opinie

    • Georgina Verbaan

Zon

Een fietser passeert mij op een brug. Zijn ogen genoegzaam dichtgeknepen tegen de felle winterzon. Lange strepen schaduw van lantarenpalen strekken zich uit over de klinkers, lange strepen schaduw van mijn benen, armen, buik. Ik ben dun en meters lang. Ik ben de strepenman. Uit die film van Tim Burton. Ik hoor spaakkralen vallen. Het geluid van de zomer. Bij somber weer valt dit geluid mij nooit op. Zouden volwassenen in het bezit van spaakkralen die dingen er pas opklikken als de zon schijnt? Zijn spaakkralen van volwassenen ooit een keuze, of zijn ze altijd des nachts aangebracht door een anoniem persoon die het slecht met hen voorheeft? Kan me voorstellen dat het een mens tot waanzin drijft om altijd spaakkralen te horen vallen als je je per fiets verplaatst. Maar misschien hoor je het na een tijdje niet meer.

Kraakhelder en koud is het. De zon laat zelfs oud verfwerk en vieze auto’s schitteren. Een opsteker voor wie zich flets, vunzig en vaal voelt op deze Valentijnsdag. In de ramen van het etablissement dat ik ook bij slecht weer graag aandoe, vanwege het zicht op ploeterende fietsers op de brug, zie ik de bomen en huizen achter mij weerspiegeld. Als ik binnen stap zie ik door wit oplichtende slierten rook en dwarrelende stofdeeltjes de barman en de man die de appeltaarten bakt aan de leestafel zitten. „Zijn jullie al open?”, vraag ik. „Voor jou wel hoor. Maar we zitten nog te roken.” „Maakt niet uit.” Ik wilde mijn haar toch al wassen.

Iets over het weer, krantje pakken, een kopje koffie dat zonder besteld te zijn geweest voor iemand wordt neergezet

Mij maakt niks uit. De zon schijnt. Halbe Zijlstra is afgetreden. Mensen lachen op straat. En ik vermoed een verband tussen deze drie dingen, wil het in elk geval niet uitsluiten. Het café druppelt vol met vaste klanten. Ik ken ze, ik zie ze vaker. Vanzelfsprekendheid kenmerkt hun omgang, zoals je bij families weleens ziet. Binnenkomen, iets over het weer, krantje pakken, een kopje koffie dat zonder besteld te zijn geweest voor iemand wordt neergezet. Informeren naar een ziekenhuisbezoek, een harde grap en ook stilte. Zwijgend samenzijn zonder dat dat door iemand als ongemakkelijk wordt ervaren.

Op de brug zie ik één boos gezicht. Het is een jogger, natuurlijk. Een man. Zou het Halbe Zijlstra zijn? Hij snuit zijn neus in het luchtledige nadat hij een vrouw met kinderwagen voorbij gerend is. De vrouw stopt om de kap van de kinderwagen te bekijken, loopt dan weer door. Binnen hoor ik een rasechte Jordanees een prachtige plakkerige zin uitspreken; „Verkleed as kat.” Zal over carnaval gaan. Een slungelige jongen passeert het café gelukzalig met een bos rozen in zijn armen. Hij heeft haast, struikelt bijna over zijn eigen benen. Hij wil die rozen vast graag geven. Boven vers aangezwengeld geroezemoes klinkt een dragende stem. Een heer met witte haren, een krulsnor en markante witte baard spreekt. Aan zijn dictie te horen was hij ooit toneelacteur. Hij draagt een witte coltrui en een zwart jasje, lacht theatraal. „Die Rutte is een teflonpan, daar plakt niks an.” Hij knikt in mijn richting. „Ja, schrijf dat maar op hoor.”

    • Georgina Verbaan