Opinie

    • Jeroen Geurts

Bij concurrentie verhoog je de prijs

Column

Je kunt je als wetenschapper heel goed ondernemer voelen. Kennis is ook een product.

Mijn vader vertelde laatst een grappig verhaal over zijn grootvader, die in de jaren 20 een grand café had op de Markt in Maastricht. Ik ken mijn overgrootvader alleen van foto’s: een streng kijkende, chique heer met hoge hoed en wandelstok. Zijn café liep al jaren uitstekend en hij had een trouwe, vaste clientèle opgebouwd, toen er plotseling een kleiner café pal naast kwam dat onmiddellijk de bierprijs verlaagde van twee naar anderhalve cent. Verontwaardigd verhoogde mijn overgrootvader zijn eigen prijs van twee naar tweeënhalve cent! Die contra-intuïtieve zet heeft hem voor zover mijn vader zich kon herinneren geen klant gekost. Hoe dat kan? Tja. Hij had een goed café. Men was kennelijk wel bereid een cent meer te betalen voor de omgeving en de service.

Ik groeide op in deze ondernemersfamilie en de begrippen ‘kwaliteit’, ‘relaties’ en ‘innoveren’ zijn me met de paplepel ingegeven. Ik ben wetenschapper geworden, maar voel me vaak ondernemer. Ik draai een ‘winkeltje’ met een product (kennis), klanten (patiënten, mede-wetenschappers, studenten, de maatschappij in bredere zin) en investeerders (overheid, collectebusfondsen, bedrijven, de universiteit). Ik onderhoud nauw contact met ieder van hen en luister naar wat ze van me verwachten.

Nadat we jarenlang fundamenteel onderzoek hadden gedaan naar cognitieve achteruitgang bij de ziekte MS, werden onze klanten ongeduldig en spoorden ze ons aan om te beginnen met behandelstudies. Aldus geschiedde. We hadden al laten zien dat hersenen van mensen met MS om beschadigingen heen kunnen werken. Hersengebieden die door ziekte niet meer functioneren worden overgenomen door andere gebieden. Dat heet ‘plasticiteit’, een belangrijk mechanisme in ons zenuwstelsel. In mijn lab proberen we nu die hersenplasticiteit een zetje te geven met trainingen en magnetische stimulatie, in de hoop dat zo het cognitieve verval een tijdlang uitblijft.

Eén van onze huidige behandelstudies richt zich op training van de aandachtsfunctie. De proefpersoon zit in een virtuele omgeving ‘achter het stuur’. Dan springt plotseling de radio aan. Die moet zachter gezet worden. Er zijn borden langs de weg waarop van alles staat. Dat moet men registreren. De benzinemeter loopt terug, ook dat vraagt aandacht. Terwijl de gebruiker van ons wetenschappelijke product – de training – aan de slag gaat, kijken wij naar de effecten op cognitie en het brein. Er komt weer nieuw fundamenteel onderzoek uit voort. Het is een mooie cyclus zo. De ‘kennisklant’ en wijzelf werken continu samen.

Naast het luisteren naar relaties let ik als wetenschappelijk ondernemer ook op mijn etalage. We trekken met een gezelschap onderzoekers door het land om onderwijs te geven aan neurologen, verpleegkundigen en andere zorgverleners. Over de nieuwste bevindingen. Gratis en voor niks; omdat het goed is om te doen, maar ook om uitleg te geven over onze ‘waar’: we verkopen weliswaar geen pond kaas, maar wel een kilo betrouwbare kennis en een vernieuwende aanpak; vers van het front van de wetenschap. Komt dat zien!

Ondernemen heeft natuurlijk ook te maken met geld verdienen. Nu zijn wetenschappers doorgaans niet zo geïnteresseerd in salaris en bonussen, maar ze kunnen het geld wel goed gebruiken om de kwetsbare onderdelen in hun winkel aan te vullen. Fundamenteel onderzoek krijgt vaak het minste geld van investeerders. Men vindt het al snel te risicovol: ‘we weten niet of er iets uitkomt, dus kom maar terug als je wat verder bent’. Toch komen de grootste vernieuwingen op de lange termijn voort uit dat fundamentele onderzoek. Die motor moet wel blijven draaien. Ik heb daarom een andere financieringsbron verzonnen voor mijn winkel: in de avonduren geven we onderwijs aan fysiotherapeuten, verpleegkundigen en andere (para)medische beroepsbeoefenaars. Zij betalen ons voor onze kennis en met hun geld kunnen wij investeren in fundamentele wetenschap en nieuwe onderwijstechnieken. Voor bedrijven die chirurgische materialen produceren zoeken we uit welke materialen het beste werken bij operaties of welke medische beeldvorming ervoor nodig is. Kortom, we zijn lekker aan het innoveren.

Ik ben dol op mijn dynamische wetenschapswinkeltje. Het is er altijd druk, met klanten en vragen en adviezen en een werkplaats en een etalage en een kassa en een visie die zich steeds verder kan ontwikkelen.

Maar veel van mijn collega’s vinden dit een maf en soms zelfs gevaarlijk wetenschapsbeeld. Op jaargesprekformulieren vind ik het vakje ‘ondernemerschap’ vaak oningevuld terug. ‘We staan toch niet op de markt?’ zei iemand laatst. Ik knipperde verbaasd. Echt niet?

Jeroen Geurts is hoogleraar translationele neurowetenschappen aan het VU medisch centrum in Amsterdam.
    • Jeroen Geurts