Tillerson kan in Ankara Ottomaanse tik oplopen

Relatie VS-Turkije

De verhouding tussen Ankara en Washington was al slecht. Door de Turkse interventie in Syrië is een nieuw dieptepunt bereikt.

De minister van Buitenlandse Zaken Rex Tillerson naast de Turkse president Erdogan. Foto EPA

De straat in Ankara waar de Amerikaanse ambassade is gevestigd krijgt een nieuwe naam. Hij gaat Olijftak heten, een verwijzing naar de Turkse militaire operatie tegen de Koerdische militie YPG in Noord-Syrië. „Laat de zielen van onze glorieuze martelaren in vrede rusten”, twitterde Ankara’s burgemeester.

Het geeft de stemming in Turkije goed weer voorafgaand aan het bezoek van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Rex Tillerson donderdag en vrijdag aan Turkije. Daar spreekt hij onder anderen president Recep Tayyip Erdogan.

Tillersons bezoek vindt plaats op een moment dat de relaties tussen de NAVO-bondgenoten een historisch dieptepunt hebben bereikt. De lijst met twistpunten is lang: de oorlog in Syrië, de mensenrechtensituatie in Turkije, Amerikanen in Turkse gevangenissen, de uitlevering van Fethullah Gülen, het vermeende brein achter de mislukte coup die in ballingschap in de VS leeft. De twee landen schortten vorig jaar zelfs de afgifte van visa aan elkaars burgers op.

Bloedige burgeroorlog

De meest acute kwestie is de Amerikaanse steun aan de YPG in de strijd tegen de terreurgroep Islamitische Staat (IS). Turkije ziet de YPG als een verlengstuk van de Turks-Koerdische PKK, die al decennia een bloedige burgeroorlog uitvecht tegen de Turkse staat. Ankara eist dat de VS stoppen met de levering van wapens aan de YPG. Daarnaast wil Turkije dat de YPG zich terugtrekt ten oosten van de rivier de Eufraat, zoals de Amerikaanse regering heeft beloofd.

Maar de kans op dit alles lijkt klein. In de Amerikaanse begroting voor 2019, die maandag werd gepresenteerd, is 300 miljoen dollar gereserveerd voor de training en bewapening van de zogeheten Syrian Democratic Forces (SDF), die worden gedomineerd door de YPG. En nog eens 250 miljoen is begroot voor de training van een grenspolitiemacht in Noordoost-Syrië met een grote rol voor de YPG. Het nieuws werd prominent gebracht door de regeringsgezinde media in Turkije.

Dodelijkste dag

De oprichting van de grenspolitiemacht was voor Turkije aanleiding om een offensief te lanceren tegen de YPG in Afrin, een Koerdische enclave die is geïsoleerd van de rest van het Koerdische gebied in Syrië. Maar na drie weken vorderen de Turken en hun bondgenoten van het Vrije Syrische Leger langzaam. Ze krijgen felle tegenstand van de YPG, die vorige week een Turkse helikopter uit de lucht schoot. Het was met elf doden de dodelijkste dag voor de Turken sinds de operatie begon.

Desondanks wordt de oorlog breed gesteund in Turkije. Tegelijk blijkt uit een nieuw onderzoek van het Center for American Progress dat 83 procent van de Turken een negatief beeld heeft van de VS. Dit wordt gevoed door Erdogan en zijn ministers, die vrijwel elke dag hard uithalen naar Washington.

Zo suggereerde minister van Buitenlandse Zaken Mevlut Cavusoglu dat de VS expres IS-haarden met rust laten om hun blijvende aanwezigheid in Oost-Syrië te rechtvaardigen. En Erdogan blijft dreigen met een offensief tegen de YPG in de stad Manbij, waar de VS (anders dan in Afrin) wel militairen hebben gelegerd. Washington is niet van plan die troepen terug te trekken, zoals Erdogan wil. „Het is duidelijk dat degenen die zeggen ‘we zullen agressief reageren als jullie ons aanvallen’ nog nooit een Ottomaanse tik hebben gehad”, sprak Erdogan dinsdag dreigend.