Recensie

Bij de prijs voor verhalenbundels telt: één verhaal

J.M.A. Biesheuvelprijs

Niet het beste verhaal wint de Biesheuvelprijs, maar de beste bundel. De jury lijkt de consistentie van een bundel het hoogst te waarderen.

Als de J.M.A. Biesheuvelprijs woensdag nou uitgereikt werd aan het beste korte verhaal, dan wist ik het wel. Dan won Annelies Verbeke met het daverende openingsverhaal van haar verhalenbundel Halleluja. In ‘Huilbaby’ spreekt een baby, die, zoals alle baby’s, blijkt te beschikken over alwetendheid – totdat die kennis weer oplost in het ‘blanco’, en spraak en communicatie hun intrede doen. Maar nu weet en doorziet hij alles: van het grote wereldleed tot de toekomst van het huwelijk van zijn nu nog zo liefdevol zogende ouders.

Wat baby’s zo raadselachtig maakt, dat hartverscheurende krijsen, die vermeende wijze blik, de onverklaarbare wiegendood – dat voorziet Verbeke zo van een lumineuze verklaring. Het is in feite een kleine wat-als-vraag, maar die wordt in dit verhaal zo beklemmend overtuigend uitgewerkt dat je geen baby meer kunt horen huilen zonder te denken aan dit verhaal, deze buitengewoon beklijvende mengeling van epifanie en horror.

Maar de onvolprezen J.M.A. Biesheuvelprijs, dit jaar voor de vierde maal uitgereikt, is er niet voor één verhaal, maar voor een verhalenbundel. En daarvoor gelden andere wetten en vereisten. Dan moet de bundel als geheel bijeen passen en een eenheid vormen. Dan telt niet de kwaliteit van één verhaal, maar die van álle verhalen. Toch enigszins alsof je, andersom, een prijs aan het beste hoofdstuk uit een roman toekent.

In feite is de verhalenbundel een uiterst paradoxale vorm: de kwintessens van het korte verhaal is juist zijn kortheid, maar verhalenbundels kunnen pas bestaan als ze de romandikte benaderen – met het gevaar dat de bundel een vergaarbak wordt, waar altijd wel een mindere tussen zit.

Onder de drie genomineerden zitten dan ook geen vergaarbakbundels. Misschien viel het sterke Herinneringen in aluminiumfolie van Jamal Ouariachi af wegens te weinig rode draad? Maar In het buitengebied van Adriaan van Dis, een ‘roman in verhalen’ en wat mij betreft best een kanshebber, werd niet eens ingestuurd – wellicht wegens te véél rode draad, te veel eenheid.

Eenheid is datgene waarvan kanshebber Mooie lieve schat van Joubert Pignon het moet hebben: het laat zich beter als gefragmenteerde roman lezen, want afzonderlijk stellen de korte verhaaltjes weinig voor. Het heerlijk mesjogge absurdisme uit zijn vorige bundel Huil maar, ik wens je uitstel toe heeft Pignon nu ingeruild voor grauwe tragikomedie die vooral deprimerend werkt. De rode draad vormen de schrijver en zijn niksige bestaan: ‘Mijn leven bestaat uit liggen en zitten, onderbroken door roken en drinken, en wachten tot ik een volgende zin bedenk.’ Hij wéét dat het weinig voorstelt, en flirt met de onontkoombare lulligheid waar we in literatuur niet veel mee kunnen – maar slaagt er niet in dat te ontstijgen. Dat gaat vervelen.

Als de jury consistentie beloont, maakt Brood, zout, wijn van Vonne van der Meer veel kans: daar lopen veel verbindingslijntjes tussen de verhalen, en in alle verhalen halen alledaagse gebeurtenissen een leven overhoop. Ook hier een piek: het indrukwekkendst is het verhaal ‘Maagdenroof’, van Alice Munro-achtige lengte en ambitie. De overige zes verhalen springen er minder uit, maar hangen wel sterk samen, en niet alleen door de terugkerende verhuizingen en kruimeldiefstalletjes. Drie keer keert een personage uit een van de eerdere verhalen terug, waardoor Van der Meer treffende mensenlevens toont. De verhalen zijn secuur en vastberaden geschreven en bezitten die gehoopte korteverhalenkwaliteit dat je onder de oppervlakte meer vermoedt dan er beschreven staat. Maar de verhalen hebben ook iets braafs, zowel stilistisch als inhoudelijk.

Verrassen, dat doet Verbeke wel – dankzij een wildheid in stijl, perspectief, onderwerp (ook hier een rode draad: mensen op eindpunten in hun leven die ook beginpunten zijn, en andersom). Daarom is Halleluja van de drie genomineerden mijn favoriet, ondanks het onderlinge kwaliteitsverschil. Niet dat er slechte verhalen in Halleluja staan, maar met de hoge pieken maakt Verbeke het zich moeilijk: het genoemde babyverhaal, maar ook het zeer geestige verhaal over de auteur die een beer wordt, zijn domweg moeilijk te overtreffen.