Foto Lars van den Brink

‘Hey, daar komt James Bond binnen!’

Geheim werk Wie bij een inlichtingendienst werkt, mag dat niet met de buitenwereld delen. Wat kun je wel zeggen, en tegen wie? En hoe leer je goed zwijgen?

Bij de AIVD begint het al bij de sollicitatie: zwijgen. „We vragen je om niet met anderen te spreken over je sollicitatie bij de AIVD. Het kan je sollicitatie en eventuele loopbaan bij de AIVD schaden en je veiligheid in gevaar brengen.” Bij elke vacature voor een baan bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) staat deze waarschuwing. Vrijuit praten over je werk kan als AIVD’er niet.

Artsen, advocaten en psychologen mogen vanwege hun beroepsgeheim geen privacygevoelige informatie over patiënten of cliënten met de buitenwereld delen. Maar ze mogen wel zeggen dat ze arts zijn of waar ze werken. Voor medewerkers van inlichtingendiensten is het nog strenger. Uiteraard mag er niets over de inhoud van het inlichtingenwerk worden verteld, maar personeel mag in de meeste gevallen niet eens zeggen: ‘Ik werk voor de AIVD’. Schending van die geheimhoudingsplicht is bij wet strafbaar.

Het is dus belangrijk te leren zwijgen over je werk. Wat mag je dan wel zeggen, en tegen wie? En hoe leer je ‘goed’ zwijgen? Zeg zo min mogelijk, tegen zo min mogelijk mensen. Dat is het advies aan (aanstaande) medewerkers bij de AIVD, vertelt Remko, wervings- en selectieadviseur bij de AIVD. Vaststaande protocollen over hoeveel mensen iets mogen weten zijn er niet. Dus of er nu vier of tien mensen op de hoogte zijn van je baan bij de dienst, dat is uiteindelijk een individuele afweging. En dus ook per persoon verschillend.

Je kent je eigen familie en vriendenkring en weet gewoon wie er sneller praat en wie terughoudend is

‘Hoe kleiner, hoe fijner’

„In de meeste gevallen weet de directe partner en misschien een naast familielid of een goede vriend wat voor werk iemand doet”, zegt Remko (45). „Maar je wil gewoon voorkomen dat die ene tante met een glaasje teveel op tijdens een feestje roept: ‘Hé, daar komt James Bond binnen!’”

Om het werk zonder belemmeringen te kunnen doen, om methodes geheim te houden, om te kunnen beschermen en om te voorkomen dat medewerkers chantabel zijn, gaat de geheimhoudingsplicht bij inlichtingendiensten ver. „We moeten zo min mogelijk traceerbaar zijn”, zegt Remko, die hoewel hij ook op beurzen staat voor de werving van rekruten, zich enkel voorstelt met zijn voornaam.

André, een IT-er bij de AIVD, laat eveneens zijn achternaam onvermeld. Hij vertelt dat de kring van mensen die weten dat hij bij de AIVD werkt heel klein is. Bewust. „Je bepaalt op gevoel wie je wel of niet iets kunt zeggen. Je kent immers je eigen familie en vriendenkring en je weet gewoon wie er sneller praat of wie juist terughoudend is. Je moet je afvragen of het noodzakelijk is dat diegene precies weet wat je doet.” Bovendien is het ook gemakkelijker om de kring klein te houden. „Hoe kleiner, hoe fijner.”

Ook bij JISTARC, de militaire inlichtingeneenheid die bij buitenlandse missies zoals in Mali het ‘007-werk’ doet (de omgeving verkennen, inlichtingen verzamelen en analyseren, met bronnen praten), wordt aangeraden niet zomaar te vertellen wat voor werk er gedaan wordt. „Voor de meesten geldt dat de partner wel op de hoogte is, maar ook zeker niet precies weet wat het werk inhoudt”, vertelt kolonel Hans van Dalen (54), commandant van het zogeheten Joint Intelligence, Surveillance, Target Acquisition & Reconnaissance Commando. „Voor bijvoorbeeld operators [mensen die actief met bronnen praten in het veld, red.] en analisten raden we aan om niet te zeggen: ik werk bij Defensie, of bij JISTARC. Maar alleen in heel algemene termen iets te zeggen over het werk.”

Van Dalen zelf gebruikte die truc ook door te zeggen dat hij „bij Defensie in Den Haag” werkte. „Ach, je vraagt een verzekeringsadviseur toch ook niet precies wat zijn cliënten aan premie betalen.”

Kolonel Hans van Dalen (54), commandant bij de militaire inlichtingeneenheid JISTARC. Foto Lars van den Brink

Alternatief verhaal

Vanaf dag één wordt personeel van inlichtingendiensten dus ingeprent niet te praten over het werk. „We vragen altijd al vóór het arbeidsvoorwaardengesprek wat kandidaten van plan zijn te zeggen over hun nieuwe baan of overstap, en tegen wie”, vertelt wervingsadviseur Remko. Dat antwoord wordt meegenomen bij de bepaling of iemand geschikt is voor de baan.

„Je moet echt leren wat je wel en niet kunt vertellen”, schetst Paul Abels (61), voormalig analyticus bij de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD, voorloper van de AIVD) en voormalig leidinggevende bij wat nu de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) heet. En dus praat je erover, intern, en train je erop. Hoe precies, daar wil hij niet meer over kwijt dan „door veel te praten, een klankbord te zijn en te coachen”.

