Steeds meer onderzoeksgeld is ‘excellent’ geworden

Onderzoek

De overheid geeft steeds meer uit aan ‘excellent onderzoek’. Vijf procent van de onderzoekers ontving een excellentiesubsidie.

Foto Getty Images/iStockphoto

‘Excellent onderzoek’ is al decennia het toverwoord in het wetenschapsbeleid en uit een woensdag verschenen rapport van het Rathenau Instituut (Feiten en Cijfers. Beleid voor excellente wetenschap) blijkt dat de overheid er ook naar handelt. In de afgelopen tien jaar is de hoeveelheid overheidsgeld voor ‘excellent onderzoek’ meer dan verdubbeld: van 160 miljoen euro in 2006 tot 370 miljoen euro in 2016 – ongeveer de helft komt uit EU-gelden en de helft komt van de Nederlandse onderzoeksfinancierder NWO. Al dit geld moet via speciale onderzoeksaanvragen worden verworven. In totaal gaat in Nederland ongeveer 3,5 miljard euro naar onderzoek aan universiteiten en academische ziekenhuizen, het grootste deel gaat direct naar de universiteiten die het verder zelf verdelen. Het autonome Rathenau Instituut onderzoekt in opdracht van de overheid maatschappelijke aspecten van wetenschap en technologie.

Lees ook: Vechten om onderzoeksgeld

De laatste jaren wordt in de Nederlandse wetenschappelijk wereld vaak opgemerkt en geklaagd dat steeds meer moeite moet worden gedaan voor steeds meer onderzoeksaanvragen met steeds minder kans op geld. Mede daarom wil NWO voortaan de onderzoeksaanvragen laten voorselecteren door de universiteit. Het nieuwe onderzoek van het Rathenau Instituut ondersteunt de klacht. In het persbericht dat het instituut bij het onderzoek uitgaf zegt Rathenau-directeur Melanie Peters het zo: „Excellentiefinanciering als beleidsinstrument heeft zeker gewerkt maar lijkt nu door te schieten. Terwijl het geld naar een kleine groep wetenschappers gaat, zien we de druk toenemen op een grote groep onderzoekers om subsidies aan te vragen.”

Zo’n vijf procent van de Nederlandse onderzoekers heeft wel eens een excellentiesubsidie gekregen, terwijl nu al in totaal 40 procent van onderzoekssubsidies een excellentie-doelstelling heeft. Ieder jaar krijgt ruim 1 procent van de onderzoekers zo’n excellente subsidie. Het gaat om PIONIER-subsidies, (top)onderzoeksscholenfinanciering, Spinozapremies, Veni-, Vidi- en Vicibeurzen, Zwaartekrachtsubsidies, Prijs Akademiehoogleraren en de subsidies van de European Research Council. Het meeste geld gaat naar het ‘domein’ Exacte en Natuurwetenschappen (40 procent), excellente geesteswetenschappen krijgen zo’n 13 procent, naar maatschappijwetenschappen gaat 17 procent, evenveel als naar excellent gezondheidsonderzoek.

Lees ook over het optimum van wetenschappelijk onderzoek: Het wordt niet alleen maar minder

Het excellentiebeleid is eind jaren tachtig begonnen, om zo efficiënter het beschikbare geld te besteden aan de béste wetenschap. Maar of het huidige hoge niveau van de Nederlandse wetenschap is toe te schrijven aan de expansie van dit beleid is volgens het Rathenau niet te zeggen.

Er zijn veel meer subsidies voor beginnende knappe koppen dan voor oudere, hoe verder de excellente onderzoeker dus in haar carrière komt hoe moeilijker zij aan geld komt. Maar áls zij in de prijzen valt is het geldbedrag wel veel groter. Gemiddeld een vijfde van alle toekenningen gaat naar iemand die al eerder een excellente subsidie kreeg. Die meervoudige ontvangers krijgen samen maar liefst de helft van alle excellente financiering.

    • Hendrik Spiering