Opinie

Ruud Lubbers dacht graag even met je mee

De geroemde compromisbereidheid van Ruud Lubbers was deels schijn. Zijn ‘het is niet anders’ klonk alleen net even wat vriendelijker dan Thatchers ‘there is no alternative’, schrijft .

Ruud Lubbers. Foto Ed Oudenaarden

Ruud Lubbers, woensdag overleden op 78-jarige leeftijd, was veel meer dan de invloedrijkste politicus van het laatste kwart van de twintigste eeuw. Tijdens zijn loopbaan koelde het verhitte politieke klimaat van de jaren zeventig af tot een gestolde technocratische cultuur in de jaren negentig. De tegenstellingen tussen de partijen waren klein geworden, maar parlementaire politiek zelf was vooral interessant voor insiders. De afstand van de burger tot de politiek was juist heel groot. Lubbers was de architect van deze transformatie.

Lubbers zal altijd herinnerd worden als een zakelijke ‘no-nonsense-politicus’ die het liefst concrete problemen oploste en zo Nederland veilig door de economische en sociale crisis van de jaren tachtig loodste. Zo zag het er echter in eerste instantie niet naar uit toen hij op 4 november 1982 premier werd. De jonge leider van het nog jongere CDA had in de jaren zeventig een reputatie opgebouwd als bevlogen en idealistische KVP-minister van Economische Zaken.

Maar de jongste premier van Nederland had bij zijn aantreden niet zo veel aan grote gebaren. Lubbers werd in zijn eerste regeringsjaren enerzijds met torenhoge begrotingstekorten en werkloosheidscijfers en anderzijds met honderdduizenden boze Nederlanders geconfronteerd. In deze draaikolk wist hij op de juiste momenten te praten en te zwijgen.

Zo staat het beeld van de lawaaiige massa die Lubbers op 26 oktober 1985 het spreken onmogelijk maakte in het publieke geheugen gegrift. Maar wie won er die dag? De 3,7 miljoen boze Nederlanders die hun handtekening tegen het plaatsen van kruisraketten zetten? Of Lubbers, die het deed voorkomen alsof hij wilde praten, terwijl zijn besluit tot plaatsing al lang vaststond en hij de stille hoop koesterde dat die raketten er uiteindelijk nooit zouden komen. Geen Nederlandse staatsman deed ooit iets vergelijkbaars.

Wat vond hij nou echt?

Lubbers kon eindeloos vergaderen, telefoneren, kletsen, en toespreken. Hij wist hiermee ambtenaren, bestuurders, adviseurs, maatschappelijke partners, journalisten, kiezers en politici aan hemzelf en aan elkaar te binden. Als verschillende partijen er even niet uitkwamen viel er een korte stilte. ‘Zal ik even met je meedenken?’ klonk het dan, waarna Lubbers een oplossing naar voren schoof. Hoewel deze oplossingen zelden ideaal waren stelde Lubbers wat iedereen op zo’n moment dacht: ‘Het is niet anders.’

Tegelijkertijd bleef Lubbers zelf ongrijpbaar. Wat vond hij nou echt? Lubbers cultiveerde deze weinig uitgesproken profilering juist. Hij zou het later zelf op zijn eigen onnavolgbare wijze uitleggen: „Wel, iedereen zijn deel geven veroorzaakte een vaag beeld van mijzelf, een compromisachtig beeld.” Maar het werkte: samen vanuit ‘een positieve grondhouding’ ‘krachtdadig’ problemen oplossen met als enige overkoepelende maatschappijvisie dat de overheid zich moest terugtrekken uit de huiskamer om tegelijkertijd heel veel geld te besparen.

De maatregelen en bezuinigingen die Lubbers in de jaren tachtig doorvoerde waren hard en vergelijkbaar met wat andere Europese leiders deden. Maar waar Thatcher, Mitterrand en Kohl ook om hun hardheid bekend werden, domineert bij Lubbers zijn schijnbare compromisbereidheid. ‘Het is niet anders’ klinkt toch een stuk vriendelijker dan Thatchers ‘there is no alternative’.

De kunst van het zwijgen en spreken bepaalde ook Lubbers’ enorme succes bij de verkiezingen van 1986. Terwijl VVD en PvdA elkaar fel bestreden, leek de premier ineens begrijpend en vaderlijk: „Laten we toch eerlijk zijn. Laten we overeind houden wat we hebben opgebouwd.” De verkiezingsposter predikte: ‘Laat Lubbers zijn karwei afmaken’. En zo geschiedde: het CDA behaalde 54 zetels.

Lubbers vergaarde op deze manier op korte termijn macht en gezag. Op de iets langere termijn ging zijn stijl de hele Haagse politieke cultuur domineren. In de woordenbrij leken de verschillen tussen politieke partijen kleiner. Regeringsakkoorden werden dermate dwingend opgeschreven en geïnterpreteerd, dat het parlement weinig in te brengen had.

Lees ook: Hyperintelligente sfinx die zijn stempel op de jaren tachtig drukte

En zo kon het gebeuren dat een breuk met de VVD in 1989 vrijwel geruisloos overging in een hernieuwde samenwerking met de PvdA. Op 7 november 1989, twee dagen voor de val van de Berlijnse Muur, plaatste journalist Hans Laroes bij de bordesscène deze samenwerking in perspectief: „Voor het eerst in dertig jaar kiezen de twee partijen van harte voor samenwerking. Er is niet meer de bevlogenheid van de jaren zeventig, er is de zakelijkheid die blijkbaar bij de jaren negentig hoort.” Ondertussen werd Lubbers de langstzittende premier aller tijden.

De verkiezingsnederlaag en het opvolgingsdrama rondom Elco Brinkman in 1994 en Lubbers’ mislukte internationale vervolgcarrière – eerst miste hij in zijn geliefde Europa de boot en later diende hij bij de UNHCR wegens ongewenste intimiteiten zijn ontslag in – gelden als een tragisch einde van zijn tijdperk. Bovendien herkenden veel kiezers zich aan het begin van de eenentwintigste eeuw niet meer in de zakelijke politieke cultuur. De politiek en het parlementaire debat verhardde en veranderde.

Maar achter de schermen bleef het bestuur besturen en Lubbers’ stijl springlevend. Kok, Balkenende en Rutte hebben heel veel van Lubbers geleerd. Wat zou Lubbers met de huidige polarisatie in de politiek gedaan hebben? Hij zou veel praten en veel zwijgen. Het was niet anders.

Correctie (15 februari 2018): In een eerdere versie van dit stuk werd de naam van de Franse oud-president Mitterrand foutief geschreven als Mitterand. Dit is aangepast.