Foto Daniel Niessen

Sigaren rollen tegen de tijdgeest in

Rookruimtes Een verbod op rookruimtes is weer een stap dichterbij gekomen. Want daaruit ontsnappende rook kan schadelijk zijn.

In de Herenkamer achter in de winkel, voorbij de marmeren toonbanken, de humidor en de grote potten pijptabak, zitten vijf jonge mensen rond een tafel. Voor zich liggen hoopjes tabaksbladeren, knippers, en een stuk of veertig sigaren, vier rijen dik.

Hajenius, de oudste sigarenspeciaalzaak van Amsterdam, lijkt het erom te doen. Een dag na weer een klap in het gezicht van tabakminnend Nederland – het gerechtshof noemt rookruimtes in de horeca ongeldig – krijgen de verkopers van de winkel les in het rollen van sigaren. Ze rollen dwars tegen de tijdgeest in. Kortgesneden binnengoed in Javaans omblad, en dat weer gerold in dekblad uit Afrika of de Amerika’s. De winkel wil het ambacht vanaf dit voorjaar tonen aan klanten, vandaar de cursus. „Zorg ervoor”, horen de verkopers cursusleider en sigarenroller Maaike van der Sluis zeggen, „dat je twee of drie lagen dekblad rond de schouder van de sigaar vouwt. Als je maar één laag hebt en iemand is een natte roker, dan krijgt die zo het binnengoed in zijn mond.”

De medewerkers van Hajenius zijn boos en geschrokken over de uitspraak van het Haags gerechtshof. Boos omdat hun „hobby”, sigaren roken, steeds meer in een kwaad daglicht komt te staan. Verkoper Iris Hols: „Door zo’n uitspraak krijg je nog meer dat mensen je schuin aankijken als je er een opsteekt op het terras.”

Schrik is er om de economische gevolgen. Hajenius levert sigaren aan een tiental hotels in Amsterdam, die worden opgerookt in rookruimtes die mogelijk dicht moeten. „Kunnen we straks onze sigaren nog wel kwijt”, vraagt brandmanager van de winkel Hans Sijmons zich af.

‘Masterblender’ Iris Hols van Hajenius houdt zich bezig met het rollen van sigaren.

Foto Daniel Niessen
Foto Daniel Niessen
Foto Daniel Niessen

Hotel de l’Europe, op een paar honderd meter van Hajenius, is zo’n afnemer. Een kast met sigaren uit de winkel prijkt in de hotelbar, vlak naast een rookruimte die opvalt door zijn grootte: zeven tafeltjes verspreid over een vierkante meter of dertig. Een glazen wand scheidt de rookruimte van de rest. Gevraagd of de ruimte kan blijven bestaan, kan pr-manager Lisette de Koning maar één ding zeggen: „We weten het niet.”

Zij is niet de enige: branchevereniging Koninklijke Horeca Nederland kreeg de afgelopen twee dagen van horeca-ondernemers „honderden zo niet duizend” telefoontjes en mailtjes, zegt een woordvoerder. „Ze vragen zich af wanneer het verbod ingaat. En wanneer de handhavers gaan controleren.”

Kitty Lorrier, eigenaar van café ’t Praethuys in Leiden, noemt de uitspraak van het hof „belachelijk”. Zo verwerpt ze het argument van de sociale druk. „Mensen lopen vanaf de bar gewoon de rookruimte in en komen na een paar minuten weer terug.” Het bouwen van de rookruimte, in 2008, kostte enkele duizenden euro’s. „Hem weg laten halen kost ook weer geld.”

Feit is dat vooralsnog van een verbod op rookruimtes geen sprake is, zegt advocaat horecarecht Joshua Perquin. Wat het hof heeft gedaan, is vaststellen dat er geen reden is voor een wettelijke uitzondering voor rookruimten in horeca. De redenering van het hof: niet-rokers zouden sociale druk kunnen voelen om zich bij hun rokende vrienden te voegen. En onvermijdelijk ontsnapt er rook aan die ruimtes, ten nadele van personeel en van de niet-rokers in het café.

Eerst bestuderen juristen van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de uitspraak. VWS komt rond 1 maart met een reactie. „Mogelijk gaat het ministerie daarna over tot het wijzigen van de wet”, zegt Perquin. Of VWS gaat in cassatie. „Geeft de Hoge Raad het gerechtshof gelijk, dan moet de wet echt worden veranderd.” En dan moeten de rookruimtes dus weg.

Lees ook: Gerechtshof: rookruimtes in horeca niet toegestaan
Foto Daniel Niessen
Foto Daniel Niessen

Koninklijke Horeca Nederland ziet een verbod als „dramatisch”. Alleen al een kwart van de cafés en disco’s in Nederland heeft een aparte rookruimte, stelt de vereniging. En dat is puur de horeca. Koninklijke Horeca Nederland stuurde woensdag een brief aan staatssecretaris Blokhuis (VWS, ChristenUnie) met de vraag: waarom de rookruimtes in horeca wél, en die op stations en vliegvelden niet? Goede vraag, zegt advocaat Perquin. Hij ziet geen reden waarom het argument van het gerechtshof over ontsnappende rook niet ook zou gelden voor rookruimtes elders. Stel, het kómt tot een wetswijziging, zegt de advocaat, dan valt niet uit te sluiten dat die meer zal omvatten dan horeca alleen.

Terug naar Hajenius. Ook hier is een rookruimte, een vertrek met de sfeer van een oude bibliotheek. Klanten zitten achter tafeltjes, dikke sigaren in de mond. De redeneertrant van advocaat Perquin volgend, staat ook het voortbestaan van deze ruimte op het spel.

De cursisten in de Herenkamer maken zich er nog niet druk over. Wel over sigarettenrokers, die bij een verbod op rookruimtes zich „massaal voor de ingang” zullen ophouden. „Dan moet straks iedereen langs de stank van twintig rokers”, zegt cursusleider Van der Sluis. De cursisten rollen de tabaksrepen tot sigaren. „Drie jaar elke dag rollen, dan kun je het goed”, zegt Iris Hols. De stapel sigaren op tafel groeit gestaag.

Foto Daniel Niessen
Foto Daniel Niessen
Foto Daniel Niessen
    • Ingmar Vriesema