Foto Frank Ruiter

Yvonne Keuls: ‘Ik heb geen ideaal karakter, Hella was totaal anders dan ik ’

Lunchinterview Yvonne Keuls (86) schreef een boek over haar lange vriendschap met Hella Haasse – en wat hen uit elkaar dreef. „Ik heb nooit begrepen waarom zij niet onvoorwaardelijk achter me is gaan staan.”

Yvonne Keuls, 86, aan de telefoon, over waar we zullen lunchen. „De Posthoorn… Hier in Den Haag. Vraag om het tafeltje helemaal links vooraan, aan het raam, van buitenaf gezien. En als dat niet kan, zeg jij dat het moet.” Het is het tafeltje van haar en Hella Haasse, schrijfster, P.C. Hooftprijs-winnaar. Haar grote voorbeeld, collega, concurrent, maar bovenal: vriendin. Haasse overleed in 2011. In Zoals ik jou ken, ken jij mij deelt Yvonne Keuls haar herinneringen aan wat haar en Haasse bond, en wat hen ongewild uit elkaar dreef.

We arriveren per taxi bij De Posthoorn. Ze is nog niet uitgestapt of ze heeft het al gezien; het tafeltje is bezet. Geen nood, frèle als ze is, zet ze een andere tafel dwars voor het raam en verschuift ze de stoelen zo dat het naar haar wens is. Zitten we net, wenkt de kelner dat haar vaste plek is vrijgekomen. Ze glundert: „Zúllen we?” En dan – na nog wat verplaatsen en verschikken – wil ze wel een cappuccino. En iets kleins te eten. Pompoenpasteitje?, suggereert de kelner die zijn klanten kent. Yvonne Keuls is sedert dertig jaar meestal vegetariër.

De puzzelstukken van hun vriendschap had ze jaren geleden al verzameld. „Fragmenten uit dagboeken, oude agenda’s, brieven had ik overgeschreven op losse velletjes.” Ooit zouden die velletjes een boek worden, maar eerst moest er ander werk geschreven. Een boek over het Jappenkampverleden van echtgenoot Rob Keuls, met wie ze 65 jaar getrouwd is. Een boek over zichzelf, hoe ze van Indisch kind een Haagse dame werd. Een over haar joodse vader die in de hongerwinter overleed aan tbc. Een over haar half-Javaanse moeder die 96 werd. „Ik schrijf wanneer het de tijd ervoor is. Nu was het Hella’s tijd.” Het laatste zetje kwam van Aleid Truijens, die werkt aan een biografie over Haasse. „Ze interviewde me over mijn samenwerking en vriendschap met Hella. Ik las het gespreksverslag dat ze me stuurde en dacht: dit is een boek. Dit is míjn boek.”

Het hoofd-drama van de NCRV stelde hen aan elkaar voor. Hella Haasse, veertien jaar ouder en al een bekend schrijfster, Yvonne Keuls – nog maar net schooljuffrouw-af – schrijfster van toneelstukken. „Ik bewonderde haar.” De opdracht was gezamenlijk een televisiebewerking te maken van De boeken der kleine zielen van Louis Couperus. Yvonne Keuls steekt twee handen in haar mond en doet alsof ze nagels bijt. „Een rámp”, die samenwerking. „Zij kwam aan met schema’s en stappenplannen.” En zij? „Ik? Ik had nooit een werkwijze. Ik werk veel vluchtiger. Ik steek mijn vinger in de lucht en zeg: zo moet het.”

Uiteindelijk koos de NRCV Keuls als schrijfster van tien televisiedelen De kleine zielen. Pijnlijk voor Haasse? Ze steekt twijfelend twee handen in de lucht. „Hella liet nooit het achterste van haar tong zien.” En: „Ze heeft mij nooit laten merken dat ze het erg vond.” Haasse werd haar adviseur. „Zij kende Couperus’ boeken uit haar hoofd, kende zijn tijd, zijn Indië. Ze gaf mij de achtergrond die ik niet had. We vulden elkaar aan. Dat stonden we elkaar toe.”