Moet je je buiten de muren van het eigen werkgebouw voorstellen, dan gaat erom dat je een geloofwaardig verhaal vertelt. „Een verhaal dat bij je past”, aldus Abels, die als leidinggevende menig medewerker heeft geholpen met het vinden van een passend „alternatief verhaal”, ook wel een ‘cover’. „Kies je eigen verhaal, daar draait het om. En studeer het in zodat je niet door de mand valt.”

Abels, die in de jaren tachtig werd gerekruteerd voor de BVD, vertelde de buitenwereld bijvoorbeeld dat hij bij Binnenlandse Zaken ging werken. „Om dat geloofwaardig te maken moest ik ook echt op excursie naar het ministerie van Binnenlandse Zaken, om te weten hoe het gebouw er van binnen uitziet. Het verhaal moet immers kloppen en helder zijn.”

Toen hij in de zomer van 2017 hoogleraar ‘governance of intelligence and security services’ aan de Universiteit Leiden werd en daardoor in de schijnwerpers kwam te staan, waren er zelfs mensen in zijn directe omgeving – vrienden én familieleden – die niet wisten dat Abels al die jaren voor de inlichtingendiensten had gewerkt. „Dat voelde toch wel een beetje als een coming-out.”

Wie jarenlang moeten zwijgen over zijn of haar werk, kan daardoor in allerlei ongemakkelijke situaties terecht komen. Want hoe ga je om met die gezond nieuwsgierige familieleden, vrienden en kennissen? Leidt het niet tot een sociaal isolement, wanneer je nooit over je werk kunt praten?

„Ik word niet alleen gedefinieerd door het werk dat ik doe”, vertelt AIVD’er Arnold (33), die actief informatie vergaart voor de inlichtingendienst en om die reden ook geen achternaam vrijgeeft. „Ik heb ook hele leuke hobby’s. Dus dan kan ik dáár over praten.” Op sociale media mogen ook AIVD’ers ook gewoon privé-posts plaatsen van ‘gezellige dingen’, als het maar nooit over werk gaat.

„Op feestjes kan ik de vragen beter voor zijn”, zegt Arnold. „Door het onderwerp van werk te vermijden, of over andere dingen te gaan praten.” Een veelgebruikte tactiek: „Je probeert te vermijden dat je in een moeilijke situatie terecht komt, dus geef je een draai aan het gesprek”, vult zijn collega, IT-er André aan.

Daar komt bij dat je ook iets vraagt van de mensen die je inlicht over je werk: zij moeten jouw geheim immers mede bewaren. Aan de andere kant zijn zij ook diegenen die je kunnen helpen als je tijdens een feestje in de knoop dreigt te raken, door het gesprek samen een andere kant op te draaien, vertelt Remko.

Lees meer over het werk van inlichtingendiensten: ‘Wij moeten niet gaan bepalen wat nepnieuws is’

Collega’s negeren

De geheimhoudingsplicht en het zwijgen over het werk gaat zelfs zo ver dat als twee AIVD’ers elkaar in een bar tegenkomen, ze doen alsof ze elkaar niet kennen. „Je negeert dan die collega”, vertelt Abels. „Je weet immers nooit of die collega daar is in verband met het werk. En dan heb je het er eventueel een dag later over bij de koffie-automaat op het werk.”

Omdat er naar buiten toe niet veel verteld mag worden over het werk, is de solidariteit intern groot. De band tussen de leden van de JISTARC-eenheid (695 man sterk) is nauw. „Het omgaan met geheime werkzaamheden is uiteraard onderdeel van trainingen, zodat het een tweede natuur kan worden. En dus delen we ervaringen én nemen elkaar de maat”, vertelt Van Dalen, waarbij de ouderen de jongeren in de gaten houden. Dat betekent bijvoorbeeld dat als iemand op sociale media te loslippig is, hij daarop wordt aangesproken, of zelfs niet meer mee mag op missie. En heel sporadisch leidt het tot een vertrek bij de eenheid. „Dat zelfreinigend systeem werkt voor ons.”

Maar ook successen en teleurstellingen worden onderling uitgebreid gedeeld. „We werken allemaal naar een doel toe: bepaalde informatie krijgen, of een aanslag voorkomen. Als dat lukt, dan staan we hier op de banken”, vertelt Arnold. Al heeft zijn collega Remko het er wel eens moeilijk mee. „Ik ben trots op dit werk en ik vind het dan weleens moeilijk om er thuis niet enthousiast over te kunnen praten.”

Maar de band tussen de AIVD’ers is daardoor dus wel hecht, bijna familiair. „Je komt hier niet zomaar binnen, dus als je binnen bent, ben je ook echt een van ons”, vult Arnold aan.

Het niet kunnen praten over de inhoud van het werk buiten de werkvloer is voor hem inmiddels een „tweede natuur” geworden. „Je went er aan. Het hoort er ook gewoon bij. Ik heb er nooit moeite mee gehad. Ik vind dit werk zo leuk, dat het geen moeite kost.”

Voor dit artikel is gesproken met werknemers en oud-werknemers van Nederlandse inlichtingendiensten en -eenheden. Vanwege de inhoud van hun werk kunnen sommige geïnterviewden niet met hun volledige naam in de krant.
    • Anne van der Schoot