Coalitiepartijen willen lid kabinet bij herdenking van Armeense genocide

Relatie met Turkije

Of het kabinet gehoor zal geven aan de oproep uit de Kamer om iemand te sturen is twijfelachtig.

Een demonstratie voor erkenning van de Armeense genocide in Den Haag. Foto Robin Utrecht/ANP

De vier coalitiepartijen in de Tweede Kamer willen dat Nederland in april een bewindspersoon stuurt naar de herdenking van de Armeense genocide in de Armeense hoofdstad Jerevan. Zo'n bezoek aan de herdenking zal de toch al gespannen relatie tussen Nederland en Turkije verder onder druk zetten. Tevens willen de partijen dat de Tweede Kamer uitspreekt dat er in 1915 sprake was van genocide.

Of het kabinet gehoor zal geven aan de oproep uit de Kamer om iemand te sturen is twijfelachtig. Minister Kaag (Buitenlandse Zaken, D66) hield zich vanmorgen nog op de vlakte. De moties die binnenkort in de Tweede Kamer aan de orde komen zijn van Kamerlid Joël Voordewind (ChristenUnie). Hij heeft zich weten te verzekeren van de steun van de andere regeringspartijen VVD, CDA en D66. Het debat dat de Tweede Kamer hierover deze week zou voeren is uitgesteld vanwege het aftreden van Zijlstra.

Turkije, dat in 1915 nog deel uitmaakte van het Ottomaanse Rijk, ontkent dat er in dat jaar sprake was van een doelgerichte volkerenmoord op de Armeniërs. Het Nederlandse kabinet is net als vele andere Europese landen altijd zeer behoedzaam omgegaan met het debat. Tot nu toe is nooit gesproken over de Armeense genocide, maar gekozen voor de meer neutrale aanduiding „de kwestie van de Armeense genocide”.

Toen de Duitse Bondsdag enkele jaren geleden uitsprak in het vervolg de term ‘Armeense genocide’ te hanteren leidde dit direct tot een confrontatie met de Turkse regering.

    • Mark Kranenburg