Recht voor z’n raap

Ze spreken regelmatig af in Den Haag, waar ze beiden woonden. Bij De Posthoorn, Des Indes, soms, als ze geen oppas had, bij Yvonne Keuls thuis. „Nooit bij Hella thuis. Dat wilde ze niet. Mannen en kinderen moesten buiten onze ontmoetingen blijven, dat kostte maar tijd en het leidde af van ons werk.” Hella Haasse had twee dochters, Yvonne Keuls drie. „Zij kende mijn kinderen, ik de hare niet.” Later zouden hun beider echtgenoten alsnog betrokken raken bij hun vriendschap.

Hella Haasse was ook bevriend geweest met Greetje, de veertien jaar oudere zus van Yvonne Keuls. Dat was toen beide families nog in Nederlands-Indië woonden; vader Haasse was er financieel inspecteur, Keuls vader directeur van het kadaster. De vriendschap werd verbroken toen Hella’s ouders ontdekten dat Keuls moeder een halve Javaanse was. „Hella wist nog precies hoe het vroeger bij ons thuis was. Ons koloniale huis in Batavia, onze tuin, en ik was ‘dat kleintje’ dat daar altijd rondscharrelde.”

Toen schrijfster Hella Haasse (1918-2011) honderd jaar zou zijn geworden schreef Margot Dijkgraaf haar een brief: Lieve Hella, je bent nog niet uit de tijd

Hella, zegt Yvonne Keuls, bleef altijd verlangen naar het land van haar jeugd. „Ze wilde verschrikkelijk graag dat ik haar bij mijn moeder bracht.” Zelf voelde ze daar weinig voor. „Mijn moeder was zo’n klein, Indisch vrouwtje. Je houdt meteen van haar, maar wat ze allemaal uitkraamde. Recht voor z’n raap, nog erger dan ik. Zo’n flapuit.” De ontmoeting komt er toch. „Ik zie Hella nog voor me. Ze had een spekkoek bij zich, iets heel bijzonders in die tijd. Mijn moeder rook de kruiden, ze stond op, omármde haar zoals alleen Indische moeder dat kunnen. ‘Dág kind’, zei ze. Hella verstijfde. Die lijfelijkheid, dat was ze niet gewend.” Háár moeder was concertpianiste. „Hella speelde als kind in haar eentje onder de piano.”

Daarna, zegt Yvonne Keuls, is Hella heel vaak bij haar moeder langsgegaan. „Veel vaker dan ik wist. Ze ging langs als mijn Indische tantes er ook waren, ze bracht pakjes roomboter voor mijn moeder mee. Kocht op de Denneweg van die geurige Melati-thee voor haar. Dat soort dingen deed ik niet. Daar dacht ik niet eens aan.”

Geen spoortje teleurstelling

Hella, zegt Yvonne Keuls, heeft altijd gezegd dat Indië het land van haar ziel was. „Ze dacht: als ik er nou maar veel over lees en schrijf, dan komt mijn geboorteland dichterbij.” Maar? „Gaandeweg het schrijven realiseerde ze zich dat ze geen bloedbanden had met Indië, zoals ik. Ons Indië was het hare niet.” De Haasses leefden daar het leven van een Hollandse familie. „’s Avonds lezen, muziek maken, ontvangsten houden. De Indische mensen, die zaten in de soos aan de kletstafel.” Jaren later, Haasse en Keuls zijn inmiddels dik bevriend, vraagt Haasse of ze een scenario wil maken van Oeroeg, haar meest geliefde én bekendste boek over de vriendschap tussen een Hollandse planterszoon en een Indische jongen. Keuls: „Toen het af was, zei Hella verbijsterd: ‘Jij begrijpt Oeroeg beter dan ik.’” Ze lacht: „Dat wist ik al heel lang.”

