Noorse veteraan Svindal (35) wint koningsnummer in de sneeuw

Skiën De Noor Aksel Lund Svindal wint de olympische afdaling. Zijn erelijst is net zo indrukwekkend als zijn medisch dossier.

Aksel Lunde Svindal tijdens zijn olympische zegetocht. Foto Patrick Semansky/AP

Terugblikkend op het leven van Aksel Lund Svindal welt één prangende vraag op: hoe is het mogelijk dat een 35-jarige skiër met zo’n getourmenteerd lichaam olympisch kampioen op de afdaling kan worden? Het antwoord is simpel: omdat de skiër in kwestie Aksel Lund Svindal heet, een man van staal en oersterk van geest.

De Noor heeft al veel gewonnen in zijn skiënd leven en behoorde in Pyeongchang tot de favorieten op de olympische afdaling. In die zin wekt zijn overwinning, in het nu eens niet door wind geteisterde, maar zonovergoten Jeongseon Alpine Centrum, geen verbazing. Het is zijn levensloop die het eerste afdalingsgoud van de Noor een extra dimensie geeft.

Koningsnummer

Op het oog zit er tijdens de persconferentie na afloop van het koningsnummer op de Winterspelen een charismatische, vrolijke, welbespraakte, stoere man achter de tafel. Een sportman die zijn taak heeft volbracht. Of toch niet helemaal, want de 35-jarige Svindal zei desgevraagd dat hij niet op zijn hoogtepunt zal stoppen. Omdat hij nog op één prijs aast: de gouden gems voor de winnaar van de Hahnenkammrennen in Kitzbühel.

Die olympische graal op de afdaling had Svindal tot zijn andere levensdoel gekozen. Niet uit obsessie, maar uit ambitie. Hij is een op en top skiër met een uitgesproken voorkeur voor de snelheidsnummers, die vindt dat de mooiste van alle olympische titels bij zijn statuur als skiër past. Maar als het was mislukt, zou het leven voor Svindal even zinvol zijn gebleven.

Liefhebber

Svindal is de liefhebber onder alpineskiërs, die in zijn element is als hij met snelheden boven de honderd kilometer van een berg raast. Hij is er ook zeer bedreven in gezien zijn twee olympische titels – in 2010 won hij goud op de Super-G – zijn vijf wereldtitels en 35 wereldbekerzeges. De risicio’s van dat vak accepteert hij, al flirt de Noor niet met het lot, dat hem desondanks vaak heeft getroffen. Svindal heeft een medisch dossier opgebouwd dat menig sterveling volledig uit zijn evenwicht zou brengen.

Wat moest er in de loop der jaren al niet gerepareerd worden aan Svindals lichaam? Bijna te veel om op te noemen. Een greep: kruisbanden, enkels, knieën, meniscussen, jukbeenderen of kaken. De gevolgen van talrijke valpartijen, met die in Beaver Creek in 2007 en in Kitzbühel in 2016 als spectaculairste.

Telkens als Svindal in de kreukels lag, nam hij zich heilig voor te blijven skiën. Zijn passie voor de sport zit diep verankerd. Pijn boezemt hem angst in, maar niets mooier dan terug te keren van een blessure, vindt de Noor. Een masochistisch trekje waarvoor de skiër geen verklaring heeft, maar die hem helpt tegenslagen te overwinnen.

Bekijk ook deze video: zouden dit door opwarming van de aarde de laatste Winterspelen kunnen zijn?

Gecrashte knie

Zoals een jaar geleden toen hij in Oslo op de operatietafel lag om zijn gecrashte knie te laten repareren. Het zou hem negen maanden revalidatie kosten, besefte hij, maar dan was Svindal ook volledig gereset voor het olympische seizoen. Blijmoedig en met grote plichtsbetrachting benaderde hij zijn herstel, met donderdagmiddag de gouden medaille als bekroning.

Zo overwint de Noor steeds weer de tegenslagen. Sippen heeft geen zin, heeft hij geleerd. Svindal laat nooit de moed zakken, ook al toont het leven zich van de zwartste zijde. Hij is gehard door de dood van zijn moeder. Svindal was acht jaar en zou er broertje of zusje bij krijgen. De bevalling eindigde in een ongekend drama, waarna hij gedwongen was het leven voort te zetten zonder moeder. Hoe jong Svindal ook was, zijn gevoel zei hem destijds, dat groter leed niet bestaat. Een blessure? Was stelt dat voor? Die is er om van te herstellen, zo simpel is dat.

Evenwichtige sportman

De mix van optimisme en relativisme maakt Svindal tot een evenwichtige sportman en tot een skiër die zich nergens te groot voor voelt. Hij geniet van het Noorse team, van de collega-skiërs met wie hij als jaren de wereld over trekt. Zijn goed gevulde bankrekening heeft hem niet blasé gemaakt. Svindal doet niets liever dan met met zijn teamgenoten in eenvoudige hotels te verblijven en op eenvoudige bedden te slapen. Als hij maar samen met zijn maten Kjetil Jansrud en Aleksandeer Aamodt Kilde kan zijn.

Hoe gelukkig was hij niet donderdag achter de perstafel met naast hem Jansrud, die zilver had gewonnen. Svindal prees hem regelrecht de hemel in, zo blij was hij voor zijn vriend en landgenoot. Samen op het podium, samen een medaille, samen een feestje bouwen, hoe mooi kan het leven van een skiër zijn. Héél mooi, vooral als je Aksel Lund Svindal heet.

    • Henk Stouwdam