Opinie

    • Arjen Fortuin

Bed & Breakfast is milde uitlachtelevisie

Zap Het gemoedelijke Omroep Max-programma waarin pensioneigenaren elkaars slaapplek beoordelen, voldoet niet aan de eisen van de nieuwe Mediawet. Donderdag begon het nieuwe seizoen als vanouds.

Reinier en Melissa, deelnemers aan Bed & Breakfast (Omroep Max)

Er hangt een zwaard van Damocles boven Bed & Breakfast. Uitgerekend op dag waarop een nieuwe reeks begon, bleek de gemoedelijke logeertelevisie van Omroep Max over de rand getuimeld bij een heuse ‘stresstest’ op het ministerie van OCW. Men had bekeken welke amusementsprogramma’s van de publieke omroep ook onder de nieuwe mediawet zouden mogen blijven bestaan. Ranking The Stars wel, Bed & Breakfast niet. Reden: het programma trekt te weinig ‘moeilijk bereikbare kijkers’.

Lees ook: Veel amusement van NPO in strijd met de Mediawet

Ik kan dat laatste niet beoordelen omdat een televisierecensent per definitie een extreem makkelijk bereikbare kijker is. Bovendien is het bestieren van een B&B een stresstest waarbij ik zelf als eerste zou afvallen. Mijn bewondering voor de deelnemers aan het programma is dus eindeloos. Want je legt je ziel en zaligheid met honderd kussentjes en een motiefbehang in een logeerkamer en krijgt dan de dodelijke opmerking: ‘Het is mijn smaak niet.’ Dan sta je toch in je blootje voor 1.240.000 makkelijk bereikbare kijkers.

Ook donderdag werden de tekortkomingen van de drie deelnemende pensions weer keihard blootgelegd: Een spinnenweb! Verschillende kleerhangers! Geen badjas! Te weinig stopcontacten! Geen slippers! Een doe-het-zelf-ontbijt! Een loszittende wc-rolhouder! Een losse bidetsproeier! Nog een spinnenweb! Een weerspannig rolgordijn! Een hertenpoothaakje dat naar beneden wijst in plaats van dat het fier omhoog steekt! De stoelen te ver uit elkaar! Geen luchtstroom! Te veel zeepjes! Gewoon een heel stuk kaas op de ontbijttafel, waar iedereen met zijn vieze handen aan kan zitten! (Oplossing: laat de gasten de kaas aan het begin van het ontbijt zien en snijd dan een plak voor ze af.)

Met steeds weer de verzekering van de gastheer of gastvrouw dat de kritiek zal worden ‘meegenomen’. Mij werd duidelijk dat de wereldbevolking uiteen valt in badjasmensen en ontbijtmensen – en die zullen elkaar wel nooit begrijpen. Intussen biedt het programma de kijker slim de kans om partij te kiezen voor de pensionhouders of de klagers.

De kandidaten lijken niet alleen geselecteerd op hun B&B, maar ook op hun uitlachbaarheid. Wat dat betreft waren de hoogste scores voor een stel dat een deel van hun buitenplaats aan de Vecht verhuurt.

Zij hadden zowel hun kamers als zichzelf neoklassiek aangekleed. Een bonte parade aan sjaaltjes en bodywarmers kwam voorbij, hetgeen werd afgemaakt door een felgele broek en de gewoonte van het echtpaar om elkaars woorden letterlijk te herhalen. En bij het traditionele bedinterview lag zij in een wit hemdje onder de w, terwijl hij (nog steeds met bodywarmer en die gele broek) bovenop de dekens lag.

De winnende B&B zat in een voormalige dokterswoning in Oosterhout en werd bestierd door twee grijze vriendinnen met gekleurde hoedjes. Alles zag er tot in de puntjes verzorgd uit, de slagroomtaart danste onder het mes en met het ontbijt kon je een klooster voeden. Al bleef toch die ene opmerking van hun Amsterdamse gasten in mijn hoofd hangen. De oudste had bij het binnenrijden van de prachtige provincie Brabant gezegd : „Ik zie weinig varkens.” De jongste voegde toe: „Ik ruik ook niks.”

Uiteindelijk is Bed & Breakfast een vorm van uitlachtelevisie, maar het is milde uitlachtelevisie, omdat je als kijker ook wel weet waar de spinrag in je eigen bestaan hangt. Ik geloof niet zo in de noodzaak van amusement bij de publieke omroep, maar als het er toch is, dan mag Bed & Breakfast van mij best blijven.

    • Arjen Fortuin