Na Couperus willen de televisiemakers in Hilversum ook werk van Simon Vestdijk verfilmen. Hella Haasse en Yvonne Keuls zijn de meest logische kandidaten om het scenario te schrijven. Hella Haasse is de grote Vestdijk-kenner. Zij geeft lezingen en colleges over hem. Keuls: „Ik ben eens mee geweest naar zo’n college. Dat kón ze, hoor. Uit het hoofd, ze wist alles.”

Hella dacht: als ik er nou maar veel over lees en schrijf, dan komt mijn geboorteland dichterbij

Yvonne Keuls

Maar het is Simon Vestdijk zelf die, depressief en op het randje van de dood, zegt dat ‘die vrouw’ het script moet schrijven. En die vrouw is niet Hella Haasse. Zij laat, wederom, geen spoortje teleurstelling blijken en wordt opnieuw Keuls adviseur. „Ze was te gehecht geraakt aan het wereldje van film en televisie, de acteurs, de reuring. De lól die we samen hadden.” Hella had, in Keuls ogen, verder nogal een saai bestaan. „Haar leven als echtgenote van een rechter leek uitgestippeld. De meeste uren bracht ze studerend en schrijvend door in de bibliotheek.”

Na de tv-klussen richtte Haasse zich weer op haar romans. Yvonne Keuls was ook boeken gaan schrijven en maakt furore met Jan Rap en z’n maat, Het verrotte leven van Floortje Bloem en De moeder van David S., waarin ze drama’s beschreef die ze aantrof als vrijwilliger in de jongerenopvang in Den Haag. Daar stuitte ze op een misstand die haar leven zou tekenen en die hun vriendschap aantastte. „Dat denk ik nu, hè. Toen wist ik dat nog niet.”

Ze wijst met een beschuldigende vinger naar buiten. „Dáár.” Het Paleis van Justitie. „Ik kwam erachter dat kinderrechter Theo R. op zaterdagmiddagen jongens liet aanvoeren per dienstauto, om ze te misbruiken. Toen ik dát opschreef, viel iedereen over me heen.” Iedereen, behalve Jan van Lelyveld, rechter in Den Haag, echtgenoot van Hella. „Hij wist dat het waar was. Hij nam ontslag als rechter.” Noch hij, noch Hella Haasse heeft haar gesteund. Niet publiekelijk althans, achter de schermen hielpen ze haar wel. „Ik heb nooit begrepen waarom Hella toen niet onvoorwaardelijk achter me is gaan staan.”

Tot Haasses dood in 2011 hebben ze met grote tussenpozen contact gehouden, de laatste anderhalf jaar vooral telefonisch. „In haar beleving was onze band nooit minder hecht geworden. Ze was altijd heel beschermend naar mij, als een ouder zusje.” Ze was niet op haar crematie. „Ik was ook niet uitgenodigd. Haar man was al overleden, haar dochters kenden mij nauwelijks.”

Lees ook: Uit hoeveel ‘ikken’ bestaat Hella Haasse?

Hella Haasse kan niet meer bevestigen of ontkennen dat deze lezing van hun vriendschap klopt. Fel: „Dit is geen biografie. Ik heb haar stem mijn klank gegeven. Dit is mijn boek, een waar en waarachtig boek.” Schrijven lost op, zegt Yvonne Keuls. „Ik zoek dingen schrijvende uit.” Zo heeft ze achterhaald welke „panelen” er tussen hun vriendschap zijn geschoven. „Kijk, ik heb geen ideaal karakter. Dat koppige, rechtlijnige… Als ik eenmaal een standpunt heb… Hella was totaal anders dan ik. Niet zo activistisch, meer een Haagse dame. Zij wilde geen boegbeeld voor mijn strijd zijn.” Nu, na dit boek, begrijpt ze dat. „Ik had haar nooit om openlijke steun mogen vragen. Dat ik dat toch deed, vind ik dom van mezelf. Maar het is een enorme opluchting dat ik op m’n ouwe dag zelf inzie dat ik fout zat.”

    • Rinskje Koelewijn