wat softer ben. Mensen kunnen deugen en toch heel anders denken dan jij. Ik merk dat dat niet zo’n courante opvatting is. Niet bij de SP en niet bij andere partijen.”

Zijn SP’ers gelijkhebberig en hard?

„De meesten kunnen veel harder onderhandelen dan ik. Ik moet het meer hebben van dat je elkaar wat gunt.”

Vliegenthart, politicoloog, zoon van een dominee, opgegroeid in de Bijlmermeer, probeert net zo snel te praten als hij denkt en soms struikelt hij over de woorden. Als hij iets heeft gezegd waar hij tevreden over is – „Ik heb meer mensen uit de bijstand gehaald dan Rotterdam. Kom op!” – dan tilt hij zijn hoofd even op om te zien wat het effect op zijn publiek is.

Hoe ‘nederig’ is een boek over uw eigen werk als wethouder?

„Heel onbescheiden. Maar ik wilde laten zien dat je, als je echt iets wílt, aan de grenzen kunt komen van wat mensen voor mogelijk houden. Dat het in een rechts tijdsgewricht ook werkt als je mensen in de bijstand vriendelijk behandelt. Dat biedt hoop voor Amsterdam en perspectief voor partijgenoten in andere steden.”

In Onder Amsterdammers beschrijft Vliegenthart hoe hij als jongen van een jaar of acht met zijn ouders in december de metrostations afliep. Ze brachten de mensen die daar vroeg naar hun werk gingen „een ontbijtpakket en een kaart waarop hun een goede Kerst werd gewenst”. Niet iedereen waardeerde of begreep het christelijk gebaar. Sommige mensen wilden het pakket niet aannemen.

Schaamde u zich?

„Ik vond het niet plezierig, nee. Maar ik heb er wel van geleerd. We gingen ook altijd naar een inloopcentrum, de Bijlmer Duif. Soms zat ik de hele middag met daklozen te schaken. Ik weet nog dat we daar met Pasen waren. Mijn vader had beloofd dat we daarna friet zouden halen. Ajax-PSV was op tv, maar we waren te laat.”

U doet dat zelf nu anders?

„Nou, ik vrees dat mijn kinderen hetzelfde meemaken. Op vrijdag ben ik altijd bij hen. Dan moeten ze ook weleens mee op werkbezoek. Toen mijn vrouw een keer laat moest werken, zijn ze meegegaan naar Hilversum waar ik werd geïnterviewd. In de auto met chauffeur, iedereen een iPad. In de studio kregen ze chocolademelk. En toch zeuren. Papa, wat moet je hier doen? Papa, hoe lang duurt het nog?”

Gaan ze mee met SP-acties?

„Bijna nooit. Ik gun mijn kinderen hun kindtijd. En ik krijg het zo georganiseerd dat het niet nodig is. Mijn moeder ging altijd met mijn vader mee. Mijn vrouw gaat niet met mij mee.”

Is uw vrouw lid van de SP?

„Nee.”

Stemt ze op de SP?

„Dat zegt ze niet. Ze is het wel vaak met mijn ideeën eens.”

U schrijft over ‘vervreemding’, mensen die hun buurt zien veranderen. De SP heeft dat thema jaren aan de PVV overgelaten.

„Wij spraken veel over baanzekerheid. Maar het gaat niet alleen over flexibilisering van de arbeidsmarkt en nul-urencontracten, er is een breder verhaal. Wordt er nog naar mij geluisterd? Is de overheid er ook voor mij? Wij moeten zeggen: de heersende elite luistert niet naar u. Zij voert beleid dat tegen uw belangen ingaat.

„In de raadscampagne hebben we gekozen voor de leus ‘Amsterdam van Amsterdammers’. Wij willen paal en perk stellen aan wat hier allemaal binnenkomt met z’n grote geld.”

Met z’n grote geld? De PVV zegt: met d’r hoofddoek en z’n Koran.

„Het is zinloos de PVV te overschreeuwen in het jargon van de PVV. Ik kan aan een inwoner van Amsterdam-Noord heel goed uitleggen waarom we plaats moeten zoeken voor een asielzoeker uit Syrië. Als je op de woningmarkt moet kiezen tussen Fatima uit Amsterdam Nieuw-West, Gerrit uit Noord of een expat uit de VS, dan kiezen wij voor Gerrit en Fatima.”

De SP sprak eerst over de noodzaak van humane asielopvang. Nu komt uw partij met: waarom staat een asielzoekerscentrum altijd in een arme buurt?

„Volgens mij is het verschil tussen wat we doen en wat we deden niet zo groot. Nu vertellen wij het verhaal ook meer vanuit de reële zorgen van de mensen die de gevolgen ervan ondergaan.”

U wilt graag door als wethouder. Is besturen zo belangrijk voor de SP in Amsterdam?

„Zeker. Vier jaar geleden hield niemand rekening met de mogelijkheid dat we in Amsterdam in het college zouden komen. We hebben mede aan Emile Roemer te danken dat het is gelukt. Hij heeft de strategie uitgestippeld dat we op lokaal niveau laten zien dat we kunnen besturen en dat we daarbij compromissen accepteren. Als we niet via Den Haag kunnen meedoen, dan via onderop. Daarom moeten we laten zien dat we geen eendagsvlieg zijn.”

    • Petra de Koning
    • Bas Blokker